Waarom de wereld een hel nodig heeft van theoloog en hoogleraar Arnold Huijgen is een essay over de relevantie van de hel voor de huidige maatschappij. Lange tijd leek de hel wel afgeschaft. Ook gelovigen konden er niets meer mee. Maar de hel is terug, in waarschuwingen voor klimaatverandering, in boeken en films. Dat is ook zonder de gedachte van de hel lukt het niet om plaats te geven aan existentiële dreiging, ultiem kwaad en echte vergeving. Dit essay put uit bijbelse bronnen en christelijke tradities om het denken over de duistere afgrond te vernieuwen. Door het contrast met de hel als totale uitsluiting blijkt des te helderder wat liefde is. Zo markeert denken over de hel als duistere grens juist het goede leven.
Toen dit essay net uit was en ik de titel hoorde dacht ik: ‘nee he!’ Nadat ik er een podcast over had gehoord werd ik enthousiast. En nu ik het gelezen heb kruip ik weer terug naar m’n eerste reactie.
Een betere titel zou zijn geweest: waarom christenen een hel nodig hebben. Of waarom de kerk een hel nodig heeft. Het feit dat niet-gelovigen niet in een hel geloven wordt namelijk helemaal niet geproblematiseerd. Huijgen laat zien, hoe christenen (van Origines, via Augustinus naar Barth en Lewis) over de hel hebben gedacht. Hiermee wil hij aantonen dat het denken over de hel diffuus is, verre van eenduidig qua Bijbelinterpretatie en dat elke opvatting nieuwe theologische vragen of problemen opwerpt.
Interessant zijn de verschillende christelijke visies op de hel en de analyse van hun Bijbelse wortels. Het dominante christelijke idee van de hel komt van Plato, die iets nodig had (een hel dus) om het volk te laten gehoorzamen aan de filosoof-koningen.
Het laatste, meer theologische deel van het essay overtuigt niet echt. Bovendien zal het boek, vermoed ik, louter christenen aanspreken, met zinnen als “de dreiging van de hel daarentegen staat altijd in het licht van de overwinning van Christus, die te hopen geeft”. Dergelijke geloofsgeladen taal zal weinig handen op elkaar krijgen buiten gelovige kringen.
De vraag die m.i. daarmee dus wel beantwoord wordt, is: waarom moet het christendom niet ophouden met over de hel te spreken? Daar volgt dan een theologisch antwoord op. Maar mijn hoop op een brede(re) analyse van de hel - bijvoorbeeld waarom het voor de mensheid als geheel nodig is - wordt slechts zijdelings besproken.
This entire review has been hidden because of spoilers.
Geeft een beknopt overview van de percepties op de hel door de bijbel en de kerkgeschiedenis heen, en in het licht van Christus neerdalen in de hel. Dit essay belicht mooi het beperkte kennen van de mens en verdiept het menselijk aanschouwen van de gekruisigde en opgestane Christus. Het onderwerp verdient inderdaad een boek, maar om eerlijk te zijn had ik dit korte essay nodig om geïnteresseerd te worden in een langere versie :).
Onze tijd heeft behoefte aan mensen die zich laten ‘teisteren door de vragen van nu’, schreef K.H. Miskotte. Met respect las ik de tegendraadse rede van Arnold Huijgen, uitgesproken bij de aanvaarding van de leerstoel dogmatiek aan de PThU. Aansprekend en actueel! Hij laat zich raken door de ongemakkelijke realiteit van de hel. C.S. Lewis vond dit dogma zelfs onverdraaglijk. Veel christenen en theologen ervaren verlegenheid rond dit thema en zijn terughoudend in het spreken over de hel. De voortgaande ontkerkelijking en de humanisering van het Godsbeeld zijn daar debet aan. De hel is in de taal en beelden van de seculiere wereld daarentegen volop aanwezig, namelijk als metaforische duiding van allerhande ellende. Deze dubbele constatering roept de prangende vraag op hoe het kan dat christenen terughoudend over de hel spreken en hun seculiere medelanders onbekommerd over de hel kunnen spreken. Dit nu is de aanleiding geweest tot Huijgens onderzoek naar de tradities die aan de oorsprong liggen van de idee ‘hel’. Hij doet dat op een creatieve en cultureel sensitieve wijze en pretendeert ‘niet meer te weten, maar juist minder of in ieder geval iets anders.’ (82) Bij de exploratie van dit thema gebruikt de auteur de volgende routekaart. Eerst gaat hij de tradities na die aan de basis liggen van de idee ‘hel’ (bijbel, de oudheid, twee recente verbeeldingen). Daarna doordenkt hij de hel opnieuw vanuit een concentratie op Christus’ nederdaling ter hel. Op die wijze hoopt hij de maatschappelijke en culturele relevantie ervan aan te tonen. Vanwege het essayistisch karakter van dit boek zijn de historische overzichten, de uitleg van bijbelpassages en theologische uitwerkingen incompleet. De auteur werkt momenteel aan een uitgebreider boekwerk. Niettemin maken we in het historisch overzicht in kort bestek grondig kennis met de augustiniaanse (hel als vergelding), origenistische (hel als reiniging) en een moderne visie (annihilationisme: hel als vernietiging) op de hel. De bijbelse achtergronden van de hel worden geschetst aan de hand van het Oude en Nieuwe Testament, waarbij vooral de complexiteit en veelkleurigheid van het bijbelse beeldrijke spreken over de hel benadrukt wordt. Dat riep bij mij de vraag op of de verschillende metaforen niet aanvullend gelezen mogen worden. Zo komen we in het bijbelse spreken over God en zonde ook verschillende, elkaar aanvullende metaforen tegen. De rode draad in de verschillende Bijbelse teksten is volgens Huijgen die van de hel als ‘uitsluiting vanwege het oordeel van God in Christus’. Naast de bijbelse beelden komen ook moderne verbeeldingen van de hel ter sprake. Eerst bespreekt Huijgen kritisch een seculiere voorstelling (The Good Place) en vervolgens De grote scheiding van C.S. Lewis. Hij laat zien dat de hel bij Lewis (eenzijdig, maar terecht) allereerst een keuze van de mens tegen God is. De vraag naar Gods betrokkenheid bij de hel blijft bij Lewis echter open, om niet te zeggen ‘een open wond’. Vanuit het hart van het Apostolicum, waar gesproken wordt over de ‘nederdaling ter hel’ legt Huijgen uiteen dat de oosterse interpretatie van deze locus inzet bij Christus’ overwinning op de machten van de hel; de westerse traditie (Calvijn) benadrukt het aspect van Christus’ verzoening. Hij ondervindt Gods wraak en de verschrikking van de hel als Hij aan het kruis hangt. Huijgen sympathiseert met de oosterse interpretatie als hij stelt dat de inzet bij Christus’ overwinning nodig is voor een juiste toonzetting in het spreken over de hel. Daarbij is de westerse lijn (Christus heeft het oordeel van God gedragen) aanvullend. Kan deze inzet de uiterste consequentie voorkómen dat de eschatologische werkelijkheid niet door Gods overmachtige genade wordt overvleugeld, waarbij Gods ‘ja’ sterker is dan ons ‘nee’? Volgens Huijgen is concentratie op Christus nodig in het spreken over de hel, en dat heeft de bezinning op de hel en het spreken in de kerk lang niet altijd gestempeld. Omdat geen van de drie theorieën over de hel kan overtuigen, zoekt hij in het slot van zijn essay naar een vernieuwing in het denken over de hel. De hel verdient blijvende theologische aandacht en moet ter sprake gebracht blijven worden als existentiële dreiging waarvan Christus verlost, als bestemming voor het ultieme kwaad en als blijvende open wond van het oordeel. In het slothoofdstuk wordt gesteld dat de hel in de verkondiging hooguit als een ‘schaduwrand’ functioneert (81). Hoe verhoudt zich deze duiding tot het gegeven dat de hel in het spreken van Jezus een nadrukkelijke plaats heeft? Ik hoop dat in de uitgebreidere versie van dit essay ook de slag naar de verkondiging wordt gemaakt en wellicht ook het gesprek wordt aangegaan met de inhoud van de gereformeerde confessie (bijv. HC 19, NGB 37)
Mooie introductie in de theologie rondom de hel, waarin veel wordt aangestipt. Benieuwd naar het aanstaande boek, die hopelijk dieper ingaat op de al aangestipte thema's.
Moest het lezen voor komend semester maar wilde hm zelf ook graag lezen. Een mooi boek met een duidelijke genuanceerder uitleg over de theologie. Ik ben benieuwd naar zijn “echte” boek.