Genialiteit en gekte kunnen heel dicht bij elkaar liggen, zo bewijst alles-of-nietskunner Gover Meit/Stefano Keizers opnieuw met dit boek dat 'alle regels van de schrijversopleiding aan zijn laars lapt', maar tegelijkertijd een postmodern/dadaïstisch kunstwerk uit dát boekje is.
De twee luitenanten lijken Gover Meit en zijn alterego Stefano Keizers te zijn. In interviews gaf Gover aan dat Stefano ontstaan is in de vijf jaar waarin deze flarden tekst zijn geschreven, vijf jaren uit het leven van een onbegrepen kunstenaar en kluizenaar. Gitzwart, kritisch op zichzelf (overal wondjes, puisten, pukkels) ondanks de hoge dunk van de talenten van de kunstenaar, doodsbang dat hij zijn familie teleurstelt (alle vrouwen huilen in zijn buurt).
Op allerlei manieren beschrijft Gover hoe Stefano hem begint te vergezellen. De vriend die er altijd is, maar nooit productief is, zijn chocolade op komt eten, het varken waar de Chinese draak niets aan had, dat geen viking was.
Wat er allemaal waar is aan dit boek, is niet te zeggen. Een gruwelijke moord op zijn familie, een leven op een eiland met een rots met zijn oma die ook alleen maar bonen wil, een ontmoeting met een rapper die zijn geld 'leent' in de FEBO waar hij al een halfuur op zijn bestelling moet wachten... er is hoe dan ook een hoop (knap en grappig!) verzonnen. Maar onder al deze onzin lijkt de schrijver zich ook verrassend eerlijk bloot te geven, als een Jim Carrey die in de film Man on the moon een heel knappe weergave van de even gekke kunstenaar Andy Kaufman weergeeft.
Twee Luitenanten zal zeker niet voor iedereen geschikt zijn, maar als je Stefano Keizers een boeiend persoon/personage vindt, dan is dit boek een prachtige en hilarische toevoeging aan hem.