Zak was hulpboekhouder, maar toen hij vijfentwintig jaar was besloot hij definitief te stoppen met boekhouden en te gaan tekenen. Zijn eerste inspiratiebronnen waren Franse tekenaars als Cabu, Reiser en Wolinski. Zak tekende ooit voor het satirische weekblad De Zwijger. Tegenwoordig staan zijn cartoons onder meer in De Morgen, de Volkskrant, De Limburger en De Groene Amsterdammer.
Observeren doet Zak op straat of in het café. Zijn onderwerpen haalt hij van teletekst of uit de krant. Zaks cartoons zijn snedige, vaak cynische commentaren op het moderne leven. Zoals bij alle goede cartoonisten zijn ook de grappen van Zak moeilijk na te vertellen: je moet ze vooral zien. Zijn eerste inspiratie haalde Zak bij Franse tekenaars als Cabu, Reiser en Wolinski.
In 1999 ontving Zak de Royale Belge Prijs voor de beste perscartoon. In mei 2000 werd Zak voor zijn werk bekroond met de Arkprijs van het Vrije Woord. Begin 2002 kreeg Zak als eerste Belgische cartoonist de befaamde Nederlandse Inktspotprijs voor de beste politieke tekening van het afgelopen jaar.