Na een reis van tien jaar arriveert het kolonisatieschip ANDRE KUIPERS bij Teegardens Ster. Zijn lading: duizenden kolonisten die in diepslaap wachten om hun nieuwe thuiswereld te bevolken. Terwijl wetenschapper Martin Amershaven de planeet aan een nauwgezet onderzoek onderwerpt, bereidt piloot en navigator Julia Stevens de landing voor, maar dan slaat het noodlot toe ...
Schrijven is mijn lust en mijn leven. Het begon op de basisschool toen ik ontdekte hoe leuk het schrijven van opstellen was en zelf ook verhalen begon te schrijven. Een daarvan ging over een mosasaurus, de tweede over het monster van Loch Ness. Op mijn achtste had ik al een eerste non-fictie boekje zelf gemaakt, compleet met tekeningen. Waarover? Dinosaurussen. Een thema wordt langzaam duidelijk. Het zal niemand verbazen dat de reeks avonturenverhalen die ik als tiener op een typemachine uitwerkte, begon met 'Joost en Cliff op het eiland der pterodactylen.' In navolging van mijn favoriete auteurs Arthur C. Clarke en Isaac Asimov begon ik ook met het schrijven van korte SF-verhalen en een bundel daarvan, getiteld 'De sprinkhanen', mocht ik van mijn docent Nederlands op mijn literatuurlijst zetten. Na een overspannenheid tijdens mijn studie besloot ik het schrijven serieus op te pakken. Het resulteerde in mijn debuutroman 'Neptunus' die in 2001 verscheen bij uitgeverij Voorhoeve. In 2002 had ik de eer het actieboek voor de maand van het spannende boek te schrijven voor de christelijke uitgevers. Dit werd 'Het wrak'. Helaas bleken plichtgevoel en depressie me nog niet te hebben verlaten en ik had een jaar of tien nodig om af te rekenen met verkeerde gedachtenpatronen en ongezonde invloeden. Over dit proces schreef ik de boeken 'Indrukwekkende Vrijheid' (uitgekomen in 2010) en 'De loser die wint ...' (2015). Toen realiseerde ik me eindelijk dat ik geen stress had omdat ik zo graag verhalen wilde schrijven, maar omdat ik te weinig schreef. Dit leidde ertoe dat 'Neptunus' in 2013 nogmaals werd uitgegeven, gevolgd door een tweede SF-thriller 'De Derde Macht'. Het fantasytweeluik 'De Krakenvorst' waar ik in 2001 al aan was begonnen, wist ik ook te voltooien. 'Boek 1: Keruga' verscheen in 2016, gevolgd door 'Boek 2: Kartaalmon' in 2017. Tussendoor kwam mijn eerste bundel SF-verhalen 'Conquistador' uit in 2017. Korte verhalen van mijn hand werden geplaatst in meerdere tijdschriften, zoals Fantastische Vertellingen en SF Terra, en in bundels zoals Ganymedes 15, 16 en 17, Edge.Zero 2016, Wereldbedenkers, Achterblijvers en Tenenkrommende Verhalen. Ondertussen schrijf ik essays voor geekwebsite Fantasize en recensies voor Fantastische Vertellingen. Mijn tweede SF-verhalenbundel 'Het teken in de lucht' komt eind september 2018 uit bij Godijn Publishing, als deel van Boek10-2018 en Macc publiceert in november 2018 mijn harde SF-roman 'De afvallige ster', die grote concepten combineert met persoonlijke thema's, zoals pesten. Tussendoor komt bij Versa een novelle uit die zich afspeelt in de wereld van Dizary. In 2019 brengt Fantastische Vertellingen een boekje uit met twee verhalen van mijn hand, 'Mieren en sprinkhanen', en ik werk mee aan een leuk project met andere SF-auteurs. Mijn dystopische SF-roman 'De groene toren' staat ook op de lijst om gepubliceerd te worden en ik werk aan een SF/horror-bundel met 'verontrustende verhalen'. Maar eerst ga ik het vijfde deel van de Castlefestkronieken schrijven. Daarin kan ik eindelijk mijn liefde voor dinosaurussen weer uitleven!
De combinatie van fantasy en sciencefiction is bijzonder geslaagd, zo blijkt bij dit boek! De fantasywereld voelt rijk en goed beschreven, maar de wetenschappelijke blik en de ideeën in dit boek maken het af. Er is een prettige afwisseling tussen vrouwelijke en mannelijke hoofdpersonen, waarbij de vrouwelijke hoofdpersonen ook goed invoelbaar zijn beschreven en op cliffhanger-momenten doen wat er gedaan moet worden. Het boek is heel humoristisch en spannend en soms zelfs gruwelijk tegelijk. Een beetje zoals de Cornetto-trilogie van films. Het werkt, als na een dodelijk spannende scène even de spanning doorbroken wordt door een kwinkslag.
Terry Prachtchett werd ooit ‘beschuldigd’ van het schrijven van literatuur. Diezelfde ‘beschuldiging’ gaat op voor Theo Barkel en Johan Klein Haneveld, want met ‘De Antimaterie tovenaars hebben ze niet alleen een spannend magisch avontuur geschreven, maar ook een verhaal over samenkomen, bewustwording en leven. Allereerst is het boek toegankelijk voor alle lezers: meeslepend, vol actie en magie. De schrijvers laten hun verhaal vol enthousiasme zien en dat levert grappige, absurde, heftige en ontroerende passages op. Het heeft er in ieder geval bij mij voor gezorgd dat mijn beeld van sprinkhanen nooit meer hetzelfde zal zijn! Op een beeldende fantasierijke manier wordt het verhaal van ‘De Antimaterie tovenaars’ getoond aan de lezer. Met motieven uit beide genres wordt evenwichtig en overtuigend een combinatie gemaakt van epische fantasy en sciencefiction. In mijn ervaring laten de auteurs met behulp van de kosmos, tovenaars, draken en sprinkhanen op de juiste manier zien wat de thematiek is van dit geweldige boek. Voor mij gaat het verhaal over de magische beleving van wetenschap en de wetenschappelijke ervaring van magie. Doordat de ruimtevaarders met magie geconfronteerd worden en de tovenaars met wetenschap wordt ieder van hen gedwongen om zichzelf af te vragen wat de toegevoegde waarde is van de nieuweling en hoe deze gebruikt kan worden om de wereld in stand te houden of te veranderen. Om tot verandering te komen is een bewustwordingsproces nodig. En dat komt volgens mij op twee manieren aan bod: via de sprinkhanen en de ruimtevaarders. Dat levert twee groeiprocessen op die op micro niveau inzicht geven dat om tot verandering te komen samenwerking nodig is tussen verschillende levensvormen. Alleen dan kan er naar een vreedzame en gezamenlijke toekomst gewerkt worden. Met betrekking tot het leven doen Barkel en Klein Haneveld ook iets geweldigs! Voor mij illustreren enkele passages enkele kernpunten uit het werk van Henri Bergson, namelijk: identiteit, vrije wil en bewustzijn vormen een interessant proces in dit boek voor enkele personages. Daarom moest ik met regelmaat denken aan het gedachtegoed van deze Franse filosoof. Daarnaast zou het interessant zijn om een vergelijking te maken tussen de aanstaande klassieker van Barkel en Klein Haneveld en de levensfilosofie van Georg Simmel. In het gedachtegoed van deze filosoof is het leven een continu proces van worden en zijn levensvormen ankerpunten. Toch is er ook een innerlijk conflict binnen levensvormen waarbij het gaat om de vorm en de stroom van het leven. Deze spanning zorgt ervoor dat het leven boven zichzelf uitstijgt. En daarom worden de auteurs van ‘De Anti materie tovenaars’ door mij ‘beschuldigd’ van het schrijven van literatuur. Dit meeslepende verhaal waarin actie, magie en sciencefiction worden gecombineerd met grote thema’s als bewustwording en leven, verdient een groot lezerspubliek. Voor mij is het Pratchett waardig. Dus waar blijft de miniserie?
De setting van 'De anti-materie tovenaars' is een relatief traditionele fantasysetting met een sci-fi twist erop, namelijk dat een ruimteschip door een verkeerd uitgevoerde spreuk middenin een traditionele fantasywereld landt en de inwoners van dat ruimteschip moeten hun hoofd boven water houden. Best een leuk idee, maar ik geef eerlijk toe dat ik niet zo ben van de traditionele fantasy, tenzij er veel met de structuur wordt geëxperimenteerd (zoals in So This Is Ever After van F.T. Lukens). Hoewel de sci-fi-twist op de wereld wordt gewaardeerd en er sprinkhanen worden gebruikt in plaats van paarden op een vrij originele manier, blijft de standaard structuur voor mijn gevoel teveel staande en wordt er weinig mee gespeeld. Daar komt bij dat voor mijn gevoel alles veel te snel wordt geaccepteerd - om dat uit te leggen moet ik even de spoilers in. Dit boek is niet geschreven voor mensen zoals ik die overal vragen bij stellen en meer lagen in de worldbuilding nodig hebben; dat respecteer ik, maar het maakt wel dat ik wat meer moeite had met dit boek. Als je een sci-fi twist wil hebben op een traditionele fantasy en je bereid bent om niet al teveel vragen te stellen is dit je ding. Het was helaas niet het mijne.
Leuk, luchthartig geschreven csi-fi fantasy verhaal met een diepere laag. Thema’s als persoonlijke verantwoordelijkheid, het collectief vs het individu en het rentmeesterschap van de Aarde (in dit geval een op de Aarde lijkende planeet) komen voorbij zonder belerend over te komen. De hoofdpersonen zijn stuk voor stuk goed uitgewerkt en hebben zeer uiteenlopende karakters. Extra leuk was het personage van Martin met zijn voor de kenner bij tijd en wijle hilarische verwijzingen. En het einde? Daar zal elke zichzelf respecterende Nederlander van watertanden- ikzelf vond het zelfs ontroerend!
Toen ik de Antimaterie Tovenaars begon te lezen, dacht ik eerst dat het een echte, ouderwetse space opera zou worden, maar Johan en Theo hadden me op het verkeerde been gezet. Het boek is een crossover tussen SF en fantasy. En het is niet alleen Nederlandstalig, maar het gaat ook over de Nederlandse bemanning van een ruimteschip met de prachtige naam ANDRE KUIPERS. Kijk, dat is meteen een goed begin. Vooral omdat er maar weinig SF/fantasy in het Nederlands op de markt komt.
Inhoudelijk vormen de verhaallijnen ook een leuke crossover. Het SF-deel gaat over een ruimteschip dat neerstort op een planeet en over de overlevers (ik zal niet teveel verklappen) die zich moeten redden in een vijandige omgeving. Check: dat is altijd een fijn uitgangspunt van een SF-boek. De tweede verhaallijn gaat over de mensen die op die planeet wonen in een fantasy-achtige wereld met draken en tovenaars. En uiteraard met een oppertovenaar die uit is op de macht in de wereld en onverslaanbaar lijkt. Dat concept deed me denken aan de serie van Marion Bradley Zimmer die ik vroeger heb verslonden over Darkover.
Het vermengen van die genres is goed gelukt: de tovenarij blijkt toch op de een of andere manier te verklaren zijn met de technische hulpmiddelen van de bemanning. De ontmoetingen tussen de bemanning en de lokale bevolking (inclusief de griezelige sprinkhanen die op de cover te zien zijn) zijn spannend en goed uitgewerkt.
Ik vond vooral de relatie tussen Julia, de navigator, en de leerling-tovenaar een mooie lijn om te volgen. Vooral als Julia (en weer ga ik niets verklappen) onder invloed komt te staan van de slechte oppertovenaar en ze daardoor de leerling in gewetensnood brengt. Hij moet op een gegeven moment kiezen tussen zijn loyaliteit (en toekomst) voor zijn meester en de buitenstaanders uit het schip.
Toch ook een minpuntje: een van de bemanningsleden verwijst om de haverklap naar boeken en films uit onze tijd, zoals Lord of the Rings. Op zich grappig en herkenbaar als je goed thuis bent in de speculatieve wereld, maar ik kreeg er na een paar keer genoeg van. Die opmerkingen haalden me uit het verhaal en dat vind ik dan jammer en niet nodig. Een enkele keer is verrassend en leuk, maar het gebeurde wat te vaak vond ik.
De ideeën in dit boek zijn goed en ook actueel. Je kunt het boek lezen als spannend verhaal (en dat is het zeker), maar de twee auteurs hebben ook echt iets te zeggen. Zo laten ze zien hoe funest je invloed is als je een nieuwe wereld betreedt. De komst van het ruimteschip heeft namelijk ernstige gevolgen voor de wereld van de planeet, net als indertijd de komst van Europeanen in Zuid-Amerika en Australië. Ook komt goed naar voren hoe verschrikkelijk het is als je een ander persoon (mens of sprinkhaan) dwingt tot bepaalde daden of hun eigen wil wegneemt.
Terugkomend op het Nederlands: in deze tijd dat jongeren steeds minder Nederlands lezen is het echt fijn dat Johan en Theo, maar ook vele anderen blijven schrijven in het Nederlands in genres die jongeren aanspreken. Ik hoop dat ook dit boek jongeren laat kennismaken met de Nederlandse SF/Fantasy-wereld.
Draken, tovenaars, een ruimteschip, astronauten en sprinkhanen zo groot als paarden. Zomaar wat ingrediënten uit dit boek, dat een mix is tussen fantasy en sciencefiction. In het verhaal volg je de astronauten Julia, Stephanie, Martin en Wouter. Samen met een grote groep kolonisten reizen ze in hyperslaap vanaf de aarde naar een planeet in een ander zonnestelsel. Hun komst heeft grote gevolgen voor het plaatselijke leven aldaar. Ook volg je Foveral, een leerling tovenaar. Zijn meester is een machtige tovenaar die heerst over de bevolking. Door dit boek ga je nadenken over of we wel andere planeten moeten willen koloniseren. Zeker als deze al bewoond zijn. En wat gebeurt er als er zich twee intelligente soorten tegelijkertijd op dezelfde planeet bevinden? Wat is intelligentie eigenlijk? En wat is het verschil tussen wetenschap en magie? Zomaar wat vragen die tijdens het lezen bij me opkwamen. Een klein minpuntje zijn de taalfoutjes die her en der voorkomen en die door de redactie zijn geglipt. Meestal gaat het om woorden die, nadat een zin is aangepast, verwijderd hadden moeten worden. Een leuk detail zijn de vele verwijzingen naar andere fantasy en sciencefiction boeken en films. En ook dat het ruimteschip de André Kuipers heet. Ik ben benieuwd wat hij van dit boek zal vinden! Wat wel vreemd en jammer is, is dat de Nederlandse bemanning onderling Engels met elkaar spreekt. Dit boek is geschreven door twee auteurs, maar nergens is te merken wie wat heeft geschreven. Het verhaal verloopt zo vloeiend dat de auteurs haast wel over magische krachten moeten beschikken. Wellicht maakten ze gebruik van de antimaterie motor in het ruimteschip? In ieder geval mogen ze van mij vaker samenwerken, want dit smaakt naar meer!