In zijn dodencel richt Ix een document aan de rechter waarin hij zijn vrijspraak bepleit. Hij onthult het bizarre verloop van zijn betrokkenheid bij de terroristische Organisatie Liefgenezen die — met de verteller als een van de vele offers — een revolutie uitstippelt tegen de mistige tirannie van een samenleving georkestreerd door algoritmes.
‘Ik beloof alles te zullen doen wat in mijn mogelijkheden ligt om me zo helder, efficiënt en Nobelprijswaardig mogelijk uit te drukken, binnen de kern van de zaak, namelijk: waarom ik hier ben, wat ik hier doe, wat ik hier denk en wat er met mij moet gebeuren.’
Giuseppe Minervini is filosoof, muzikant, regisseur, redacteur en schrijver. Sinds 2016 publiceert hij non-fictie, poëzie en proza in onder meer DW B, De Gids, humo. In 2021 richtte hij samen met Arne Demets Tegenadem op; waarschijnlijk een productiehuis. In 2023 verschijnt zijn debuutroman 'Krank' bij uitgeverij De Geus. Hij woont en werkt in Kortrijk.
Onwaarschijnlijk sterk debuut van de jonge Kortrijkzaan Minervini (1994, even oud als mijn stiefzoon, begot 🤯). Werkelijk verbluffend welk een taalgevoel hij hier tentoonspreidt. Grappig, stilistisch heel sterk en trillend van wilde verbeelding. Heel graag gelezen, hoewel het een harde noot om kraken is. Minervini gaat sowieso nog heel wat keet schoppen in de Nederlandstalige letteren, zeg dat ik het gezegd heb! De ruiten van de tevredenheidsbarak moeten ingegooid! Alles aan diggelen! Op Spotify vind je Minervini terug als Tegenadem: zeker checken, ook zeer de moeite 🎸 🤘🏻 Binnenkort postzegelrecensie voor Humo.
Een klepper van een boek die de radartjes in mijn hoofd volle toeren liet draaien. Wel echt een aanrader, aan mijn vriendjes: lees dit alsjeblieft en dan kunnen we het samen verder dissecteren!
Deze Krank is op zijn minst een uniek en indrukwekkend (vanwege de opzet en omvang) debuut te noemen. Al vertoont het wel zijn gebreken, vandaar slechts drie sterren, is het toch een aanrader voor mensen die niet vies zijn van een serieuze intellectuele uitdaging en op zoek zijn naar "ne keer iet anders".
Vooral het begin van het verhaal is veelbelovend. Minervini trekt zijn lezer naar binnen door middel van een aardig vertelkader en een uitermate intrigerende schets van zijn verhaalwereld. Op elk tekstueel niveau is hij onzelfzuchtig gul, gaande van zinsconstructie en woordenschat tot genreverweving en intertekstualiteit - al kwam dit laatste op verschillende momenten wel gewoon over als name dropping - en zijn personages en hun omgeving zijn rijk en stevig geworteld.
De tekst wordt gekenmerkt door quasi onophoudelijke filosofische, psychologische, ideologische, ...-ogische bespiegelingen, wat het verhaal zowel de hoge toppen doet scheren als de diepe dalen doet ingaan. Eigenlijk voelde de leeservaring voor mij aan als een razendsnelle klim naar de top, en dan een langzame, gestage devolutie. Naargelang het verhaal vordert verworden de ...-ogische lappen tekst, die aanvankelijk een duidelijke maatschappelijke en actuele basis hebben en een duidelijk doel dienen, tot een soort idio-filosofische braakpartij. Ik kon me niet van de indruk ontdoen dat het sterk moet lijken op het luisteren naar een alleenspraak van de allerlaatste spreker van een uitgestorven taal. Het vermoeden van betekenis voor de spreker zelf is zeer sterk aanwezig en als antropoloog zijnde is het biologerend, maar uiteindelijk valt er geen zier meer uit op te maken.
Ik begrijp dat dit verval bedoeld is om samen te vallen met het verval van de verteller, maar ook het vertelraam, de verwarde geïnterneerde die zijn eigen verdediging op papier zet, dat in het begin spitsvondig en betrekkend was, lijkt aan het einde bijna een zwaktebod: een manier om schuldloos uitleg en conclusie schuldig te blijven.
Nee nee nee, absurd filosofisch, intellectueel gezwets. Niks mis mee als ge met vrienden aan de toog hangt, maar om daar een boek mee te vullen. Liever niet. Er zit hier misschien wel een verhaal in ergens, maar tussen al dat gezwets heb ik er niet genoeg van gevonden om door te lezen.