ruiken en maken klein. Review : Max Temmerman (°1975) is directeur van een cultuurcentrum en geeft als extern docent les aan de Karel de Grote Hogeschool. Hij produceerde en regisseerde literaire voorstellingen met auteurs uit België en Nederland en deed met die voorstellingen tientallen grote en kleine theaterpodia aan tussen Amsterdam en Brussel. In 2004 was hij artistiek projectcoördinator van Antwerpen Wereldboekenstad.
Max Temmerman maakte met de bundel Vaderland zijn poëziedebuut in een nuchtere confrontatie met woorden. Elk gedicht is een revolte met droge beschrijvingen over de dingen des levens school, politiek, dood, groeiprocessen. Voor onstuimige lyriek of zoetgevooisde liefdesverzen ben je hier niet op je plaats. Toch is het een mooie bundel waarin de geest van Jacque Brel onmiskenbaar rond waart en waarin een gedicht dat Hertoginnedal heet en dus over de Belgische politiek gaat iets heel gewoon is!
Het gedicht Tuin bij huis begint met de zin: Het woord is rechtlijnig. En dat is de beste bespreking die je van deze poëzie kan maken, een verzameling rechtlijnige woorden maar wel met heel veel gevoel voor taalexpressie gelanceerd. Prachtig voorbeeld daarvan is: tellen we onze zegeningen als krokussen zo wulps! Max Temmerman gaat mijns inziens wel een aparte stem in het poëzielandschap worden.
Als hij het heeft over Vlaanderen, over rotondes en het kanaal naar Leuven, of over eeuwige zeurpieten, de regeringsvorming en de huizen van de buren, als het gaat om kantoren en files en burgertuinen met of zonder uitzicht, als hij over zijn vader spreekt of over zijn moeder of over familiefeesten en de ouwe Mercedes van zijn jeugd, dan ben ik niet mee.
Dat ligt niet aan Temmerman maar aan mijn gebrek aan affiniteit daarmee: met dit Vlaanderen en haar tantes en ooms (denonkel!) en drukkerige carrièrelieden in keukenshowrooms of grappa drinkend op de terrassen van landelijke afspanningen.
Dit is een gouw die zich inderdaad lintbebouwd rondom mij bevindt, maar mij meestal volstrekt ontgaat. Mijn geschiedenis is hier niet verankerd, meer diffuus en onherkenbaar anders en van elders.
Helaas gaat deze bundel daar voornamelijk over en dat is dus jammer.
Maar tussendoor bevinden zich enkele meer onthechte, vervreemde (soms bevreemdende) gedichten. Geknipte, verknipte montages uit een ander leven -- over ondersteboven in bad, over een iemand aan de deur (wie? vanwaar? van wanneer?) of over opduiken naar het leven van iemand anders. Dan herken ik het landschap, en ben ik overtuigd: hier heerst een inzicht.
Bijtgraag, is een ogenschijnlijk klassiek liefdesgedicht (je huid, je hals, je geur) dat tegen het eind plots schakelt naar zeer praktische afspraken onder volwassenen:
Laten we met de rede van onze jaren duidelijk maken waar het op staat. Hier komt geen einde aan. Wij zijn niet van gisteren en we doen dit al langer dan vandaag.
De onbehaaglijkheidsfactor vat dan weer perfect hoe een plots verschijnen van de ex altijd meer op een enscenering lijkt dan op de realiteit. Of hoe zo'n voorval in het filmische register in ieder geval beter te bevatten is:
De deur ging open en plots stond je voor me terwijl ik een boek las. Ik vroeg hoe het met je ging. Jij vroeg naar de titel.