De Amsterdamse schilder Adrianus Eversen (1818-1897) was decennialang een uitmuntend schilder van stadsgezichten. Hij was een leerling van C. de Kruyff, H.G. ten Kate en Cornelis Springer. Van laatstgenoemde kunstenaar, met wie hij in zijn begin jaren veel optrok, onderging Eversen de meeste invloed. Zijn artistieke hoogtepunt uit de jaren vijftig is zondermeer het schilderij met Het Belfort te Brugge uit 1853 en is representatief voor deze periode. In de jaren zestig veranderde zijn palet enigszins en werd zijn stoffering meer gevarieerd, maar hij bleef een uiterst productieve meester die tal van indrukwekkende stads- en dorpsgezichten afleverde. Vanaf die tijd en later in de jaren zeventig en tachtig van de 19de eeuw exposeerde hij geregeld op Tentoonstellingen van Levende Meesters, niet alleen in Nederland, maar in het bijzonder in Duitsland. Zijn werk werd door collega’s en door een breed publiek zeer gewaardeerd. Adrianus Eversen kan tot een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het Nederlandse stadsgezichtgenre van zijn tijd gerekend worden. In diverse musea in binnen- en buitenland zijn schilderijen van hem te bewonderen.
Het boek heeft een categorische indeling naar de type schilderijen, aan het einde een bespreking over het leven in de 19e eeuw. Vooral de topografische analyse van enkele werken (meerdere werken over hetzelfde huis met veel gebouwen die uit de fantasie ontsproten zijn) geeft het boek meerwaarde. Vaak blijft de bespreking hangen bij wat een schilderij 'mooi' maakt, de toets, de kleurstelling, waar de lezer niet altijd wijzer van wordt. Men krijgt het idee dat de schrijver nogal een fan is van Eversen en in elk werk wel iets kan waarderen. Gezien de schaarste aan boeken over deze schilder ook wel begrijpelijk.