👩🚀 Een dochter en een vader zien elkaar voor het eerst in jaren terug op een cabaretfestival. De dochter wil winnen, de vader wil voor haar zorgen. Aan dit laatste heeft Vela geen behoefte: ze werd geboren met een ziekte, maar is daarom geen patiënt. Ze is cabaretier, dichter en ruimtevaarder. Willem doet halfslachtige pogingen om dichter bij haar te geraken.
👩🚀 Ik hoorde veel goeds over dit boek, vond de titel, omschrijving en cover erg veelbelovend, om dan vast te stellen dat ik tijdens het lezen totaal niet vooruit kwam. Aan de schrijfstijl lag het niet, want daarvan geef ik je zo dadelijk een aantal mooie voorbeelden. Waar het dan wel aan lag? Moeilijk te zeggen. Het verhaal hield me eerlijk gezegd niet in zijn greep, het voelde stroperig aan, kwam naar mijn mening niet op gang. Ik voelde geen band met de personages, waardoor hun onderlinge drijfveren en conflicten me niet aan het boek gekluisterd hielden.
👩🚀 Zoals beloofd een ideetje van hoe het boek met momenten erg fijn geschreven is:
👩🚀 “[...], 𝚑𝚒𝚓 𝚠𝚊𝚜 𝚎𝚎𝚗 𝚣𝚠𝚎𝚖𝚖𝚎𝚛 𝚍𝚒𝚎 𝚋𝚒𝚓𝚗𝚊 𝚍𝚎 𝚔𝚞𝚜𝚝 𝚑𝚊𝚍 𝚋𝚎𝚛𝚎𝚒𝚔𝚝 𝚖𝚊𝚊𝚛 𝚍𝚘𝚘𝚛 𝚍𝚎 𝚣𝚎𝚎 𝚠𝚎𝚛𝚍 𝚝𝚎𝚛𝚞𝚐𝚐𝚎𝚝𝚛𝚘𝚔𝚔𝚎𝚗 𝚒𝚗 𝚍𝚎 𝚘𝚗𝚘𝚙𝚑𝚘𝚞𝚍𝚎𝚕𝚒𝚓𝚔𝚎 𝚠𝚘𝚎𝚕𝚒𝚗𝚐 𝚟𝚊𝚗 𝚑𝚎𝚝 𝚠𝚊𝚝𝚎𝚛 [...].”
👩🚀 “𝙰𝚕𝚜 𝚣𝚎 𝚗𝚘𝚐 𝚎𝚎𝚗𝚜 𝚒𝚎𝚖𝚊𝚗𝚍 𝚊𝚗𝚍𝚎𝚛𝚜 𝚔𝚘𝚗 𝚣𝚒𝚓𝚗 𝚍𝚊𝚗 𝚒𝚎𝚍𝚎𝚛𝚎𝚎𝚗 𝚍𝚒𝚎 𝚣𝚎 𝚊𝚕 𝚠𝚊𝚜, 𝚕𝚎𝚎𝚔 𝚍𝚊𝚝 𝚝𝚢𝚙𝚎 𝚑𝚊𝚊𝚛 𝚠𝚎𝚕 𝚠𝚊𝚝, 𝚍𝚊𝚝 𝚗𝚊𝚞𝚠𝚎𝚕𝚒𝚓𝚔𝚜 𝚍𝚘𝚘𝚛 𝚍𝚎 𝚣𝚠𝚊𝚊𝚛𝚝𝚎𝚔𝚛𝚊𝚌𝚑𝚝 𝚠𝚎𝚛𝚍 𝚐𝚎𝚑𝚒𝚗𝚍𝚎𝚛𝚍, 𝚍𝚊𝚝 𝚕𝚒𝚎𝚙 𝚘𝚙 𝚕𝚞𝚌𝚑𝚝, 𝚊𝚕 𝚠𝚊𝚛𝚎𝚗 𝚍𝚊𝚝 𝚘𝚘𝚔 𝚍𝚎 𝙽𝚒𝚔𝚎𝚜 𝙰𝚒𝚛 𝚖𝚒𝚜𝚜𝚌𝚑𝚒𝚎𝚗.”
👩🚀 “𝙳𝚊𝚊𝚛𝚘𝚖 𝚕𝚒𝚓𝚔𝚝 𝚑𝚒𝚓 𝚘𝚙 𝚕𝚞𝚌𝚑𝚝 𝚝𝚎 𝚕𝚘𝚙𝚎𝚗. 𝙷𝚎𝚝 𝚣𝚒𝚓𝚗 𝚍𝚎 𝙽𝚒𝚔𝚎𝚜 𝚗𝚒𝚎𝚝, 𝚑𝚒𝚓 𝚐𝚎𝚕𝚘𝚘𝚏𝚝. 𝙸𝚗 𝚎́𝚎́𝚗 𝚐𝚘𝚍. 𝚆𝚊𝚝 𝚎𝚎𝚗 𝚊𝚛𝚖𝚘𝚎.”