Ooit gingen Haagse politici en de parlementaire journalistiek zeer vertrouwd met elkaar om. Ze zagen elkaar dagelijks en deelden het leven in de salons van de macht. Sommigen noemden dat klef, anderen zagen er de voordelen van in.
Inmiddels is er zakelijkheid voor in de plaats gekomen. De Tweede Kamer huist nu in een onpersoonlijke bunker met doodlopende gangen. Politici, hun voorlichters en spindoctors lijden aan controledrift en de Haagse journalistiek houdt geharnast afstand.
Hoe is dat zo gekomen? En is het een goede of slechte ontwikkeling? In Wantrouwen in de wandelgangen beschrijven twee politiek redacteuren van twee generaties de Haagse wereld van de jaren zeventig tot nu. Ze doen dat openhartig en van binnenuit, met tal van anekdotes op basis van vele interviews en eigen observaties. Voor Jan Tromp was het Binnenhof als een moederschoot. Coen van de Ven wil de Haagse logica begrijpen, maar vooral niet omarmen. Samen proberen ze te analyseren hoe een cultuur van vertrouwen kon omslaan naar ongemak, van klef naar koel naar kil.
In Wantrouwen in de wandelgangen schetsen de auteurs de marginalisering van de schrijvende pers. In 1950 was er een beperkt groepje journalisten dat via kranten en weekbladen verslag deed van de politiek. Deze journalisten volgden het politieke spel en leefden nauw samen met de politici in en rond het Binnenhof. Het was vriendschappelijk, er was over en weer vertrouwen, en er werd tussendoor behoorlijk ingenomen. Men hoorde en zag veel, maar zeker het persoonlijke werd gespaard en niet direct gebruikt. De politici waren in die zin ook beschermd en konden zich tegenover de pers meer open opstellen.
Die rol is veranderd en de pers is veel kritischer geworden en functioneert meer als waakhond van de democratie dan als ‘verslaggever’. De stijl is veel agressiever geworden. De eerste vraag is meer in de stijl van: “Denkt u al aan aftreden?” of "Begrijpt U waarom U zo impopulair bent?" Politici zijn om die reden ook veel voorzichtiger geworden en hebben een leger van voorlichters in stelling gebracht om de beeldvorming zelf te creëren in plaats van over te laten aan de schrijvende pers, de talkshow hosts en de sidekicks. Daardoor komen de overwegingen achter het beleid, en de daarbij horende verdeeldheid binnen de fracties, niet meer naar buiten en de interne fricties worden zoveel mogelijk afgeschermd van de buitenwereld.
Verder helpt de nieuwe tijdelijke huisvesting van de Tweede Kamer in het voormalige gebouw van Binnenlandse Zaken, B67, een brutalistisch bouwwerk naast Den Haag Centraal, alias de “bunker”, niet om de interactie tussen Kamerleden onderling en journalisten te faciliteren. Op het oude Binnenhof was die interactie meer vanzelfsprekend. In de nieuwe behuizing heeft iedere partij zijn eigen gang, de journalisten hun eigen koffiekamer, en kunnen Tweede Kamerleden alleen bij de “patatbalie” direct worden aangesproken door de pers. Maar dat probeert men steeds meer te ontlopen.
Het accent in de politieke verslaggeving is van de schrijvende pers verschoven naar de media en dan met name naar de talkshows op tv. Daardoor is er minder ruimte voor brede afwegingen. Het moet amusant zijn om naar te kijken en liefst ook nog een beetje “knetteren”. Zo slaagde de VVD erin bij de Statenverkiezingen voorjaar 2023 de debatten op tv te beperken tot de links-rechts tegenstelling, waardoor Rutte veilig in discussie kon gaan met Jesse Klaver en met Attje Kuiken van de PvdA. De PVV werd zoveel mogelijk door de VVD buitenspel gehouden omdat men daar alleen maar te verliezen had (zoals onlangs is gebleken). Met sociale media kan men zijn eigen achterban bedienen, die daarmee in hun eigen bubbel bevestigd wordt, zonder dat anderen daar invloed op kunnen uitoefenen.
Daarnaast hebben we ook steeds meer te maken met “postpolitiek”, de aanpak van maatschappelijke problemen via deskundigen en experts. De liberalisering van de woningmarkt, de stelselwijziging van de WMO en Jeugdzorg waardoor de gemeenten verantwoordelijk werden voor de uitvoering (en tevens gekort in de verwachting dat het lokaal veel efficiënter kon) en de marktwerking in het algemeen zijn bij coalitieakkoord geregeld en zijn nooit echt in de politieke arena besproken en besloten. Beleid wordt bij voorkeur voorbereid in sectoroverleg met de maatschappelijke partners, en niet in de Tweede Kamer. Zie de klimaattafels, het preventieakkoord, etc.
De verkiezingen gaan vervolgens niet over de echte problemen. Veel wordt doorgeschoven omdat er voor ingrijpende maatregelen geen politiek draagvlak is. Dat geldt voor het klimaat, de volksgezondheid, de volkshuisvesting, de stikstof, de geluidshinder van Schiphol, vliegveld Lelystad. Wat ons rest als debat in de Tweede Kamer is elkaar zwart maken.
Een vlotgeschreven boekje over de wandelgangen in Den Haag.
Sybrand Buma en Diederik Samsom willen niet meer terug naar politiek Den Haag. Niet meer die hijgerige werkcultuur, waar je constant moet letten op wat je zegt en doet. Want: politiek is beeldvorming. En in de huidige social media-samenleving kan van elke zwakte of uitspraak gebruik worden gemaakt. Buma voelde zijn lichaam letterlijk ontspannen toen hij afscheid nam van Den Haag, en schrijver Jan Tromp merkte hoe Buma weer tot zichzelf is gekomen in Ljouwert.
Jan Tromp en Coen van de Ven hebben aan de hand van kennis en tal van anekdotes een voortreffelijke schets van de veranderde verhoudingen tussen politiek en journalistiek gemaakt. Van konkelen in de wandelgangen van het oude en knusse Binnenhof, naar de kille bunker aan de Bezuidenhoudse weg. De politiek houdt de pers op een afstand, en gebruikt die alleen als ze een boodschap hebben. Uit angst voor de kiezer die op drift is geraakt. Uit angst voor je politieke toekomst.
Als alles beeldvorming is, wat voor politiek heb je dan? Als alles uit oneliners bestaat en holle frasen? Dat je niet meer mag twijfelen? En als de journalistiek niet meer direct parlementariërs kan bevragen, maar eerder voorlichters en spindoctors? En, welke zelfkritiek moeten journalisten in politiek Den Haag hebben?
Veel indrukken, meningen en observaties: maar als lezer moet je er zelf ook iets mee doen. Het boek kwam pas echt op gang nadat de stoffige woorden en voorgeschiedenis van Jan Tromp erop zaten. Beklemmend en belangrijk boek.
Hoewel het boek mij meer inzichten gaf in de politiek vond ik het niet interessant geschreven. Vooral het eerste deel (hoe het toen was) ging te vaak nostalgisch beargumenteren hoe vroeger beter was. Ik heb het gevoel dat Jan Tromp iets te rooskleurig naar die tijd terugkijkt. Hierdoor werd mijn motivatie om door te lezen erg afgeremd. Uiteindelijk rond hoofdstuk 6 schudden Coen van de Ven mij wakker. Hij schreef interessante waarnemingen over de hedendaagse politiek.
Toch was het boek als geheel een verzameling van informatie wat ik liever in een andere schrijfstijl en mogelijk door 1 schrijver geschreven had zien worden.
Leest als een soort meta-samenvatting van al die andere boeken die al geschreven zijn over politiek Den Haag. De Patatbalie, de ‘intriges’, de rollende ogen bij de verwijten over de te kleffe relatie tussen politiek en media, hoe het vroeger allemaal beter was: been there, read that.
Voor wie politiek Den Haag nieuw is, is dit leuk; voor wie al die vorige boeken en boekjes al eens gelezen heeft is dit een herhalingsoefening. Jammer! Maar misschien moeten we ook gewoon constateren dat dit het is, rond die dorpspomp in de provincie Nederland.
Een opmerkelijk sterke analyse van de steeds verder veranderde verhouding tussen politiek en journalistiek. Mooi opgebouwd met eerst het perspectief van vroeger, daarna de situatie in het heden en gedurende het boek steeds meer aandacht voor de tekortkomingen van beide tijdperken. Per saldo is dit boek eigenlijk een uitstekende aanzet voor een scherpe discussie hoe politici en journalisten elkaar zouden moeten versterken: want dat de versnipperde verhouding de democratie in deze tijdgeest niet dient, wordt uit dit boek wel duidelijk.
Een journalistieke oude rot en een journalistieke jonge hond nemen samen de Haagse politiek & journalistiek onder de loep. En komen tot soms verrassende conclusies. Welke? Lees het zelf, zou ik zeggen 😁
Leest als een bloemlezing van al wat er de afgelopen jaren gezegd en geschreven is over de politiek - met als risico dat dit boek niet voor iedereen nieuwe reflecties biedt. Naast een boek over de verhouding media en politiek, vooral ook een boek over gebouwen en politiek.
Leuk om wat meer te lezen over hoe de politiek in den haag fysiek werkt. Leest niet echt lekker, vrij slecht geschreven. Dus inhoud 4 sterren, leeservaring 2.