Peter Mertens is een van de weinige partijmensen die boeken schrijft om het brede publiek te overtuigen van een visie. De meeste partijen hopen de staat voor enkele jaren te besturen en enkele graden van koers te veranderen; alleen de PVDA wil haar ondersteboven keren en socialisme op het systeem doen. Vandaar het belang van Grote Boeken die Het Systeem in een ander daglicht stellen.
Muiterij vertelt over een wereld die kantelt. Een deel van de kanteling gebeurt bij de Westerse werkende klasse. Sympathieke vakbondslieden, huismensen en heterodoxe economen passeren de revue om te illustreren hoe de weinige groei die er nog is, de gewone mens niet meer te goede komt. Er wordt gestaakt, de traditionele politieke partijen gaan achteruit. So far so familiar, daar lazen we al een paar boeken met Peter op de cover over.
Maar nu komen de oorlog met Rusland, Vijay Prashad en de geboekstaafde opwinding van het wereldgebeuren erbij. Het Zuiden moge dan misschien geen linkse boegbeelden meer aanleveren, veeleer een "veelkleurig" verzet (van alle eufemistische Mertensismes spant deze de kroon), maar het weigert vooral om in de pas van het Westen te lopen — aldus de globale Muiterij. Van Sankara bij de liga van Ongebonden Landen, tot Lula die de NAVO-landen de levieten leest: 't is gedaan met het unipolaire moment van de VS. Ook al blijft de individuele burger arm, het Zuiden wordt economisch sterker en laat zich niet meer onderdrukken.
De grote verdienste van Muiterij is dat het een economische geschiedenis, die een honderd jaar en vijf continenten omspant, didactisch en joviaal vertelt. Thatcher en Reagan doen neoliberalisme, het IMF dient globaal kapitalisme, shocktherapie, structural adjustment programs, troika, sellers' inflation. Het systeem doet de bezitlozen het hardst opdraaien voor alle schokken die het ondergaat. Elke meter die de rijkste klasse of landen vooruit gaat, cementeert de achterstand van de arbeiders/derde wereld. Weinigen doen nog moeite alle dagelijkse flarden tot een geheel te weven, en hiervoor verdient Mertens lof — als het verhaal klopt tenminste.
Wat het ook moge wezen: wat doe je ermee? Socialisme? Dat woord wordt in dit boek maar twee keer schuchter gepreveld. Het probleem is vooral monopolies, oneerlijke wereldhandel, diplomatieke arrogantie. Aha, problemen binnen het kapitalisme, niet het kapitalisme as such. Want die opkomende landen, India, Brazilië, die nu blijkbaar een bovendekse muiterij voeren omdat ze economisch sterker worden, zijn ... kapitalistisch. En zijn sterker geworden door dat kapitalisme. Enkele zinnen over Amerikaanse agressie tegen andermans publieke eigendom niettegenstaande (quod het genationaliseerde koper van Pinochet, het MITI van de Japanse overheid, de genationaliseerde Saudische olie en-ga-zo-maar-verder?), trekt de discussie over ontwikkeling binnen het kapitalisme een naad open die nooit deftig ingenaaid was. Dat India en Brazilië zich kunnen doen gelden, is een gevolg van hun verregaande integratie in het wereldkapitalisme, net zoals China dat eerder inzag.
Bernstein schreef het al in de 19e eeuw: de kwalen die Marx aan het kapitalisme toeschrijft, zijn vooral te wijten aan de overgangsfase naar het kapitalisme. Die overgang kan falikant mislopen en een samenleving ontwrichten, en ook indien succesvol doet de plotse ontwikkelingsruk oude structuren omvallen. Maar eens de motor op gang, groeit een bepaalde gedeelde welvaart, vernauwt de afstand tussen rijke en arme landen, wordt een interne herverdeling mogelijk. Tegenstellingen worden mettertijd zachter, niet scherper. Aldus de sociaaldemocratische ketterij.
In zekere zin is Muiterij dus een viering van de kapitalistische opkomst van de periferie. Die ongebonden landen moeten toen evenmin als nu geromantiseerd: de conferentie van Bandoeng was even goed samengeroepen om de globale Euro-Atlantische dominantie te vervangen door lokalere tirannie, zoals Sukarno's expansie naar Papua Guinea, de Indische bezetting van de noord-oostelijke staten, en Chinese grensspelletjes met Vietnam, Taiwan en de Sovjet-Unie uitwijzen. Dat Rusland zich op Oekraïne kan storten, Venezuela Guyana bedreigt en Rwanda rotzooit in buurlanden, zijn allen aanvallen op de "Westers-geleide wereldorde". Maar is het de voorbode van een ander, eerlijker geopolitiek pact? Of herhalen opkomende staten gewoon de stappen van staten die eerder opkwamen?
De wereld kantelt verder, zoals ze al kantelde; hoopgevend voor landen die machtiger worden, vermoeiend voor ontwikkelde landen die opgebruikt zijn. Voor die laatsten is de weg vooruit al helemaal onduidelijk. Wat de eersten betreft: matrozen die zeeziek worden in een storm, durven de kapitein al eens uit z'n ambt te ontzetten. Gelukkig staan de Muiters nu aan het roer: het zal wel snel mooi weer worden, zeker?