2025 is het jaar van eerste keren voor mij.
De eerste keer dat ik een verse novel lees. Het was een schot in de roos. Dit verhaal over een 17-jarig Berlijns meisje op het einde van de oorlog is beklijvend. Ik had nog maar zelden een oorlogsverhaal vanuit dit perspectief gelezen. Pluim voor de originaliteit dus, maar nog veel meer voor de verwoording. Ik heb zo hard genoten en probeer hieronder de oorzaken van dit leesgenot te verwoorden.
Ten eerste: de (voor mij) radicaal nieuwe vorm. De zinnen zijn kort en goed bedacht in stukken gekapt. Enter: vaart in het verhaal. Het fascineert me hoeveel je kan zeggen met zo weinig woorden. Er komen heel wat personages voor in het verhaal, sommige verdwijnen al na één of twee zinnen, maar ze blijven toch hangen. De vrouw uit het hoofdstukje 'Dorp' (p. 159) zal ik nooit vergeten. Je leest snel, maar wilt vertragen, door alle parels.
'Bedankt',
is het eerste wat het meisje hijgt.
Een woord dat geen antwoord hoeft. (p. 189)
(...)
'Bedankt',
zei ze nog een keer,
alsof het woord
pas na herhaling
betekenis krijgt. (p. 191)
Ten tweede doordat je, vanaf de eerste zin, in het verhaal gezogen wordt. Je bént daar: in de kelder, in de kast, in de schuur, in de greppel, op de trein. Het is makkelijk om je te identificeren met het meisje. Er staat geen woord te veel. Deze beknoptheid verhoogt de urgentie van elk woord.
'Binnenkort is het voorbij',
probeer ik,
maar we weten
beiden beter.
'Het zal nooit voorbij zijn.
Ik zal voor altijd moeten leven
met wat ik heb gezien.' (p. 143)
Ten derde: door de slimme lay-out (flashbacks staan rechts op de pagina's, het verhaal links) kan de auteur heel efficiënt schrijven, met enkel de noodzakelijke woorden. Uitroeptekens worden overbodig als je één zin in het vet en groot van de pagina kan doen laten springen.
ZIJ
HADDEN
ME
MOETEN
BESCHERMEN
Ten vierde: de stomp in de maag, zo typisch bij kortverhalen (is dit een kortverhaal?). De angst, de dreiging, de wreedheid, het uitzichtloze, de twijfel tussen trouw zijn en je eigen leven redden; alles komt in dit verhaal aan bod. Het vervagen van normen, zo eigen aan oorlogssituaties, is wat me het meeste trof. Net wanneer alle hoop verloren lijkt, komt er een sprankje hoop, in de vorm van een lotgenote.
Ten slotte: de anaforen, metaforen, alliteraties zijn zo goed ingezet, het taalplezier spat van de pagina's.
Conclusie: voor de tweede keer in een week tijd rep ik me naar de boekhandel. Dit boek vraagt om herlezing. Ik heb het gevoel dat ik niet alle schatten tot mij genomen heb. Een aanrader!