‘Ons leven speelt zich af tussen heimwee naar het vertrouwde en een verlangen naar het onbekende. We willen ons geborgen weten en we dromen van een elders. We zijn op zoek naar een plek die ons beschermt en bijeenhoudt, en we worden voortgedreven door een verlangen naar de verte.’
Zo begint deze filosofische memoir, waarin Joke J. Hermsen een diepgaande analyse geeft van het ambivalente menselijke verlangen naar geborgenheid en de lust om eropuit te gaan. Ze onderzoekt in dit persoonlijke verslag van een zomer vol omzwervingen de vraag waar we nog thuis kunnen zijn in de wereld. Ze houdt ook haar eigen heimwee scherp tegen het licht, die haar al sinds haar kindertijd achtervolgt.
In een boeiende dialoog met denkers en dichters als Hannah Arendt, Maya Angelou, Rainer Maria Rilke, Lou Salomé, Friedrich Hölderlin, Simone Weil en Ingeborg Bachmann schetst Hermsen de ervaring van vervreemding en thuisloosheid, en de hoop op een thuiskomst in verhalen, herinneringen en politieke verbondenheid.
Joke Hermsen heeft een prachtig nieuw boek geschreven over thuiskomen, heimwee, verlangen, wortelen, er-zijn en leven in verbinding met anderen en met jezelf. Dit is zo'n boek waarbij ik bijna alles wilde onderstrepen en bijna alles wil citeren. Het boek is een fijne balans tussen zowel het eigen verhaal en leven van Hermsen als hoe er in de filosofie en door grote denkers is gedacht over thuis-zijn. Joke Hermsen is kwetsbaar, spaart zichzelf niet en de combinatie met poëzie en literatuur maakt het geheel erg doorleefd. Het is alsof ze haar levenslessen, bijvoorbeeld rond het moederschap, als een wijze moeder/tante/zus deelt met jou als lezer. 'Onder en andere hemel' is één van de beste boeken die ik dit jaar heb gelezen, aanrader!
Wat een boek: het bevat zo veel. Ideeën, quotes en theorieën van boeiende mensen (voornamelijk vrouwen, yes), dagboekachtige fragmenten, filosofische beschouwingen en natuurbeschrijvingen die je zin geven om er op uit te trekken.
Hermsen schrijft over het verlangen erbij te horen maar ook het steeds weer er op uit willen trekken. Ze bespreekt begrippen als heimwee, nostalgie, vertepijn, fernweh en homelessness - hoe ze overeenkomen én verschillen. Dat doet ze door (op papier en in haar hoofd) in gesprek te gaan met onder andere: James Baldwin, Maya Angelou, Virginia Woolf, Deborah Levy, bell hooks en Annie Dillard. Aan deze opsomming, die helemaal mij is, zie je al direct wat het boek teweegbrengt bij lezers: het roept bij elke lezer iets anders op. En dat kan ook nog eens per lezing verschillen. Iedereen haalt er op elk moment iets anders uit; het bevat zo veel ideeën dat je niet alles evenveel aandacht kan geven.
Je gaat zelf ook nadenken over je eigen leven. Wat maakt voor mij een huis tot een thuis? Moet een thuis een huis zijn of kan het ook gaan om thuiskomen in schrijven of in lezen? Je kan letterlijk maar ook figuurlijk thuiskomen. Hoe bepalen herinneringen je verleden maar ook heden en toekomst? Waarom zijn er zo veel schrijfsters bewust kinderloos gebleven? Denk aan: Bachman, Woolf, Salomé,…
Feminisme, #metoo, seksueel misbruik en het huis als onveiligste plek voor een vrouw vormen een boeiende, pijnlijke én herkenbare, onderhuidse rode draad doorheen het boek. Hermens verhaal is uniek en universeel, jammer genoeg.
Onder een andere hemel leest heel vlot, zet je aan het denken en geeft zin om verder te lezen (met behulp van de handige lijst achteraan het boek wordt dat eenvoudig). Het ideale gezelschap op een gure herfstdag.
Misschien is het niet 'liefde boven alles' maar wel 'vrijheid boven alles'. En is de ultieme vrijheid in de eerste plaats kunnen thuiskomen in (het vreemde, het ongrijpbare in) jezelf. "Thuis is waar al je pogingen om te ontsnappen ophouden."
“Men is redelijk voor zoverre men de wereld liefheeft.” (Simone Weil)
“Wat me voor ogen stond was een tekst waarin leven, denken, verbeelden en schrijven op zo’n manier zouden samenkomen dat de grenzen tussen filosofie en literatuur zouden vervagen.” (Joke Hermsen)
Dit boek gaat in de kern over drie begrippen: 1. Heimwee: een verlangen naar de fysieke lokatie die je thuis noemt. 2. Nostalgie: een verlangen naar verstreken tijd, zoals jeugd. 3. Vertepijn: een verlangen naar ergens anders zijn. De relatie tussen deze drie begrippen is dat ze alle drie een verlangen zijn naar iets dat er niet of niet meer is. Mijn portée van dit boek is dat Hermsen betoogt dat heimwee, nostalgie en vertepijn alledrie eenzaamheid in vermomming zijn. De vraag die zij ons stelt, is wat de meest duurzame oplossing is voor deze eenzaamheid: liefde of ouderdom.
Aantekeningen voor mezelf gemaakt. Één grote spoiler.
Zwerven Om dit mooie boek tot een paar begrippen te reduceren, is het onrecht doen. Hermsen schrijft ook over denken, met passages over filosofie, filosofen, schrijvers en dichters; over schrijven met verwijzingen naar denkers over literatuur en poëzie; en over leven en liefde. En dat allemaal in een vorm die deels analyse of reflectie te noemen is en deels ronduit literatuur. Komt dit op u over als een ratjetoe? - dat is het niet, het is een coherent boek dat de lezer meeneemt in een verhaal naar je-hebt-geen-idee-waarheen. De achterflap noemt het een “filosofisch memoir”. Dit boek maakt geen punt, is niet doelgericht, maar meandert, zwerft. ‘Not all who wander are lost’, luidt een spreekwoord in het vaak zo doeltreffende Engels; het is van toepassing op dit mooie boek dat zwerft in de wereld van ons eenzame hoofd, ons denken en voelen. Het zwerven neemt zodanige vormen aan dat Hermsen zich op enig moment voelt als een schepershond wiens taak het is om de kudde bijeen te houden.
Hermsen schrijft de volgende uitspraak toe aan Salman Rushdie: “Jeugd is een land waaruit we allemaal zijn geëmigreerd.”
“Ons ik of ego - en alle ambities die je koestert - belemmert de ontwikkeling van ‘een goede en waardige’ ziel, omdat het een ‘scheidende en egoïstische instantie’ is. Maar ten diepste, dat wil zeggen op zielsniveau, zijn we sociale wezens, die zich met anderen verbonden willen weten en het ‘goede’ willen nastreven.”
Next door together Op enig moment in haar leven leeft Hermsen een interessant experiment. Haar partner en zij gaan uit elkaar maar blijven toch bij elkaar: ze hebben ieder een etage in hetzelfde pand waar hun kinderen en zij zelf vrijelijk tussen heen en weer bewegen. Deze manier van leven, die ze omschrijft als “living next door together”, houdt helaas op te bestaan zodra er een derde persoon bij één van de twee intrekt. Ze concludeert melancholisch: “Idealen houden helaas zelden stand. Mensen veranderen, verhoudingen veranderen, niets laat de tijd onberoerd. Leven is afscheid nemen en ergens anders een nieuw begin maken.”
Autonomie en overgave Hermsen vertelt over haar levenslange fascinatie voor de dichter Rilke en de Russische Lou Salomé. De grote Russische dichteres Marina Tsvetajeva heeft volgens Hermsen Rilke overigens “de ware incarnatie van de dichtkunst zelf” genoemd: “Wat kan een dichter na u nog doen? U bent een onmogelijke opgave voor jonge dichters.” Deze Salomé heeft met de filosofen Nietzsche en Paul Rée een Platonische ménage à trois gehad, een huishouden met zijn drieën, die mislukt. Beide mannen willen een liefdesrelatie met haar en het is Nietzsche die door haar afwijzing boos wordt en vertrekt. De parallel met Hermsens leven is treffend. De afwijzing treft overigens niet Nietzsche, Salomé wijst elke man af, ze wil onafhankelijk van een man leven. Met Rilke beleeft Salomé een periode een liefde waarin het geestelijke en het lichamelijke samenvallen, maar zij wil toch minder opofferen dan hij van haar vraagt. Hermsen constateert: “Altijd lijkt het in de liefde om dat broze evenwicht tussen autonomie en overgave te gaan.”
De praktijk van de liefde “Voor Rilke zal hebt altijd een keuze blijven: levenskunst of een leven dat geofferd wordt aan de kunst. Hij kiest voor het laatste: ‘Werken is leven zonder te sterven.’ De gedroomde liefde zal het voortaan boven de geleefde stellen, en het huis van de poëzie boven elk ander huis. De geliefde moet een droom blijven, een visioen, als Eurydice, die hij, als Orpheus, steeds opnieuw moet verliezen.” “Lou Salomé meent daarentegen dat het voortduren van een liefde vooral afhangt van de mate van vrijheid die we de ander gunnen. Het is zaak om zo ver mogelijk bij bezitsdrang of ‘eenwording’ van het stel vandaan te blijven.” Zelf worstelde Hermsen met dit dilemma: “Hoe nog ‘vreemd’ te blijven aan de ander als je een huis en kinderen met elkaar deelt?” Zij en haar geliefde probeerden de beknelling van een huwelijk voor te zijn “met vrijheid, met werkplekken elders en met andere liefdesverhoudingen”. Ze hielden dit twaalf jaar vol, en toen: “het verlangen naar ‘bezit’ bleef opspelen, de eenzaamheid eiste haar tol, en uiteindelijk besliste de stem van een derde.”
Rilke woont in Parijs, een stad die hij verafschuwt. Hij voelt zich geen plek thuis, alleen in zijn gedichten. Ook bij Hermsen komt heimwee (eenzaamheid?) op gezette tijden “bedaard aan mijn voeten liggen”, of “naar me staan blaffen”.
“‘De literatuur moet geroemd worden vanwege haar wanhopig onderweg zijn naar een taal die nog nooit geregeerd heeft,’ schrijft Bachmann in Literatuur als utopie, en ‘is daarom de hoop van de mensen.’”
Eenzaamheid Hermsen legt nog eens een keer het verschil tussen eenzaamheid en alleen zijn uit, geduid met de Engelse begrippen solitude en loneliness. Solitude is zelfverkozen ongestoord alleen zijn waarbij je weet dat anderen op de achtergrond aanwezig zijn en naar wie je kunt terugkeren. Bij loneliness zijn die anderen verdwenen, het is een “gevoel van verlatenheid.”
“Waar je vandaan komt is er niet meer, waar je dacht heen te gaan is er nooit geweest, en waar je bent deugt niet als je er niet van weg kunt.” (Flannery O’Connor)
“Hoe ver we ook reizen, thuis zal altijd het gebied van onze kindertijd blijven; ‘we kunnen dit thuis nooit verlaten’, omdat we er voor het eerst een ‘eigen plek moesten vinden.’” (Maya Angelou)
“Je kunt het verleden wel proberen te beschrijven, maar onschadelijk maken kun je het niet. Je beleeft het allemaal opnieuw, maar dan als persoon die je in de tussentijd geworden bent. Wat er terugkeert uit de vergetelheid wil opnieuw gehoord worden. Mijn veertien jaar oude zelf was teruggekeerd, het meisje dat zweeg en stoer deed en jaren later mijn slaap kwam ontregelen. We dragen een koor aan dubbelgangers met ons mee, al die vroegere versies van onszelf, die soms in de stilte van de nacht naar voren treden. Want we moeten zoveel vergeten om te kunnen voortleven. (…) Het vergeten is het ware geheugen.”
“Het verlangen naar de verte kwam naar mijn idee niet zozeer uit een tekort voort, maar eerder uit een verlangen om een plek voor een teveel te vinden, een teveel aan levenslust, aan dromen of verbeeldingskracht. Misschien was elke vorm van idealisme wel de uiting van verteverlangen, opperde ik.”
“Pas nu drong de noodzaak van het rilkiaanse project van ‘verinnerlijking’ goed tot me door. We komen pas thuis in de wereldbinnenruimte door niet alleen met verwondering en verbeeldingskracht naar de wereld om ons heen te kijken, maar ook zo aandachtig mogelijk naar het ruisen van de verloren tijd in onszelf te luisteren.”
“Want de tijd heeft, op z’n minst, twee gezichten. Er is een tijd die we ‘hebben’ en meten, en er is een tijd die we ervaren en zelf zijn.”
Taal Na een uitgebreide passage waarin Hermsen zich verwondert over de langdurige afwezigheid van vrouwen in de filosofie, bespreekt zij de schrijfster Ingeborg Bachmann, waarop ze is gepromoveerd. Bachmann schijnt te hebben gevonden dat literatuur er niet voor dient om gelukkig van te worden, want dat kunnen we ook wel zonder literatuur. “Een boek moet de bijl zijn voor de bevroren zee in ons.” Woorden van Kafka, door Bachmann geciteerd, volgens Hermsen - een dubbele citering inderdaad. Hermsen vertelt over Bachmanns roman Malina, waarbij Malina het mannelijke alter ego is van de hoofdpersoon die probeert te schrijven over haar herinneringen. “Maar ze kan alleen maar schrijven met behulp van haar mannelijke alter ego in een door patriarchale denkbeelden gedomineerde taal.” Die taal zou vervreemdend voor haar zijn “omdat hij is vormgegeven door haar ‘volkomen vreemde denkwijzen’. Tegelijkertijd heeft ze de taal nodig om de ’dunkle Geschichte’ van haar verduisterde herinneringen te kunnen vertellen.” “(…) telkens vindt ze de taal op haar pad.” Is dit niet de makke van de filosofie? denk ik dan. De discipline die zich werpt op het instrument met een instrument dat hetzelfde is als het instrument dat ze probeert te ontwarren? Ook Hermsen ontkomt er niet aan op gezette tijden behoorlijk hermetisch en abstract te formuleren. Zo schrijft zij dat ze pas jaren na haar proefschrift tot het inzicht kwam dat waar zij over schreef, de onmogelijkheid van de herinnering (kijk, dit bedoel ik met hermetisch en abstract), vooral werd gevoed door verdrongen herinneringen in haar eigen leven. Daarover niets in haar proefschrift, verder ongetwijfeld veel andere taal en duiding, maar wat zijn die waard zonder dat grote inzicht in haar eigen herinneringen? Hermsen voert dialogen tussen het schrijfster-personage en haar alter ego uit het boek van Bachmann aan als ‘bewijs’ voor patriarchale onderdrukking van vrouwen door mannen. Maar dit zijn dialogen die zijn bedacht door een schrijfster die dat punt wil maken. Ongeschikt bewijs, natuurlijk, want dat is wc-eend die wc-eend adviseert… Hermsen schrijft over dat taal voor dakloosheid kan zorgen, over een “Heimat der Heimatlosen”, over op weg zijn naar een land dat nog niet bestaat… “Alleen in de strijd tussen het herinnerbare en onherinnerbare kan er zicht op nieuw land ontstaan. ‘Taal is de straf,’ schrijft Bachmann, ‘maar tegelijk onze enige hoop.’” Wat bedoelt ze toch met al deze woorden en zinnen? Hoop, waarop? Straf, waarvoor? Zou dit soort gefilosofeer iets bijdragen aan het leven, aan de werkelijkheid, of is het toch echt vooral rondjes om je eigen navel draaien binnen de taal? “Orakelend verkondigen”, noemt Hermsen het zelf als ze over Heidegger schrijft. Ze twijfelt er aan of ze deze filosoof begrijpt. Wat voor velen en breder ten aanzien van de filosofie geldt. Hermsen citeert Flaubert: “Met mijn verbrande hand schrijf ik over het wezen van het vuur.” Om nog maar eens te wijzen op de makke van de filosofie dat taal zowel instrument als onderwerp is.
Verliefd op zichzelf De verhaallijn in dit boek is een reis door Europa die Hermsen maakt langs schrijvershuizen, huizen waar schrijvers hebben gewoond. De selectie is van de schrijvers is willekeurig, namelijk haar eigen voorkeur of fascinatie. In Heidelberg zoekt ze naar het huis waar Hannah Arendt heeft gewoond. Ze vertelt dat Arendt er terechtkwam na gevlucht te zijn voor een liefdesrelatie met de getrouwde filosofieprofessor Heidegger, elders. In Heidelberg studeert ze filosofie bij Karl Jaspers om haar gebroken hart tijd te geven om te helen. Hermsen beschrijft hier één van de meest mysterieuze en fascinerende aspecten van heimwee naar aanleiding van een studie van Jaspers naar heimwee en depressie onder dienstmeisjes van het platteland die bij gezinnen in de stad inwoonden. Jaspers schrijft over heimwee, eenzaamheid en angst voor de werkgevers. “Maar hij ontdekte ook dat in de meeste gevallen de verhouding tot hun ouders liefdeloos of gewelddadig van aard was; een terugkeer naar huis zou hen niet van de heimwee verlossen.” Dát dus, heimwee die bij het medicijn, terugkeren, niet overgaat. Heimwee is dus niet het verlangen naar thuis, maar naar een eigen gevoel over dat thuis, werkelijk of niet. In die zin lijkt het sprekend op die andere geromantiseerde verdwazing: verliefdheid. Verliefdheid gaat niet over de persoon die wordt aanbeden, maar over de eigen projecties op die persoon. In zekere zin is een verliefde het op zichzelf… Vandaar dat vaak na ongeveer een jaar relaties in zwaar weer terecht komen, omdat rond die tijd de werkelijkheid de projecties heeft ingehaald, en de persoon in kwestie ‘tegenvalt’, wederzijds.
Ongelukkige liefde en eenzaamheid Een rode draad die als zodanig onbenoemd door dit boek loopt is ongelukkige liefdes. Allereerst die van de auteur en haar living apart together-experiment, en verder Hannah Arendt en Heidegger, Ingeborg Bachmann en Max Frisch, Friedrich Hölderlin en de moeder van zijn oppaskinderen, Lou Salomé en Reiner Maria Rilke, allemaal gepassioneerde liefdes die niet mochten zijn. Hermsen stelt zichzelf en ons de vraag of het de taal is waarin de mens thuiskomt en kan wonen. Verderop beschrijft ze het gevaarlijke werk van filosoferen (in taal!) aan de rand van het kenbare; volgens Hermsen is dat flirten met waanzin. Het enige medicijn tegen die waanzin is dat er iemand liefdevol op je wacht. Liefde, misschien is dát waarin de mens kan thuiskomen. Misschien is liefde de enige remedie tegen heimwee en vertepijn? “Ach, de liefde.” verzucht Hermsen. Zullen we de liefde ooit kennen, ooit begrijpen op een manier dat ze duurzaam kan worden? Tot dat moment zal vroeg of laat de eenzaamheid die ieder van ons in zich meedraagt, de kop opsteken en het knagende gevoel van gemis veroorzaken dat we ook wel omschrijven als heimwee en vertepijn. Hermsen citeert in haar slotpassage het gedicht Abentphantäsie van Hölderlin. Dat gedicht begint als een idylle, met thuiskomende schippers, rustende arbeiders in de avondzon en vrienden die een maaltijd delen. En dan opeens begint strofe drie met “Wohin denn ich?”, waar kan ík heen? De spreker voelt zich alleen onder de onmetelijkheid van de sterrenhemel: “(…) und einsahm, / Unter dem Himmel, wie immer, bin ich.” Hölderlin besluit zijn gedicht met dat het de jeugd is, die rusteloos teveel verlangt - de ouderdom, die vanzelf komt, zal rust brengen. Is dan toch niet de liefde, maar de ouderdom het tegengif tegen onze eenzaamheid en haar vermommingen van heimwee en vertepijn?
Joke J. Hermsen verkent heimwee en de drang om te vertrekken en doorweeft het met de schrijfsels van een hele hoop filosofen en schrijvers en soms draait ze heel veel rond de pot en denk je, ze kan toch niet nóg meer Rilke citeren, en soms vertelt ze wonderlijke passages zoals toen ze negentien jaar was en James Baldwin ontmoette
Dit boek heeft zo veel mooie quotes, het is lastig om er eentje te kiezen. Maar deze vond ik goed de strekking van de roman weergeven:
“We denken en spreken op z'n minst met twee stemmen, we denken na over het verleden en we dromen van de toekomst, we hebben heimwee naar geborgenheid en we verlangen naar de verte, we houden ons zowel in een buitenwereld als in een binnenwereld op. Pas als we dromend, denkend of dichtend van die dubbelzinnigheid gestand doen, kan er sprake zijn van een ‘wereldbinnenruimte’, en dus van een ‘thuis’.”
“Met een vaas vol rozen in mijn handen trof ik haar, zoals altijd, te scheef zittend achter haar bureautje aan. Ze was zo diep op haar tekst geconcentreerd dat ze niet eens merkte dat ik in de deuropening stond. ik moest denken aan de middag dat ik haar voor het eerst, toen ze een jaar of zeven oud was, volkomen verdiept in een boek op het balkon had zien lezen. Ze hoorde niets meer van wat er buiten in de wereld gebeurde, het boek had haar eigen binnenwereld ontsloten. Het had me zowel ontroerd als gerustgesteld. Er zou voortaan altijd een verhaal zijn waarin ze onderdak kon vinden. Ik zette de rozen voor haar neer, waarna ze verrast naar me opkeek. Voor jou, dacht ik, aan wie ik niet voor niets de Griekse naam voor roos heb gegeven.”
Het boek leest als een soort hommage, mémoire, reisgids en zelfonderzoek ineen: de auteur laat leven en werk van een aantal favoriete – behalve Rilke en ten slotte Hölderlin, vooral ook vrouwelijke – dichters en denkers (o.a. Salomé, Bachmann, Arendt) de revue passeren, waarbij literaire beschouwingen ‘over heimwee en vertepijn’ worden afgewisseld met – soms nogal indringende – persoonlijke herinneringen van de schrijfster zelf. En onderwijl word je meegenomen naar en door Frankrijk, Drenthe en Duitsland. Een niet-onaangename leeservaring en dito kennismaking met het werk van Hermsen, wat mij betreft. Verder nog een beetje ‘mansplaining’ hier: twee redactionele missertjes vielen (mij als bèta) op waarvan ik vermoed dat op die plaatsen de voorkeur is gegeven aan mooi klinkende zinnen boven wis- en natuurkundig accurate taal; voor zover ik weet drijven fietsen niet in/op grachtenwater (blz. 37) en is de ‘diameter’ een grootheid, niet een eenheid (blz. 194).
“In het verruimen van de grenzen van de taal zullen we niet alleen de grenzen van de wereld en van de literatuur, maar hopelijk ook die van de liefde verbreden.”
Ik heb zó genoten van dit boek, heb er in gewoond voor een week en nu heb ik heimwee omdat het uit is.
Misschien wel het mooiste boek wat ik ooit heb gelezen. Het gevoel van een constante vorm van heimwee maar daartegenover ook altijd een verlangen naar avontuur en weg gaan, is precies hoe ik mij voel.
Middels het persoonlijke verhaal van Joke, waarbij ze op een knappe manier de gedachtes en werk van andere filosofen en poëten combineert, kaart ze verschillende thema’s aan die te maken kunnen hebben met dit heimwee vs vertepijn gevoel.
Naast dat het mij erg aan het denken zet, en ik beter begrijp waar deze gevoelens vandaag komen, is het ook echt prachtig geschreven. Het hele verhaal is goed te volgen, terwijl er toch behoorlijk wat filosofische en poëtische stukken in zitten (waar ik normaal al snel een beetje lost in ben), die dan weer zo onwijs prachtig geformuleerd waren dat je er helemaal blij van werd.
Meereizend met Joke aangevuurd door haar inspirerend schrijven. Een reis door haar leven waar een opus groeit met haar vele filosofische thema’s ( de tijd voorop) betrokkenheid ( vrouwelijke filosofen) en engagement ( Rosa Luxemburg…) dwarrelende door haar jeugd en trauma en zo intens voelen begrijpen wat heimwee, vertepijn…is en hoe dit mooi kan samenvallen in een gelukkig weids gericht leven. Wat een rijkdom “ onder een andere hemel “ deze filosofische autobiografie. Vijf dus !
Mooie, lekker continentale poetische meanderende filosofie vanuit POV. Ik zag Joke Hermsen ooit in de Foodhallen (of all places, verschrikkelijke plek) in haar eentje aan de bar zitten, ze leek ergens over te mijmeren en het trof me gewoon. Hoe vaak zie je dat nou, een vrouw van middelbare leeftijd, alleen, denkend, content ogend? Ik genoot van het aangezicht. Ik stelde me dit beeld tijdens het lezen voor, maar dan in Tübingen en Drenthe en Göttingen.
'Het ambivalente gevoel van heimwee én verteverlangen is altijd bij me gebleven. Hoewel het op het eerste gezicht tegengestelde gevoelens lijken te zijn, zijn ze voor mij de uitdrukking van eenzelfde verlangen. Het is een verlangen naar iets wat ontbreekt, zoals vrijwel alle verlangens door een ontbreken worden aangedreven, maar het is ook een verlangen naar elders. Dit 'elders' is moeilijk te benoemen, maar het lijkt, vreemd genoeg, uit iets anders dan slechts een gebrek voort te komen. Hier begint het verteverlangen iets onbevattelijks te krijgen. Het is alsof er iets in mij overstromen wil, dat de grenzen van mijn 'ik' niet in acht wil nemen. Het wil zich over mij heen uitstrekken, om zich juist te 'ontdoen' van een 'teveel' of een surplus aan zijn. Ik wil terug naar een elders, waar het nabijer schijnt.'
Op zich vertelt Joke Hermsen een mooi autobiografisch en interessant verhaal, maar voor mij te gelardeerd met tig filosofen, kunstenaars, schrijvers en hun theorieën en ideeën. Als ze de hoek van de straat omgaat, moet ze denken aan…… bladzijden lang een verhandeling van een filosoof. Als ze het raam opendoet en er een zacht briesje langs haar wang strijkt, denkt ze aan….bladzijden lang citaten van een schrijver of een kunstwerk, waarvan de schilder eenzelfde sfeer oproept. Voor mij te gekunsteld en het te graag op een intellectueel niveau willen tillen. Alsof ze geen keuze kan maken tussen een roman en een academisch proefschrift.
Over ontheemdheid, heimwee en verlangen naar elders. Mooie bespiegelingen over Rilkes Elegieën van Duino, Lou Andreas Salome’s werk en Ingeborg Bachmann. (Zeer benieuwd naar Undine.) aandacht voor Salome’s kritiek op Freud wat betreft de vroege levensjaren en haar ideeën over het verlangen naar eenheid met de moeder (een pretalige eenheid/ geen taal geen ego). Desondanks beschouwt Hermsen de taal als route naar thuiskomen bij jezelf.
Veel stof tot nadenken. Fijne essays. Las ze bijna synchroon met Niets te verliezen en toch bang van Renate Rubinstein. Past goed bij elkaar,
Het thema heimwee en verteverlangen sprak me meteen aan. Het maakte me nieuwsgierig naar hoe Hermsen dit gevoel zou verwoorden. In dit boek beschrijft de Nederlandse filosofe een ervaring die ik maar al te goed herken: je bevindt je op een plek en een moment waar alle ingrediënten aanwezig zijn waar je zo vaak naar verlangt. Alles is “perfect”, precies zoals je het je had voorgesteld — en toch knaagt er iets. Een vaag, onbestemd gevoel dat je niet meteen kunt plaatsen. Zo ook op momenten die juist feestelijk zouden moeten zijn, zoals je eigen verjaardagsfeestje. Iedereen is aanwezig, alles verloopt zoals gepland, maar plots voel je de behoefte om even stil te staan, om een balans op te maken van waar je nu staat in je leven. Hermsen weet dit heel mooi en herkenbaar te verwoorden. Interessant zijn ook de passages waarin ze citaten en inzichten van overleden auteurs verweeft met haar reflecties. Af en toe verliest ze zich daarin echter wat, doordat sommige literaire verwijzingen — bijvoorbeeld naar Malina van Ingeborg Bachmann — misschien iets te uitgebreid worden uitgewerkt en naar mijn gevoel wat compacter hadden gemogen.
Waarom lukt het Joke Hermsen niet om te schrijven in haar Bourgondische huis in Frankrijk? Alle voorwaarden zijn toch aanwezig; rust, een wijde blik, alleen zijn. Ze heeft ‘heimwee’ naar een thuis. Maar wat betekent dat? Dit is de start voor haar zoektocht via talloze schrijvers en dichters, waarvan Ingeborg Bachman en Rainer Maria Rilke het meest prominent aanwezig zijn. Het is een mooi en lezenswaardig boek dat me toch niet helemaal tot het einde kon boeien. Het sterkst is het op momenten dat Hermsen zichzelf wérkelijk in de strijd gooit - dus niet via literaire bronnen spreekt. Dan komt er leven in en kan ik thuiskomen in haar taal. Want dat is uiteindelijk de conclusie (lijkt mij): in de taal kunnen we thuiskomen. Al blijft er mét het schrijven van een verhaal ook altijd een ander verhaal ongeschreven. Het gat in onze ziel? 3,5 *
Een boek dat naar me riep... en het stelde niet teleur. Ik was de draad soms even kwijt, tussen alle dichters en filosofen. Maar dat is niet erg, want op het einde van het boek las ik immers: tijd is hoop. Dus dit wordt zo'n boek voor in de kast, dat ik terug kan vastnemen. En wie weet kan ik een beetje thuiskomen.
Ik dacht dat ik deze review al geschreven had..? Ik kan me namelijk bijna woord voor woord herinneren hoe hij eruit zag. Maar misschien ben ik gewoon zo intensief met dit boek bezig geweest in mijn gedachten dat ik hem in mijn hoofd al klaar had maar nooit heb opgeschreven. Wie zal het zeggen, of het nu een glitch van Goodreads was of niet; het is wel toepasselijk aangezien dit boek me zowel letterlijk als figuurlijk in beweging heeft gezet. Zoals degenen die mijn reviews vaker lezen wel weten, lees ik Joke Hermsen haar boeken graag en vaak met veel plezier. Of het nu haar filosofische essays betreft of haar fictieve romans; de manier waarop ze schrijft en de thema's die ze beschrijft weten mij altijd te beroeren én zetten me aan het denken. Het inbeelden van werelden, plaaten, concepten en gevoelens die ze omschrijft maar ook het denken daarná; hoe dit te integreren, hoe zie ik dit voor mezelf en om me heen? Hoe kan ik dit doordenken- en doen? Dat alles met een magisch randje; de diepte zien in alledaagse dingen, iets mystieks dat ik in haar werken terugvindt en ingrijpt op mijn voorliefde voor zelfkant, diepte en magie. Dat alles doet dit boek ook voor mij, maar ik ervaar een extra dimensie die er in dit werk aanwezig was die ik voorheen niet zo terugzag; een persoonlijke kwetsbaarheid. De oprechtheid waarmee de auteur schrijft over haar eigen ervaringen, gevoelens en leven is er een die ik zelf niet eerder in haar werken terugvond. Het zo eerlijk verweven van eigen leven, twijfels en ervaringen met de thema's heimwee en vertepijn (of kan ik beter zeggen: het thema heimwee en vertepijn) roept bewondering in mij op. Ik vind het ongelofelijk moedig en deze manier, een bijna 'kleurbekennend' schrijven, doet mij aan Annie Ernaux denken wanneer zij over haar jeugd schrijft maar ook aan Annie Dillard die zo puntig de ongemakken en twijfels van haar schrijvend leven bespiegeld. Een extra 'voordeel' van dit zo moedig verweven van eigen ervaring en verhaal is dat het boek een stuk 'leesbaarder' wordt. Hoewel ik houd van het doorgronden van lange zinnen en complexe materie maakte de afwezigheid hiervan in bepaalde delen van het boek dat ik er veel sneller doorheen kon lezen; dat ik minder hard hoefde te werken om te begrijpen en te verstaan. Tot slot is het thema van het boek voor mij in het speciaal van belang geweest voor het waarderen van het boek; heimwee en vertepijn is/zijn thema('s) waar ik in mijn eigen leven constant mee wordt geconfronteerd. Het lezen van dit boek had daardoor een cathartisch element voor mij maar hielp mij ook in eigen worsteling met heimwee en vertepijn beter te begrijpen. Wat een parel.
Joke H. Hermsen - Onder een andere hemel - persoonlijke recensie
In dit biografische boek schrijft filosofe Hoke J. Hermsen over wat ze in haar leven aanvoelt als heimwee en vertepijn. Bijna dagboeksgewijze schrijft ze hoe dit gevoel haar achterna zit waardoor ze rusteloos van de ene naar de andere plaats reist. Mijmeringen over het eigen verleden worden afgewisseld of afgetoetst aan de auteurs die haar leven mee vorm gaven: Lou Salomo Andreas, Rilke, Duras, Kant, de Beauvoir, Sartre en vele anderen.
Keerpunt – tussen verleden en toekomst In haar boek overschouwt Hermsen de jaren die achter haar liggen, en wel deze van heel haar volwassen leven. Ze doet dit niet door een opsomming van gebeurtenissen, maar door het mijmeren over de grote breuklijnen en gebeurtenissen. Ze kijkt met een scherp oog en kijkt vanop afstand terug. In welke mate waren die gebeurtenissen bepalend? Hebben ze een plaats gekregen? Is er nog verdriet? Dat maakt van haar boek geenszins een psychologisch roman. Hermsen is bovenal een filosofisch denker. Het gaat eerder over de betekenis dan de inhoud. Haar kinderen zijn het huis uit en gaan hun eigen levenspad.
Op zoek naar innerlijke rust Ik kon mij als lezer niet ontdoen van de indruk dat hier een auteur aan het woord was die vrij rusteloos was. Kan je het woord heimwee vervangen door rusteloosheid? Altijd op zoek naar ‘een andere hemel’, lijdend aan ‘vertepijn’. Iedere keer Hermsen ergens is gaat ze toch weer ‘op reis’, al hield de huidige bestemming nog zoveel belofte in. ‘Altijd sluipt het Unheimliche je huis binnen’.
Voor wie is dit boek? Wie houdt van vlot leesbare filosofie, biografisch werk of wie interesse heeft in het thema heimwee zal dit boek graag lezen. Het boek leest als een roman.
Een uitgebreide review kan je vinden op mijn blog DeWereldvanKaat.be of je kan mij volgen via Instagram 'KaatLeest'.
Wat een mooi boek over een interessant onderwerp dat gelaagder is dan ik had verwacht.
Het is geen eenvoudig en toegankelijk boek door alle filosofische beschouwingen en poëtische stukjes. Maar dit maakt het boek wel bijzonder en waard om goed voor te gaan zitten en aan het denken gezet te worden.
Ik begreep niet alle quotes of teksten, maar er zitten wel hele mooie tussen. De filosofie en poëzie wordt afgewisseld met persoonlijke verhalen die het verhaal nog meer "diepte" geven, bijvoorbeeld door het beschrijven van heimwee naar vroeger of andere plaatsen.
Bovendien heel interessant hoe heimwee vergeleken wordt met nostalgie en vertepijn, en de manier waarop de pijn door je levensloop heen kan veranderen. Een citaat: "Als kind heb je heimwee naar vroeger waar je nog verbonden was met alles. Als je "ik" wordt afgescheiden en je merkt dat de "werkelijkheid" anders is, dan krijg je al een schok. Daarna moet je weer afhankelijk worden, en daarna weer te maken krijgen met de dood van huisdieren en familie wat een schok geeft."
Ten slotte ook mooi hoe het thuiskomen beschreven wordt, bijvoorbeeld in je binnenruimte door met verwondering en verbeeldingskracht naar de wereld om je heen te kijken. Of hoe schrijven wordt neergezet als een manier om bij jezelf te komen: hierdoor los te komen van wat je denkt te zijn, en te ontdekken wie je bent.
Ik heb het gelezen en wil meteen opnieuw beginnen. Ik realiseer me nog geen 20% begrepen en verinnerlijkt te hebben. In de gecondenseerde beschouwingen ligt de uitnodiging om je te verplaatsen en verdiepen in de visie van de ander. Het boek lezen is als thuiskomen, nog op de tast, maar zeker wetend dat dit de juiste weg is.
Prachtig boek, heb van ieder hoofdstuk genoten. De observaties van Joke Hermsen en de relatie die zij legt met de boeken van Rilke, Lou Salomé, Proust en Cornelis Verhoeven, de favoriete schrijvers van mijn vader, maakte het lezen van dit boek wel heel bijzonder. Een prille start voor het nadenken over mijn thesis.
Ik heb ontzettend lang er over gedaan dit boek uit te lezen. Het is mooi geschreven maar het zijn eigenlijk allemaal losse passages, een soort gedachten dagboek. Over schrijvers, dichters, filosofen en over wat heimwee en een thuis betekenen.
Elke plek onder de hemel, hoe vreemd ook, kan een thuis zijn.
Haar beste boek! Voor het eerst combineert Hermsen filosofie en proza in een boek. Het levert talloze diepzinnige gedachten en vele aangrijpende, schitterend geschreven scènes uit haar jeugd op. Een boek met zoveel herkenning en inspiratie, de gedichten van Rilke, Holderlin en Ingeborg Bachmann, een boek om in thuis te komen.
2,5 Lang over gedaan om dit boek uit te lezen. Er zaten mooie quotes in over thuiskomen.
Ik vond het boek veel zijpaden hebben naar denkers en dichters die voorgesteld werden op manieren als 'ik deed het raam open en dacht aan...'. Het boek pakte me helaas niet, wat ook zeker kan liggen aan dat ik nog weinig af weet van verschillende dichters.
Boek met veel mooie inzichten, fijn geschreven, soms iets te uitgesponnen naar mijn smaak. Over heimwee naar een andere wereld, de zoektocht naar geborgenheid en het vinden van een thuis in het schrijven.