Een man op leeftijd woont alleen in een groot huis dat tot in elke kier getuigt van de tomeloze versierdrift van zijn overleden vrouw, zijn grote liefde. De dagelijkse beslommeringen vragen om een nieuwe routine, kleine taken worden avontuurlijke ondernemingen. Als een buitenstaander becommentarieert hij zijn doen en laten, beziet zichzelf als een personage. En hoe buitenstaanders dat personage dan weer bezien. Zijn geheugen lijkt hem herinneringen op te dringen, maar soms ook te onthouden. In hinkstapsprongen dient het verleden zich aan, zijn rijke, gevarieerde bestaan, het geluk van een lang en gelukkig huwelijk. Met licht ironische toetsen beschrijft Berend Boudewijn het leven van een man wiens vrouw er niet meer is. En het leven mét haar, zoals dat is opgeslagen in zijn geheugen. Sober en soms amusant, en daardoor des te indringender.
Berend Boudewijn van der Woude, beter bekend als Berend Boudewijn, is een Nederlandse acteur, theaterregisseur, televisieregisseur, theaterdirecteur, televisiepresentator en schrijver.
Boekje dat de auteur heeft geschreven over zijn leven met Martine Bijl, dertig jaar lang zijn partner, waarvan de laatste 4 jaar als mantelzorger. Het gaat over hun leven samen en over zijn leven nu, met veel details die het indringend maken, maar ook een boekje dat denk ik vooral voor oudere mensen boeiend is. Het helpt als je Martine Bijl van de TV kent. Vooral als hij schrijft over typische zaken die met ouder worden te maken hebben denk ik dat het moeilijk is om je hierin te verplaatsen als je zelf nog jong bent. Ik ben 69 en herken veel: de kleine pijntjes, af en toe triviale dingen niet meer weten, zaken die je vroeger gedachteloos erbij deed die nu ineens belangrijke to do dingen zijn geworden, een wereld die kleiner wordt o.a. omdat mensen je ontvallen.
In april is mijn lieve Oma overleden. Bij het leegruimen van haar huis heb ik een stapeltje boeken meegenomen waar ze wel eens over had verteld. Als deel van de rouwverwerking ben ik nu aan het stapeltje begonnen; dit boek lag bovenop.
Pfoe, het viel me niet mee. Door alledaagse anekdotes in kleine, huiselijke setting wordt ouderdom als een proces van groeiende machteloosheid en voortdurend afscheid afgebeeld. Het is een ontroerende beschrijving van samen oud worden, om vervolgens alleen achter te blijven met een lijf dat je steeds meer in de steek laat en een steeds kleiner wordende sociale kring. Gezelligheid die plaats maakt voor verveling. Warmte voor kou.
Mijn Opa is in 2003 al overleden toen Oma nog maar 60 was, maar ze heeft nooit iets willen weten van een nieuwe relatie. Ze koos heel resoluut voor het alleenzijn en het gemis. Ik kan me nauwelijks voorstellen hoe dit boek haar moet hebben geraakt, als het mij met mijn 37 jaren al zo ontroerde.
Ik ga geen sterrenreview geven voor zo'n leeservaring. Objectief gezien is het hier en daar wat knullig geschreven met verwarrend en onnodig wisselen van eerste en derde persoon en verleden en tegenwoordige tijd, soms binnen dezelfde anekdote. Soms kon ik in een simpel verhaaltje amper volgen wie wat deed en op welke volgorde. Het gebruik van voorletters in plaats van namen wordt ingewikkeld als er meerdere M-en en J's komen opdraven. Ook lijkt het echt inspirerende materiaal onvoldoende te zijn geweest voor deze uitgave, waardoor er geforceerd wat filler bij is gehaald dat de focus hier en daar doet vervagen. Maar al met al dus een geslaagd werkje dat ontroert en, schat ik in, mensen in dezelfde levensfase troost biedt middels herkenbaarheid.
Het volgende boek op het stapeltje gaat over een arts die zelf kanker krijgt en gesprekken met patiënten heeft opgeschreven en gebundeld. Ik stel het even uit, liever eerst wat luchtigers. Ethica van Spinoza ligt nog op de keukentafel met de boekenlegger ergens op één derde...
Lief boekje over een liefdevol huwelijk, maar het brengt tegelijkertijd eenzaamheid onder bejaarden onder de aandacht. Ergens triest en ergens ontzettend hartverwarmend hoe de schrijver bijna meer in herinnering lijkt te leven, waardoor het verleden en vooral de overleden vrouw nog springlevend voor hem zijn.
Ik vond het boek hier en daar wat in de herhaling vallen, maar dat was niet heel storend.
Het boek zet mij ook aan het denken over de vluchtigheid van het leven en de tijd die je met geliefden hebt. Geniet extra van de zomer, voor je het weet is het winter en die kan wel eens extra koud zijn als je geliefden verloren bent.
Een mooie verzameling columns van een man die alleen achterblijft na het overlijden van zijn vrouw. In het boek heeft Berend Boudewijn alle namen van de betrokken afgekort tot de eerste letter van hun voornaam, zo ook die van zijn vrouw Martine Bijl. Bepaalde columns zijn grappig, andere weer ontroerend, soms ook wat triest. Toch is het mooi hoe hij terugkijkt op hun leven samen. Daarnaast beschrijft hij hoe het hem afgaat om alleen verder te moeten. Aanrader.
Dit is echt precies hoe ik me voorstel dat oud worden inhoudt, maar bizar hoe ~relatable het geschreven voelde voor iets wat me pas in 60 jaar gaat overkomen. - Of misschien is het meer hoe ik op een realistische manier hoop dat mijn ouderdom gaat zijn -
Berend Boudewijn (van der Woude) is vooral bekend geworden door zijn theater- en televisiewerkzaamheden, maar heeft ook enkele boeken geschreven, waaronder het in 2023 verschenen novelle Wie houdt je warm in de winter?, waarin hij – hij is dan zevenentachtig jaar oud – terugkijkt op bijna dertig jaar huwelijk met Martine Bijl, die in 2019 overleden is aan de complicaties van een hersenbloeding.
Het niet al te omvangrijke boekje bestaat, en dat is van meet af aan al duidelijk, bestaat uit een grote hoeveelheid herinneringen van de auteur aan zijn overleden vrouw M – volledige namen worden nergens genoemd, alleen de eerste letter van de voornaam. Daarnaast is alles in de derde persoon geschreven, alsof een alwetende verteller het over iemand anders heeft. Natuurlijk weet de lezer meteen dat dit om de auteur zelf gaat en hij over bepaalde fasen in zijn leven vertelt, maar vooral over zijn samenzijn met M, die, zo blijkt glashelder, zijn grote liefde was.
De novelle bestaat uit een tig-aantal korte ongenummerde hoofdstukken, waarin de auteur op soms indringende, soms grappige of cynische, maar absoluut liefdevolle manier onder andere vertelt wat hij en M samen ondernomen hebben, welke vakantiereizen en stedentrips ze gemaakt hebben. Toch stelt hij zich zo nu en dan ook kwetsbaar op. Dit komt bijvoorbeeld tot uiting wanneer het opruimen van M’s kleding en spullen ter sprake komt en dat hij grote moeite heeft hier afstand van te nemen, maar ook dat hij regelmatig dingen vergeet, zoals namen van steden of oud-collega’s. De angst van het ouder zijn en de ongemakken die dit met zich mee kan brengen schemeren er op die momenten wel door.
Hoewel dit allemaal natuurlijk Boudewijns herinneringen zijn, zullen veel lezers geconfronteerd kunnen worden met eigen herkenbaarheden. Veel wat de auteur vertelt, kan namelijk in hun persoonlijke situatie ook voorgekomen zijn. Daarom is het boekje ook zo invoelbaar en uit het leven gegrepen. Echt expliciet wordt het niet genoemd, maar soms heeft er veel van weg dat vereenzaming een belangrijke rol heeft gespeeld bij het opschrijven van deze herinneringen. Wat zonder meer goed naar voren komt, is dat Boudewijn M, voor wie hij de laatste vier jaar van haar leven mantelzorger was, enorm mist. Maar, en dat moet worden gezegd, met wie hij eveneens dertig prachtige jaren heeft gehad waar hij met een mooi en goed gevoel op terug kan kijken. Dit maakt het verdriet er natuurlijk niet minder om, maar wellicht een stukje draaglijker.
Wie houdt je warm in de winter? is over het geheel genomen een mooie en liefdevolle verzameling herinneringen van een man die erg veel van zijn vrouw gehouden heeft en met wie hij in feite nog wel veel meer jaren had willen doorbrengen.
Ik kocht dit boekje op basis van de flaptekst in combinatie met nieuwgierigheid hoe Berend Boudewijn (naast andere wapenfeiten mijn vooral aansprak met 'Op glad ijs', één van de eerste televisieprogrammas waar improvisatie centraal stond) die andere theatericoon en wederhelft annex tegenpool (Martine Bijl) zo beschrijven. Eerlijkheid gebied me te zeggen dat ik boekje na de eerste helft gelezen te hebben bijna weer teruggebracht naar de winkel. Tot ik gecharmeerd raak van het beeldend taalgebruik en de zorgvuldig gekozen woorden en samengesteld zinnen. Leerde zowaar de nieuwe woorden 'geloken' en 'blohartig'.
"De gadbasten kakten hun poffers want het hotel werd een vlooi der prammen. Heerlijke zin. Grapje van zijn moeder. Nu inspiratie om het brein 's nachts in het gareel te houden. [...] Hoe doen poezen dat toch? Tevreden in een hoek liggen of achter een venster, de pootjes bevallig onder het lijfgevouwen, altijd met die geloken ogen."
"Een ouderwets woord dringt zich aan hem op: blohartig. Klinkt mooier dan het was: blohartig."
In reviews valt opvallend vaak het woord 'lief' als duiding van dit boekje. Waarschijnlijk omdat het met 128 pagina's geen pil te noemen is, en wellicht ook vanwege warme liefde die door die als onzichtbare inkt door het papier drukt. Reviews die me vooral deden denken aan de 'testras' (NL: 'terzielers') uit de Harry Potter cyclus, de paarden die gelukkig niet voor iedereens zichtbaar zijn. Dit is zo'n boek waar de meeste informatie in de witruimte tussen de woorden staat. Als de ondertonen van een bas die zo laag zijn dat het menselijk oor niet meer waar kan nemen, maar die je onderbuik in beroering brengen.
"Eenmaal thuis, staand bij de magnetron met een ontdooid maaltje in de hand, mist hij haar meer en meer. En bij beelden van verwoeste huizen op het journaal krijgt hij vochtige ogen."
"Bijna alles in huis maakt iets in hem los, laat zijn geheugen van alles ophoesten, [...]. Hij vindt het onvoorstelbaar dat hij niet meer voortdurend bestormd zou worden door herinneringen aan M. Een ongemak om te koesteren."
"Terwijl hij wel fantaseert dat hij, indien veroordeeld tot een bejaardenkamertje, die rij albums zal meenemen." En wat gebeurt er daarna mee? Weggooien maar? Wie zal ze eerst nog een keertje doorbladeren? Hij denkt aan zijn fotoalbums op de zolderkamer. Op eentje staat Mama. Met op de eerste bladzijden de paar foto's die hij uit albums van zijn moeder had gesloopt. Foto's van een meisje met prachtig lang donker haar, vaak met een viool in handen. Temidden van ernstige mannen met een horlogeketting op het vest en zorgelijk kijkende vrouwen, allen roerloos poserend rond een tafel. Geen idee wie het zijn. De foto's zonder dat meisje, zijn moeder, de hele rest dus van de albums, heeft hij weggegooid. Hij overdenkt hoe dat ook met dit album zal gebeuren."
"Bijna automatisch registreert hij bij films, series, terugblikken en dergelijke het jaartal van ontstaan, waarna een tweedeling optreedt: dit heeft M nog gezien, meegemaakt, en dat niet meer."
"Voor hem geen Wederopbouw, zoals toen Nederland na de oorlog voortvarend aan het ruimen, poetsen en metselen sloeg. Aan de slag! Niet bij de pakken neerzitten! Pak het leven weer op! Jaja. Ze zeggen het niet, maar ze denken het wel. Denkt hij. Het verlies van M maakt hem recalcitrant. Hij zet zijn bestaan op een sudderplaatje."
"Inmiddels heeft hij dat ding duizenden keren heen en weer gezet. Maar niet verbannen naar een kast in de bijkeuken. Geen denken aan. Omdat M daar tegen was; ze vond het zo'n leuk gezicht, die grote, gele terrine op dat witte servies. Tirannie van posthume trouw."
"Hij ziet zichzelf in een jeugdige gedaante staan bij een kruispunt met blinde wegwijzers. Op een weg met in de verte nog meer kruispunten met een wegwijzer."
"Zo heeft hij tientallen filmpjes, accuraat gedocumenteerd [...]. Hij heeft geen zin om daar in zijn eentje naar te kijken. Hij heeft het al druk genoeg met de ontelbaar veel herinneringen die kriskras zwervend en kaatsend door zijn kop tollen. Rommelig en verminkt opgeborgen. Flarden, die door zijn brein willekeurig worden geselecteerd en aan hem worden voorgeschoteld. Ongevraagd: zelf selecteren is er niet bij."
"Spook. Het woord dringt zich aan hem op. Al die herinneringen, gevoelens, emoties aangaande M zijn ongrijpbaar, vervluchtigend, schimmen. Het is een eigenwijze kaartenbak in zijn hersens. Al die foto's van M, haar kleren in kasten en aan de kapstok, alle brieven en blocnotes met haar handschrift, alles wat door haar handen is gegaan, zelfs geluids- en beeldopnames, dat alles bewijst niet dat zij echt bestond, dat er daadwerkelijk zo iemand ademde en sprak en lachte en lief was. Hij bemint een fantoom."
"M en hij fungeerden graag als kruik voor elkaar. Veilig tegen elkaar aan liggen en wegdoezelen — tevreden poezen in de mand. In een liedje van haar stond een toepasselijke zin. Wie houdt je warm in de winter. Tijdens de kou extra invoelbaar."
"Die avond kijkt hij in de twee uitgeruimde kasten. Lege hangertjes, een paar oude spuitbussen en uitgedroogd spul om motten te bestrijden. Het maakt een extra lege indruk. Een rekwisiteur bij de film zou er een complimentje voor krijgen."
"Twee keer had ze overdag in de keukendeur gestaan. Hooguit één seconde. Als hij zich omdraaide was ze al bijna weg. 'Ik kom je halen,' had ze vriendelijk uitnodigend gezegd. Helemaal niet eng of angstaanjagend. Hij wilde best mee, maar er stond niemand."
"Het is nog niet op. Dat geluk. Opgekropt nu. Het zou nog wel willen. Het is een batterij waaraan een van de twee polen ontbreekt. Ontladen lukt niet meer."
Ik kocht dit boekje op basis van de flaptekst in combinatie met nieuwgierigheid hoe Berend Boudewijn (naast andere wapenfeiten mijn vooral aansprak met 'Op glad ijs', één van de eerste televisieprogrammas waar improvisatie centraal stond) die andere theatericoon en wederhelft annex tegenpool (Martine Bijl) zo beschrijven. Eerlijkheid gebied me te zeggen dat ik boekje na de eerste helft gelezen te hebben bijna weer teruggebracht naar de winkel. Tot ik gecharmeerd raak van het beeldend taalgebruik en de zorgvuldig gekozen woorden en samengesteld zinnen. Leerde zowaar de nieuwe woorden 'geloken' en 'blohartig'.
"De gadbasten kakten hun poffers want het hotel werd een vlooi der prammen. Heerlijke zin. Grapje van zijn moeder. Nu inspiratie om het brein 's nachts in het gareel te houden. [...] Hoe doen poezen dat toch? Tevreden in een hoek liggen of achter een venster, de pootjes bevallig onder het lijfgevouwen, altijd met die geloken ogen."
"Een ouderwets woord dringt zich aan hem op: blohartig. Klinkt mooier dan het was: blohartig."
In reviews valt opvallend vaak het woord 'lief' als duiding van dit boekje. Waarschijnlijk omdat het met 128 pagina's geen pil te noemen is, en wellicht ook vanwege warme liefde die door die als onzichtbare inkt door het papier drukt. Reviews die me vooral deden denken aan de 'testras' (NL: 'terzielers') uit de Harry Potter cyclus, de paarden die gelukkig niet voor iedereens zichtbaar zijn. Dit is zo'n boek waar de meeste informatie in de witruimte tussen de woorden staat. Als de ondertonen van een bas die zo laag zijn dat het menselijk oor niet meer waar kan nemen, maar die je onderbuik in beroering brengen.
"Eenmaal thuis, staand bij de magnetron met een ontdooid maaltje in de hand, mist hij haar meer en meer. En bij beelden van verwoeste huizen op het journaal krijgt hij vochtige ogen."
"Bijna alles in huis maakt iets in hem los, laat zijn geheugen van alles ophoesten, [...]. Hij vindt het onvoorstelbaar dat hij niet meer voortdurend bestormd zou worden door herinneringen aan M. Een ongemak om te koesteren."
"Terwijl hij wel fantaseert dat hij, indien veroordeeld tot een bejaardenkamertje, die rij albums zal meenemen." En wat gebeurt er daarna mee? Weggooien maar? Wie zal ze eerst nog een keertje doorbladeren? Hij denkt aan zijn fotoalbums op de zolderkamer. Op eentje staat Mama. Met op de eerste bladzijden de paar foto's die hij uit albums van zijn moeder had gesloopt. Foto's van een meisje met prachtig lang donker haar, vaak met een viool in handen. Temidden van ernstige mannen met een horlogeketting op het vest en zorgelijk kijkende vrouwen, allen roerloos poserend rond een tafel. Geen idee wie het zijn. De foto's zonder dat meisje, zijn moeder, de hele rest dus van de albums, heeft hij weggegooid. Hij overdenkt hoe dat ook met dit album zal gebeuren."
"Bijna automatisch registreert hij bij films, series, terugblikken en dergelijke het jaartal van ontstaan, waarna een tweedeling optreedt: dit heeft M nog gezien, meegemaakt, en dat niet meer."
"Voor hem geen Wederopbouw, zoals toen Nederland na de oorlog voortvarend aan het ruimen, poetsen en metselen sloeg. Aan de slag! Niet bij de pakken neerzitten! Pak het leven weer op! Jaja. Ze zeggen het niet, maar ze denken het wel. Denkt hij. Het verlies van M maakt hem recalcitrant. Hij zet zijn bestaan op een sudderplaatje."
"Inmiddels heeft hij dat ding duizenden keren heen en weer gezet. Maar niet verbannen naar een kast in de bijkeuken. Geen denken aan. Omdat M daar tegen was; ze vond het zo'n leuk gezicht, die grote, gele terrine op dat witte servies. Tirannie van posthume trouw."
"Hij ziet zichzelf in een jeugdige gedaante staan bij een kruispunt met blinde wegwijzers. Op een weg met in de verte nog meer kruispunten met een wegwijzer."
"Zo heeft hij tientallen filmpjes, accuraat gedocumenteerd [...]. Hij heeft geen zin om daar in zijn eentje naar te kijken. Hij heeft het al druk genoeg met de ontelbaar veel herinneringen die kriskras zwervend en kaatsend door zijn kop tollen. Rommelig en verminkt opgeborgen. Flarden, die door zijn brein willekeurig worden geselecteerd en aan hem worden voorgeschoteld. Ongevraagd: zelf selecteren is er niet bij."
"Spook. Het woord dringt zich aan hem op. Al die herinneringen, gevoelens, emoties aangaande M zijn ongrijpbaar, vervluchtigend, schimmen. Het is een eigenwijze kaartenbak in zijn hersens. Al die foto's van M, haar kleren in kasten en aan de kapstok, alle brieven en blocnotes met haar handschrift, alles wat door haar handen is gegaan, zelfs geluids- en beeldopnames, dat alles bewijst niet dat zij echt bestond, dat er daadwerkelijk zo iemand ademde en sprak en lachte en lief was. Hij bemint een fantoom."
"M en hij fungeerden graag als kruik voor elkaar. Veilig tegen elkaar aan liggen en wegdoezelen — tevreden poezen in de mand. In een liedje van haar stond een toepasselijke zin. Wie houdt je warm in de winter. Tijdens de kou extra invoelbaar."
"Die avond kijkt hij in de twee uitgeruimde kasten. Lege hangertjes, een paar oude spuitbussen en uitgedroogd spul om motten te bestrijden. Het maakt een extra lege indruk. Een rekwisiteur bij de film zou er een complimentje voor krijgen."
"Twee keer had ze overdag in de keukendeur gestaan. Hooguit één seconde. Als hij zich omdraaide was ze al bijna weg. 'Ik kom je halen,' had ze vriendelijk uitnodigend gezegd. Helemaal niet eng of angstaanjagend. Hij wilde best mee, maar er stond niemand."
"Het is nog niet op. Dat geluk. Opgekropt nu. Het zou nog wel willen. Het is een batterij waaraan een van de twee polen ontbreekt. Ontladen lukt niet meer."
Berend Boudewijn beschrijft zijn leven voor en na het overlijden van zijn vrouw, doordrenkt van het verdriet om haar verlies. Een verhaal over terugblikken op het geluk dat was en over alleen oud worden, als de 'jeu' van het leven er af lijkt te zijn. De boodschap is duidelijk, de vorm in de derde persoon vond ik vervelend en hier en daar verwarrend. Tip: indrukwekkend is ook Rinkeldekink, geschreven door zijn vrouw Martine Bijl, uitgebracht een jaar voor haar overlijden.
Prachtige stukjes worden afgewisseld met herinneringen die te weinig verbonden zijn met het hoofdthema. Het aanduiden van personen met letters wordt vervelend als het er teveel zijn. De stukjes met teveel ánderen zijn gelijk ook de zwakkere gedeeltes. De pijn van zijn verlies is in alles voelbaar. Mooiste stukje: over hoe je moet antwoorden op de vraag Hoe gaat het.
Deze recensie werd eerder gepubliceerd op mijn blog GraagGelezen.
In 'Wie houdt je warm in de winter?' neemt Berend Boudewijn ons mee op pad met een man op leeftijd die worstelt met het verlies van zijn grote liefde. De lezer wordt meegetrokken naar de herinneringen van de man, waarin de schoonheid en pijn van hun gedeelde leven voelbaar worden. Het is zeker geen kommer en kwel waar je over leest, maar eerder een beschouwing vol liefde van een ouder wordende man.
Berend Boudewijn beschrijft met een scherpe pen de dagelijkse beslommeringen van de hoofdpersoon in zijn grote, lege huis. De leegte die zijn vrouw heeft achtergelaten is overal voelbaar, in de stilte van de kamers en de voorwerpen die herinneringen oproepen. Tegelijkertijd is er ruimte voor humor en tederheid in Boudewijn's proza. Hij schetst een liefdevol portret van zijn personage, en toont de lezers hoe hij langzaam een weg zoekt om te leven met zijn herinneringen.
“De stedentripjes, de vakanties. Tel dat allemaal eens op. Al die keren dat zij aan de hand van een lijstje haar koffertje inpakte. Met weer een ander lijstje stond ze daarna bij de kasten van de Londense boekwinkel Hatchards te zoeken naar begeerde boeken. Die winkel werd een vast onderdeel van hun trips naar Londen, meestal gevolgd door een uitgebreide Engelse tea aan de overkant.”
'Wie houdt je warm in de winter?' is een indringend verhaal over verlies en de kracht van herinneringen. Boudewijn weet met zijn beeldende taal de lezer te raken en mee te nemen in de wereld van de hoofdpersoon. De auteur beschrijft deze herinneringen alsof hij ernaar kijkt terwijl ze op dat moment gebeuren, soms wat ironisch over zichzelf en zeker relativerend, maar dit toch altijd weer tegen een liefdevolle achtergrond. Tijdens het lezen kreeg ik een paar keer een woord onder ogen, dat ik op moest zoeken. Maar het aantal bleef beperkt, waardoor het boek toch heerlijk las en ik weer wat wijzer werd.
“Dat geluk dat maar niet op kon, waar huisde dat? Waar kwam dat vandaan? Waar zat het reservoir? En waar is het nu? Of zoals M bij dergelijke abstracte zaken graag zei: ‘Waar kan ik dat kopen?’ Het is nog niet op. Dat geluk. Opgekropt nu. Het zou nog wel willen.”
Achter in het boek lees je nog een fragment uit ‘Haast je’, een lied van Martine waar de titel van dit boek uit voortgekomen is. Berend Boudewijn heeft met ‘Wie houdt je warm in de winter?’ prachtige literatuur neergeschreven.
Poëtische mijmeringen over het gemis en loslaten van een grote liefde (bijna 30 jaar huwelijk) en een groeiende eenzaamheid.
Ik vond het wel een aardig boek. Het is kort en tóch lang, omdat er weinig wordt verhaald en het echt om de mooie zinnen met losse herinneringen (geheugenverlies) en overdenkingen draait. "Tirannie van de postume trouw." "De as is warm, maar het vuur is gedoofd." "Hij bemint een fantoom." "Een ongemak om te koesteren." Enkele slotzinnen van de korte hoofdstukken.
Berend Boudewijn en Martine Bijl hadden het duidelijk goed. Het verhaal vertelt namelijk over ontelbaar veel trips en vakantietjes, Gooise vrienden, theaterbezoeken en uitgebreide (luxueuze) etentjes. Op een gegeven moment vroeg ik me af hoe dit boek zou zijn geweest als het door 'een arbeider' zeg maar geschreven was. Zouden er dan meer vriendschappen zijn geweest (i.p.v. de vele reizen en het vrijwel exclusief op elkaar gericht zijn) en animo voor de diverse activiteiten voor senioren die georganiseerd worden (biljarten, sjoelen, leesclubs, wat dan ook). In plaats van langzaam vereenzamen in een groot huis in een rustige straat? "Zo ziet meneertje zichzelf zitten denken in zijn grote huis."
Het zal ongetwijfeld wat over mij zeggen, maar ik had wat moeite het welgestelde perspectief.
Berend Boudewijn is de weduwnaar van de in 2019 overleden Martine Bijl. In dit boek blikt hij terug op die relatie en ook op zijn eigen verleden. Dat doet hij in korte hoofdstukjes waarin hij het verleden en vroegere geluk weet op te roepen, zonder zelfbeklag. Het is daarmee ook een mooie ode aan de creatieve en veelzijdige Martine, in het boek simpel aangeduid als M. Het is een herkenbaar en mooi boekje geworden, dat zich vlot laat lezen. De titel is ontleend aan het liedje ‘Haast je’ van Martine.
Ontroerende liefdesverklaring van Berend Boudewijn aan zijn overleden vrouw Martine Bijl. Uitgepuurd, met de juiste verhouding tussen afstand en emotie. Zelf voorgelezen door die stem die je vanuit je eigen jeugd in je eigen huiskamer zo vertrouwd is. Een mooi monument van geluk en gemis.
Prettige stem. Maar iedereen, zelfs Martine, wordt aangeduid met de eerste letter. Ik weet niet hoe ik dat bij het lezen zou vinden maar bij het luisterboek is dat knap irritant. Het leidt af. En iedereen weet toch dat ‘M’ Martine is? Plichtmatig uitgelezen.
Centraal in deze verzameling verhaaltjes en overpeinzingen beschrijft Berend Boudewijn zijn leven zonder Martine Bijl. Niet alle hoofdstukken zijn even interessant, maar de liefdevolle beschrijvingen zijn erg ontroerend.
Kort, maar mooi en lief geschreven boek over gewone dagelijkse dingen en liefdevolle herinneringen aan het leven met Martine Bijl (door Berend Boudewijn).