De minnaar , vertaald in 35 landen, met meer dan 2.400.000 exemplaren in druk en bekroond met de prestigieuze Prix Goncourt, wordt sinds de eerste publicatie in 1984 geprezen door critici over de hele wereld. Dit verhaal speelt zich af in het vooroorlogse Indochina van de jeugd van Marguerite Duras en is het beklijvende verhaal van een tumultueuze affaire tussen een Frans pubermeisje en haar Chinese minnaar. In spaarzaam maar helder proza evoceert Duras het leven aan de rand van Saigon in de nadagen van het Franse koloniale rijk, en de weergave ervan in de hartstochtelijke relatie tussen twee onvergetelijke verschoppelingen. In een nieuwe vertaling van Kiki Coumans ‘Er is geen boek waarnaar ik vaker terugkeer dan De minnaar .’ – Connie Palmen ‘Een broeierige, zinnenprikkelende, maar ook ontluisterende roman over liefde, lust, macht en verlangen.’ – Het Parool
Marguerite Germaine Marie Donnadieu , known as Marguerite Duras, was a French novelist, playwright, screenwriter, essayist, and experimental filmmaker. Her script for the film Hiroshima mon amour (1959) earned her a nomination for Best Original Screenplay at the Academy Awards.
Eerste zin: ‘Op een dag, ik was al oud, kwam er in de hal van een openbare gelegenheid een man naar me toe. Hij stelde zich voor en zei: ‘Ik ken u al heel lang. Iedereen zegt dat u mooi was toen u jong was, ik wil u zeggen dat ik u nu mooier vind dan toen, liever dan het gezicht dat u als jonge vrouw had, zie ik uw gezicht van nu, verwoest.’’
Wat verder:
‘Heel vroeg in mijn leven was het te laat.’
‘Ik geloof dat iemand me eens heeft verteld over de manier waarop de tijd kan toeslaan terwijl je door de prilste, de meest verheerlijkte leeftijden van het leven gaat.’
‘(…) er zijn geen jaargetijden in dat deel van de wereld, we leven in één jaargetijde, dat warm en monotoon is, we bevinden ons in de uitgestrekte, warme zone op aarde, geen lente, geen vernieuwing.’
‘(…) de minnaar uit Cholon, ik praatte over zijn lichaam en ook over zijn geslacht, over zijn onbeschrijflijke zachtheid, over zijn moed in het woud en over de rivieren met mondingen waar zwarte panters wonen.’
‘Ik ga boeken schrijven. Dat is wat ik zie als ik verder kijk dan dit moment, in de grote woestenij waarin het leven zich voor me uitstrekt.’
Mooi voorwoord ook van Connie Palmen. Ze schrijft o.a. het volgende: Er is geen boek waarnaar ik vaker terugkeer dan naar De minnaar. Om het helemaal te herlezen of delen eruit, alinea’s, een paar zinnen. En steeds weer dat begin, over het verwoeste gezicht, over een leven waarin het al vroeg te laat was. Waarvoor het te laat was, zegt ze niet. Dat hoeft ook niet. Een groot deel van de aantrekkingskracht van het werk van Duras zit hem in het niet alles expliciet benoemen, in de suggestie van het verbodene, van het geheim, in de zinnelijkheid van een altijd aanwezige erotiek.
Aan alles is te zien dat dit schrijven van de allerhoogste orde is, de volstrekt eigen taal en wereld die Duras schept, de gelaagdheid, de scherpte, de eerlijkheid, de ambivalentie, het is briljant, Duras behoort tot de grootste naoorlogse schrijvers. En hoewel dit boek me wel degelijk raakt, blijf ik er toch ook een beetje buiten staan, kom ik er niet echt in en sta ik vooral vanaf een afstandje te bewonderen. Dat is ook heel fijn, maar het is niet de ultieme combinatie van esthetisch, cognitief en emotioneel genot en daarom geen 5 maar 4 sterren.
Ik zette De Minnaar op mijn TBR toen ik Angelo Tijssens er afgelopen zomer over hoorde vertellen in een gesprek met @melissa_giardina. 94 pagina's, daar ben ik zo doorheen, dacht ik. Awel, niet dus. De Minnaar is allesbehalve een tussendoortje. Het zijn 94 bezwerende en ongemakkelijke pagina's van een hartverscheurende fragiliteit. B(ek)lijvertje!
“Ik heb nooit geschreven, denkend dat ik schreef, ik heb nooit liefgehad, denkend dat ik liefhad, ik heb nooit iets anders gedaan dan wachten voor een gesloten deur.” (p.27)
"Zoals ze beiden naar de lange avenues langs de rivieren kijken, zo gelijkend zijn ze. Allebei geïsoleerd. Alleen, en als koninginnen. Hun schande spreekt voor zich. Allebei gedoemd tot minachting vanwege het soort lichaam dat ze hebben, gestreeld door minnaars, gekust door hun monden, overgeleverd aan eerloosheid door de schandelijke daad van een genot om aan te sterven, zeggen ze, te sterven aan de mysterieuze dood van geliefden zonder liefde. Daar gaat het om: die hunkering naar de dood."
Een geweldig boeiende duik in een traumatisch verleden van een vijftienjarig meisje met een pak oudere minnaar die op zoek is naar affectie buiten een eigen arm en kil gezin. Een reflectie, vlucht en inkijk in die complexe gedachten en gevoelens door de fragmentarische stijl van Duras die heen en weer springt en zo ook dieper en dieper weet te graven en uit de doeken te doen. Dit grijpt rechtstreeks naar je hart en vanaf de helft heb ik het niet meer kunnen wegleggen.
Waarom gaf ik dit boek eerder dit jaar nog 4 sterren en geen 5? Misschien ligt het aan de mooie, nieuwe vertaling Kiki Coumans. Dit is een boek als een vuistslag, als een ferme aai, - dit is echt literatuur, taalkunst, - dit is een noodzakelijke tekst.
ik denk dat ik deze nog eens opnieuw moet lezen het hitte effe niet maar ik denk dat ik mentaal even te druk ben hiervoor ofzo ik denk wel dat het mooi kan zijn als je er voor open staat zeg maar