Wat typeert de rivierdonderpad, de kievit, de steenhommel en de kleine ijsvogelvlinder? Dat kun je eigenlijk pas echt goed beschrijven na zorgvuldige beschouwing van het dier in zijn eigen habitat. Tien seizoenen reisde Caspar Janssen naar bos, heide, akker, berm, weiland, beek, rivier, kust, duin, moeras en zijn eigen Amsterdamse balkon, en observeerde honderd verrassende, geliefde, maar ook onbekend-onbeminde beestjes in hun leefomgeving. Het levert in dit boek niet alleen een fascinerende schatkist aan krioelende, vliegende, dribbelende en zoemende portretjes op, schitterend geïllustreerd door Margot Holtman, maar ook een groter verhaal over de staat van en onze omgang met het Nederlandse landschap.
Tijdens verschillende treinreizen zeer genoten van dit mooi geïllustreerde boek. Het omslaan van de pagina's was steeds weer een spannend moment: wat voor mooi getekend dier zou er nu weer komen? De verhalen zijn informatief, humoristisch, veelal optimistisch (met uiteraard ook wel oog voor de achteruitgang van de natuur en bijbehorende soorten) en niet te simpel opgeschreven. De lezer wordt uitgedaagd om zijn al opgebouwde kennis nog uit te breiden. Sommige illustraties vond ik vreemd donker, zoals de krakeend, wielewaal, gele kwikstaart, smient, grote vos, blauwborst en boerenzwaluw. Die hadden wat beter uit de verf kunnen komen (misschien nog in een volgende druk?) en lijken nu minder te stralen dan in werkelijkheid. Juist omdat ze van zichzelf zo kleurrijk zijn. En dat het wel kan met deze tekeningen, blijkt uit vele prachtige tegenhangers, die bijna van het blad lijken te vliegen of kruipen en die heel aaibaar zijn, zoals de wolf, karmozijnrood weeskind, grote vuurvlinder, bosbeekjuffer, wespspin, roodborst, aardbeivlinder, putter en alle bijen en zweefvliegen. Alle details kloppen heel mooi. Enkel de zomertortel (beetje ielig en verfrommeld) en het paapje (wenkbrauwstreep had wel iets geaccentueerder gekund, hoewel ik moet toegeven dat sommigen er wel uitzien als in de tekening) hadden iets beter gekund. Daar staan 98 mooi gelijkende tekeningen tegenover! En het zijn dus (na deze telling) blijkbaar precies 100 prachtige verhalen die weer zijn toegevoegd aan de Nederlandse 'natuurliteratuur'. En dat met enkele dieren die zo weergaloos mooi zijn dat ze, ik citeer Caspar Janssen, 'misschien toch gemaakt zijn voor het mensenoog'.
Vier seizoenen lang vergezel je Casper in zijn be- en verwondering over alles wat er kruipt, vliegt, glibbert, glijdt, draaft en fladdert in het Nederlandse landschap. De schitterende illustraties maken de Aard van het Beestje werkelijk tot een ware schatkist.
Fijn een verhaal per dier, een paar bladzijden steeds, dat leest lekker weg en de schrijfstijl is ook nog eens prettig informatief en geestig. Naast info over verschillende diersoorten geeft het boek ook een mooi beeld van de Nederlandse natuurgebieden en ontwikkelingen die de dieren en hun leefomgeving beinvloeden.
Dit boek laat zien dat natuurbehoud begint bij kennis en dat er zelfs in een klein land als Nederland nog veel te ontdekken valt. Het is een aanrader voor iedereen die zich betrokken voelt bij natuur en duurzaamheid.