Wat veel moois om te ontdekken in deze verzameling teksten van de onvolprezen kleinkunstenaar en taalvirtuoos Kees Torn. De variatie is groot: van spitsvondigheden (zoals zinnen maken met herhalingen, bijvoorbeeld “als onder makkelijk te mollen mollen, mollen mollen mollen, mollen mollen mollen”) tot parodieën (naar Corry Konings: “Ik krijg een heel apart gevoel van binnen/Als jij me aankijkt, lieve schat/Ook als ik aangekeken word door spinnen/Of door cyclopen heb ik dat”), van komische grafteksten (“Hannie Schaft: begraven is iets waarvan je nauwelijks iets merkt/Wanneer je zo lang bij de ondergrondse hebt gewerkt”) tot ontroerende gedichten over een stilgeboren kind en het verglijden van de tijd. Na lezing bleef ik achter met een diepe bewondering voor deze man!