Ik mag er niet aan denken, en toch deed ik het. Al fan sinds het begin van Jens’ comedycarrière, en dit boek stond al veel te lang op mijn lijst. Misschien uitstelgedrag. Misschien zelfbescherming. Dit is geen boek dat je “even tussendoor” leest.
Het is onsamenhangend, maar op een goede manier. Zoals gedachten dat soms zijn. Elk hoofdstuk een andere anekdote, elk een nieuwe emotionele bocht: lachen, slikken, even stilstaan. Zware onderwerpen worden nergens zwaarwichtig, omdat ze voortdurend geflankeerd worden door die typische, droge humor; luchtig, langs de neus weg, alsof hij zelf ook schrikt van wat hij net heeft gedacht.
Je kruipt in Jens’ hoofd. Niet als comedian, maar als romanticus. Dat voel je in elke zin. De romantische schrijftijl en invloeden zijn bijna tastbaar: kwetsbaar, soms mooischrijverig, maar zelden leeg. Het boek toont zonder opsmuk de lelijke én de mooie kanten van de mens. Een lach en een traan, vaak tegelijk.
Wat het voor mij echt deed werken, waren de herkenbare situaties. Gedachten over angst, ziekte, controle, het lichaam dat niet altijd meewerkt het zijn passages die me oprecht deden nadenken over mijn eigen angsten en fragiliteit. Niet op een zware, maar op een stille manier. Het soort boek dat je soms even dichtklapt om naar het plafond te staren.
Waarom geen vier sterren? Omdat de onsamenhangendheid soms ook afstand creëert. Niet elk hoofdstuk raakt even hard, niet elke gedachte blijft hangen. Maar misschien hoort dat erbij. Misschien is dat net het punt.
Een boek dat niet perfect wil zijn, maar wel eerlijk. En soms is dat genoeg. (3.5/5)