A fascinating narrative biography of the Russian avant-garde art movement that transformed the modern world, tracing the lives and activities of the key protagonists as they set about a revolution in art. October 1917. The Russian Revolution wipes the old tsarist empire off the map. Marc Chagall, Wassily Kandinsky, Kazimir Malevich, Lyubov Popova, Alexander Rodchenko, Olga Rozanova, Vladimir Tatlin, and other avant-garde artists participate in the revolutionary struggle, transforming inner cities with their progressive murals, posters, installations, and performances. The new political leaders soon want nothing to do with these radical artists. While their reputation is growing in Europe, they experience increasing pressure in the Soviet Union.
Against a background of violent social and political change, Sjeng Scheijen describes with compassion and humor the events that shaped the artistic revolution in The Avant-Gardists , the first illustrated biography to relate the rise and fall of the leading figures of the Russian avant-garde. From philosophical and political subversion, involvement with the Bolshevik administration, and links with Europe to violent repression, incarcerations, and torture in the 1930s under Stalin, events are narrated through artists’ personal memories, drawn from existing and important new archival findings. Excerpts from diaries and correspondence reveal the extent of the avant-garde’s energy and determination to survive a totalitarian regime, civil war, hunger, and terror.
Scheijen’s vivid, dynamic style; authoritative command of his source material; and extensive original research provide exceptional insight into the lives of these avant-gardists, whose art transformed modern art. 128 illustrations / 23 in color
Sjeng Scheijen (1972) is a Dutch author, a scholar and a specialist in fin-de-siècle Russian art. His interests are manifold: He writes regularly on film, poetry, dance, classical music and politics. He curated several exhibitions on Russian Art, including 'Ilya Repin, Russia’s Secret' and 'Working for Diaghilev', both for the Groninger Museum; and Russian Landscape in the age of Tolstoy for the National Gallery, London.
In 2008 and 2009 he worked as the Cultural Attaché on the Netherlands Embassy in Moscow.
Scheijen is a much sought after and inspirational lecturer and speaker, who has spoken all over the world for museum audiences and on universities.
Currently he is affiliated with the Institute of Cultural Disciplines at Leiden University, the Netherlands.
Wat een boek! Wie heeft er fictie nodig als non-fictie zo boeiend is?
Als de bolsjewieken in oktober 1917 tabula rasa maken met de gewoonten en geplogenheden van het oude regime, denken nogal wat experimentele kunstenaars dat hun glorieuze dageraad aangebroken is. Ze dromen luidop van een nieuwe maatschappij waarin (moderne) kunst en maatschappij samen zouden gaan.
En even lijkt het erop dat het nog zou lukken ook, want de communistische machtshebbers zijn best bereid om de nieuwe kunstenaars een zekere macht te geven. Al snel echter botst het tussen de artistieke avant-garde en het bolsjewistische establishment dat op cultureel vlak toch niet zo progressief zijn als eerst gehoopt.
Daarna gaat het snel heel erg fout. Soms door de kinderachtige na-ijver tussen de kunstenaars onderling, maar vooral door het steeds beklemmendere politieke klimaat. Voor de dromen, de vrolijkheid en de o zo heerlijke dubbelzinnigheid van de avant-gardekunst is binnen de Sovjet-Unie geen plaats.
De hoofdpersonen van het verhaal zijn Kazimir Malevitsj en Vladimir Tatlin. De eerste is bij ons genoegzaam bekend als een van de grondleggers van de abstracte kunst (o.a. dankzij de inspanningen van het Stedelijk Museum van Amsterdam), de tweede is dat minder, maar is in dit boek geen mindere ster. De hoofdstukken die Scheijen schrijft over Tatlins grotendeels verloren gegane werk behoren tot de mooiste bladzijden die ik ooit in een naslagwerk las.
Daarnaast zijn er bijrollen voor tal van bekende en minder bekende kunstenaars, zoals Rozanova, Kandinsky, Chagall en Lissitsky. Ook schrijvers, dramaturgen en componisten komen aan bod. Mijn teergeliefde Daniil Charms draagt een absurdistisch gedicht voor aan het sterfbed van Malevitsj: twee van mijn helden vereeuwigd in één onvergetelijke scène!
Soms geniaal, soms onwaarschijnlijk naïef, vaak beide samen. De Avant-Gardisten vertelt het uitermate boeiende verhaal van de snelle opgang en de tergend trage en bijzonder pijnlijke neergang van de Russische experimentele en moderne kunstenaars tijdens en na de communistische revolutie in Rusland.
De Avant-Gardisten is het resultaat van immens navorswerk, maar leest als een sneltrein. Scheijens liefde voor het onderwerp spat van elke bladzijde. Daarbij verstaat hij de kunst om te blijven pleiten voor nuance en objectieve nauwkeurigheid. Maar hij is ook niet te beroerd om soms gewoonweg een oordeel te vellen. Deze magistrale evenwichtsoefening maakt dat dit boek een veel breder publiek verdient dan enkel die lezers die sowieso in deze geschiedenis geïnteresseerd zijn. Wat is dit goed geschreven!
Dus: vooruit met die prijzen! Misschien overkomt De Avant-Gardisten dan wat eerder al lukte met Orgelman, het naslagwerk dat Mark Schaevers schreef over de schilder Felix Nussbaum. Laat het grote publiek dit meesterwerk ontdekken!
Een ongelooflijk boeiend, goed gedocumenteerd en geïllustreerd werk over het ontstaan en de ondergang van het Russisch avant-gardisme. Iedereen kent wel Malevitsj, Tatlin, Chagall, Kandinsky en nog wel anderen. Bekende en onbekende namen die lang niet altijd op dezelfde golflengte zaten (denk maar aan begrippen zoals futurisme, suprematisme, constructivisme die voor- en tegenstanders hadden). Opvallend was de maatschappelijke rol die zij in de jonge Sovjetrepubliek speelden. Zij namen bestuursfuncties waar, beheerden musea, schreven theoretische teksten, gaven les... Het beruchte Zwarte vierkant van Malevitsj was veel meer dan een schilderij: een theorie, een beweging, een symbool. Vrij snel bleken de avant-gardisten niet te beantwoorden aan de verwachtingen van de revolutie en kwamen velen in bittere armoede terecht. Anderen emigreerden (Chagall, Kandinsky). Na de dood van Lenin in 1924 wordt de beweging gemarginaliseerd. Terugkeer naar een realisme, gericht op de uitbouw van de Sovjetmaatschappij is de boodschap. In de jaren dertig worden de avant-gardisten uitgesloten, vernederd, gevangen gezet, ja zelfs vermoord. De persoon die als een rode draad door het boek loopt, Malevitsj, komt gebroken uit de gevangenis en sterft in 1935, kort voor de Grote Terreur (ook) aan veel kunstenaars het leven kost.
"Кого — выставлять, а кого — выставить?!" — вопрос, которым в отношении деятелей культуры задавалась молодая советская власть на протяжении первых пятнадцати лет существования нового государства (с приходом к власти Сталина все подобные вопросы, разумеется, быстро отпали). В такой ситуации острой политизации всех сфер общества мечты оторванных от реальности авангардистов были заранее обречены на провал. Однако, читая в 2021-ом их пламенные речи о мире будущего, в котором искусство, порвав с канонами, поможет человеку вспомнить о красоте материального (в противовес новым технологиям), невозможно не умиляться их наивности и тут же не грустить по утерянному оптимизму касательно того, что нас только ожидает. Я изо всех сил старалась не романтизировать эту эпоху и не ударяться в пассеизм, но при появлении на страницах проекта "Летатлина" выбросила белый флаг.
Стоит отметить, что всё-таки более подробно Схейен останавливается на фигурах Малевича и Татлина и их противостоянии, способном дать фору динамике "Волдеморт-Дамблдор", а не авангардистах в целом, но не могу сказать, что книга от этого хоть сколько-нибудь проиграла. Автор время от времени появляется в тексте с неожиданно прямолинейными "я" и "мне", но по большей части за него говорят современники (иногда удивительным языком, нехватку которого понимаешь, только когда отрываешься от безостановочного конвейера современности). И хотя теперь у меня на примете с десяток авторов воспоминаний того периода, Схейена я ещё тоже обязательно прочту.
Favoriete quotje: "Zonder het raadsel, kan er geen kunst bestaan"
Ja over het algemeen echt interessant en voor een non-fictie lekker door te lezen, maar ik ben misschien wel een beetje biased hihi.
Het enige minpuntje is dat er soms wat tijd sprongen heen en weer waren, wat er voor zorgde dat ik soms de tijdlijn niet helemaal meer voor me had. Maar dat kwam uiteindelijk ook allemaal weer goed.
Wat een boek, een van de mooiste boeken dat ik ooit heb gelezen. De combinatie kunst en geschiedenis (en dan niet kunstgeschiedenis) wordt op een zeer gedetailleerde wijze beschrijven met een zeer groot inlevingsvermogen. Scheijen is duidelijk een groot liefhebber van deze Russische kunststroming. Voelbaar is de afkeer voor het Bolsjewistische beleid, je kunt haast zeggen het verdriet bij Scheijen voor alles wat deze kunstenaars is aangedaan. Meesterlijk wordt de mythe ontkracht van het zogenaamde samengaan van de Revolutionaire kunststroming, de Avant-gardisten ( Futurisme, het Suprematisme, het Constructivisme ) en de Oktober Revolutie geïnitieerd door de Bolsjewieken (wat in feite een ordinaire coup was). Mochten de Bolsjewieken de Futuristen in het begin al tolereren dan was het omdat ze het te druk hadden met de burgeroorlog tegen de Witten en hun positie aan het consolideren waren. Al onder Lenin werd de afkeer van deze vrijzinnige, onafhankelijke kunstenaar met argus ogen bekeken en tegen gewerkt. Ook de mythe van het was Stalin die aan dit alles een einde maakte klopt niet. Mythes die toch zeer hardnekkig zijn (ga maar naar Wikipedia). Scheijen focust zich op twee kunstenaars in het algemeen: Kazimir Malevitsj en Vladimir Tatlin. Kunstenaars die aan de basis staan van een werkelijk revolutionaire ontwikkeling in de kunst. Grote kunstenaars als Kandinsky verlaten het relatieve comfortabele Duitsland om hier aan deel te nemen. Van grote samenwerkingen komt het niet, daarvoor zijn Malevitsj en Tatlin te gedreven, te dogmatisch. De onderlinge strijd tussen Malevitsj en Tatlin van wie is nu de vaandeldrager van de beweging is haast komisch. Schrijnend is vooral het verhaal van Malevitsj; de armoede, honger, de gevangenis, de martelingen, de permanente angst . Scheijen schrijft als een romancier, het boekt leest als een roman. Grootse prestatie.
Очередная удача Схейена - на этот раз групповой портрет авангардистов на фоне эпохи становления Советов. Основная ось повествования - сотрудничество и противоборство двух гениев-фантастов XX века, "двух генералов" авангарда, Татлина и Малевича. Выходцы из глубоко провинциальных семей, не получившие достойного образования, они сумели перевернуть искусство не только России - всего мира. Художники-визионеры, они задали курс на переосмысление пространства, материала, цвета и формы. Именно Татлин стал первым в мире устраивать театральные перформансы в музейных пространствах и размещать гигантские объекты в галереях, а "Черный квадрат" Малевича стал символом всего концептуального искусства. Пересечение их биографий поразительно, эти два полюса футуристического искусства притягивали к себе лучших художников эпохи, что замечательно и невероятно добросовестно передано в книге.
Echt geniessen dit boek. Een fantastisch verhaal over de opkomst van de Russische Avant-garde, de val van het tsarenrijk en de opkomst van het communisme. Ongelofelijk wat daar allemaal gebeurd is in zo’n korte tijd. Zo zie je maar dat de realiteit vaak absurder is dan fictie.
Heel nauwkeurig en ook persoonlijk boek over de wisselwerking tussen kunst en politiek. Hoe de politiek kunst kan inzetten maar ook bang kan zijn voor kunst en de makers ervan.
Поразительный по точности и проработке деталей труд о русских авангардистах в контексте русской революции 1917 года и последующих реформ российского государства. Сказать особо нечего, кроме бесконечного восхищения книгой и её автором исследователем, для которого тема русского авангарда даже не является ведущей. Браво!
The last three years, I’ve been in Budapest during the third week of August, and I’ve always made it a point to visit the Hungarian National Gallery. The Gallery, in itself, is good, but their bookshop there is an absolute jewel. Unlike most museum/gallery bookshops, which give you a very standard (and often uninteresting) fare, the Hungarian National Gallery’s bookshop always has something you’ll never see anywhere else; in particular, they will always have something new that deals with some aspect of the history of progressive art. This time, I picked up Sjeng Scheijen’s Avant Gardists: Artists in Revolt in the Russian Empire and the Soviet Union 1917-1935, and read it over the course of my trip.
I know very little about avant-garde art, other than a passing familiarity with names like Kandinsky or Chagall, and even less about Russian avant-garde art, so this was an introduction to a whole new world. I learned for the first time about the lives and times of memorable figures such as Kasemir Malevich and Vladimir Tatlin, their political and personal rivalries and friendships, and their fate under the swiftly Stalinising Soviet Union. Although the book is primarily about the artists, it’s also a window into those early years of the Soviet Union, and the attitude of the Soviet leadership towards art. Perhaps inevitably, you find that the avant-garde artists considered themselves to be the artistic vanguard (pun not intended) of the Revolution, but the moment it became clear that they were independent-minded and would not accept centralised leadership structures, the Bolsheviks turned against them, and actively sought to portray avant-garde art as anti-Soviet and reactionary.
The book is filled with anecdotes and events that together construct this complex history, and it illuminates with particular clarity the pettiness and the bureaucracy that is at the heart of authoritarian regimes, and which suffocates any attempts at a genuine artistic awakening. Even if you have no interest in avant-garde art, I’d recommend this: both for the historical narrative, but also - well - it might make you interested in avant-garde art!
This is a superb book. It brings to life innovating artists, their allies and enemies amidst war, economic breakdown, famine and political terror. Surprisingly perhaps for a work of history and cultural commentary, it’s a page-turner, full of suspense, even when we know how things are going to turn out. The book’s chief protagonists – the “flamboyant village preacher” Malevich and the “enigmatic anti-social outsider” Tatlin – together with colleagues/competitors Kandinsky, Chagall, Lissitzky, Rodchenko and dozens of others found themselves in centre rings of public and political attention, where the stakes were high and risks of asserting one’s creativity literally breath-taking. For artists surviving into the 1930s, everything turned on the question, as one of Stalin's henchmen observed, "who is to be exhibited and who is to be deported"? And for some there was also a third alternative: execution.
It puzzles me that this book, published in 2019, remains beyond the pale for those who don’t read Dutch. It should be translated, as it merits a much wider readership.
Een interessante geschiedenis van de avant-gardistische kunst in het Rusland tijdens en na de revolutie. Geen 5 sterren, omdat ik het taalgebruik af en toe nogal stijf vind. Het gaat dus voornamelijk over de kunstenaars Malevitch, Tatlin , Mayakofski, el Lissitsky, Chagall en anderen, die bij ons minder bekend zijn. Zij dachten allemaal, dat met de revolutie ook voor de kunsten een nieuw en revolutionair tijdperk aan zou breken. Dat heeft maar kort geduurd. Al snel kwam Stalin aan de macht en hij wilde alleen sociaal-realistische kunst. In de 30er jaren, als de terreur echt toeslaat, worden ook de nodige kunstenaars gevangen genomen en vaak ook vermoord. Los van de politiek geeft Scheijen een goede uitleg over de ideeen achter de kunst van vooral Malevitch.
De auteur belicht op fantastische wijze een grotendeels onbekend stuk kunstgeschiedenis. Voornamelijk opgehangen aan de spilfiguren Malevitsj en Tatlin krijg je een grondig inzicht in de spectaculaire opgang van de avant-garde in Rusland. Als lezer word je nadien meegezogen in de pijnlijke neergang die voor vele talentvolle kunstenaars eindigde in een Siberische goelag, als het al geen nekschot betrof. Mijn kijk op de Russische moderne kunst van begin 20ste eeuw zal nooit meer dezelfde zijn.
Na enkele valse starts in de kerst periode het boek uitgelezen. Erg de moeite waard als je er eenmaal ingekomen bent. De lezer krijgt vooral veel kleuring mee bij Malevitsj en Tatlin. Hoe intussen Anatol Loenatsjarski zo lang zo machtig bleef?
Een van de weinige kunstboeken die ik met veel plezier gelezen heb (oké, ik lees nooit boeken over kunst, maar toch). Scheijen vertelt geweldig, en de periode rond de Russische Revolutie doet de rest.
Fantastisch boek! Wat ik bijzonder hieraan vind is hoe hij het proces beschrijft van cultuur als spiegel voor een maatschappelijke verandering, maar ook hoe cultuur ingezet wordt als ideologisch middel. En dat via het fantastisch verhaal van de avant garde voor, tijdens en na de oktober revolutie in Rusland
Ongelofelijk gedetailleerd en tegelijk vlot lezend naslagwerk over de avant-garde, de voor mij interessantste periode in de Russische kunst! Kunst krijgt op die manier een erg menselijk gelaat.
Kniha zobrazuje pohnuté osudy sovietskych avantgardných umelcov od boľševickej revolúcie až po obdobie stalinizmu. Umožňuje pochopiť ich úlohu a meniace sa miesto (od oslavovania po častokrát až fyzickú likvidáciu) v sovietskej spoločnosti, zameriava sa hlavne na vizuálnych umelcov (predovšetkým na Maleviča a Tatlina). Avantgardisté je výborne napísaná kniha, plná mne neznámych detailov, ale zároveň umožňujúca pochopiť široký kontext, v ktorom sa odohrávala umelecká aj spoločenská revolúcia.
This is an excellent history of the avant-garde artistic movements in the late Russian Empire and the first years of the Soviet Union. A time and a place of extraordinarily fertile artistic inventions in the visual arts. Tracing the lives, artistic developments and, in many cases, the socio-political involvement of important and well-known names of the period (Malevich, Tatlin, Kandisnsky, Chagall, El Lissitzky), as well as many important but today less well remembered artists (Popova, Puni, Rozarova, etc.) this splendid book describes also the politics of the times and how the early euphoric revolutionary days gradually got to a halt and stalled those innovative movements in the arts that had flourished in the first decades of the Soviet regime. A definitely must for all those who appreciate Modern Art.