Anything goes, luidt een beroemde samenvatting van het postmodernisme, dat zou aanzetten tot morele losbandigheid. In zijn herkenbare, heldere stijl haalt Jan Keij deze gangbare opvatting onderuit. Hij behandelt de belangrijkste postmoderne denkers en concepten, en doet daarbij een verrassende ontdekking. Het door en door relativistische postmoderne denken blijkt wel degelijk een onveranderlijk fundament te hebben. Een absoluut ijkpunt voor het wel of niet aanvaarden van bepaalde opvattingen: het welzijn van de mens. Van Nietzsche en Derrida tot Lyotard, Rorty en Levinas – allen gaan uit van een ethisch fundament.
In Postmodern denken toont Jan Keij zich wederom een geboren uitlegger. Als geen ander weet hij de ondoorgrondelijkste concepten en theorieën voor een breed publiek te verhelderen.
Zeer helder en toegankelijk geschreven en dat is een prestatie gezien de complexe bronnen (Levinas, Derrida, Lyotard ed.) die in dit boek worden besproken. Door de toegankelijkheid ontstaat er echter ook afstand tot de besproken teksten. Soms leek me de weergave van de besproken denkers simplistisch en bovendien hapklaar. Voor de lezer valt er weinig meer na te denken of te interpreteren.
De verwijzingen naar literatuur waarmee dit boek gelardeerd is zijn een pre.
Jan Keij bestrijdt de kritiek op het postmodernisme dat haar destructieve karakter leidt tot moreel relativisme en verval . Aan de hand van verschillende postmoderne denkers - voor zover deze denkers postmodern genoemd kunnen worden - toont Keij aan dat ze een ethisch fundament vinden in de mens. Een relativisme van opvatting stelt juist in staat telkens opnieuw recht te doen aan het appel van de ander om rechtvaardig te handelen. En precies dit appel van de ander (of andere dergelijke termen, zoals de ethiek/rechtvaardigheid) is zelf niet onderhevig aan het relatieve zijn, maar 'is' een anders-dan-zijn. Zodoende onttrekt zij zich uit de contingentie van de zijnswerkelijkheid. Er is dus absolute ethiek, maar elke formulering van wat dit concreet inhoudt brengt haar in de werkelijkheid en maakt haar weer relatief.
Dat is nogal een boodschap! Hoewel ik er intuïtief naar neig Keijs lezingen te omarmen, is het lastig om in te schatten inhoeverre hij recht doet aan de postmoderne auteurs. Hij bespreekt ze namelijk redelijk kort en vooral in zijn eigen woorden. Het is nog een boekje om te verwerken en over na te denken inhoeverre ik het er mee eens ben. Leuke dooddoener, maar was het anders ook niet een minder interessant boek geweest?