Marjoleine de Vos weet woorden te geven aan iets waar woorden eigenlijk tekort schieten en daarmee weet ze de soms zo eenzame rouw wat te verlichten.
“…de rouw heeft jezelf ook verhuisd, naar je weet niet waar. Naar ergens waar je dus níet thuis bent, ook al beweert de voordeur nog zo.”
“De merkwaardig tegenstrijdige beweging van het verlies: hevig verdriet verbindt de rouwende met het leven, want het is in dit leven nu dat iemand ontbreekt. Na enige tijd, als de hevigheid van het verdriet vermindert, neemt juist een gevoel dat zich tégen het leven richt een steeds grotere plaats in, het gevoel van vergeefsheid, betekenisloosheid.”
“Maar díe is niet dood. Dat wil zeggen, hij is wel dood, maar hij heeft ook nooit bestaan. De man-in-mij is een samenraapsel van momenten, geplukt uit een heel leven, aaneengeregen tot een beeld van hoe hij was.”
“Dat is de trekkracht van foto’s, dat je er een heden op ziet dat niet meer bestaat, maar dat wel zo is geweest als je het daar ziet.”
“…dat het niet helemaal terecht is om de doden te vereenzelvigen met je eigen verlies. Ze hebben om zo te zeggen ook recht op een eigen bestaand, op wat ze waren en wilden, en dus ook wel op onze dankbaarheid of onze liefde, los van onze rouw.”