What do you think?
Rate this book


224 pages, Paperback
Published August 25, 2023
"Hier is geen 'verhaal'. Dit is inderdaad absolute muziek, in al zijn glinsterende pracht en verbluffende subtiliteit. Gielen speelt in op aanzienlijke tempovariaties, een zeer slanke orkestklank, analytische helderheid in de rizomatische stemmen van het werk en nauwgezette aandacht voor minieme verschuivingen in expressieve registers. Zijn benadering komt op mij niet echt 'modernistisch' over. Het is meerdimensionaal dan dat. Gielen weeft hier een rijk tapijt van verschillende lagen. Er is het expliciete historicisme dat deze hele symfonie doordringt (de verwijzingen naar de walsen van Strauss, de barokke figuraties, het serenadekarakter van de Nachtmusiken, het rondo-sjabloon van de finale). Daarna verdubbelt Mahler dit historicisme in zijn terugblik naar de Wunderhornjaren, niet alleen in de broeierige verwijzingen naar het eerste deel van de Derde, maar ook in de authentiek Boheems klinkende eerste Nachtmusik, die ons terugvoert naar de Eerste Symfonie, inderdaad op de wijze van Callot! Maar tegenover deze weemoedige of ironische figuraties staat een radicaal expressionisme, vakkundig gesuggereerd door Gielen in een echt 'schattenhaft' scherzo dat, paradoxaal genoeg, in zijn lichtheid de abstracte, verbrijzelde maar toch monumentale visioenen van expressionistische schilders als Feininger of Jawlensky voorspelt. Richard Strauss compartimentaliseerde psychedelische woede en berustende nostalgie in twee opeenvolgende werken, respectievelijk zijn Elektra (1908) en de Rosenkavalier (1910). Mahler brengt die twee werelden gewoon samen binnen de grenzen van hetzelfde werk. De tweede Nachtmusik is een serenade, een 'Ständchen' met oprecht intense lyriek, doorspekt met nachtmerrieachtige boventonen. Een amokmakende 'Siegfried Idyll'! De finale, vaak zo deprimerend opgeblazen en onsamenhangend, komt hier echt tot leven. Meer dan eens vroeg ik me af waar ik naar luisterde, zo desoriënterend vluchtig zijn de geboden perspectieven. Het is kaleidoscopisch en samenhangend tegelijk: een zeer bevredigend en echt symfonisch einde van dit monumentale werk. Dit alles is een zeer schetsmatige weergave van wat in feite een zeer ingewikkeld muzikaal proces is. Ik ervaar het als absolute muziek, maar ik moet mijn toevlucht nemen tot gebrekkige vergelijkingen om iets van die ervaring te onthullen. Als ik luister vertrouw ik niet op verhalen om het ontvouwende proces bij te houden, maar gaat het om een bijna holografische ervaring die een beroep doet op een innerlijk oog voor structuur en ruimte, en een gevoel voor verschuivingen in textuur. Het is alsof je een medium ervaart met fantastisch gedifferentieerde viscositeiten, alsof je het gezwiep voelt van een valluik dat plotseling onder je voeten opengaat, het duizelingwekkende gevoel van voortdurend veranderende perspectieven. Het gaat om horizontaliteit en verticaliteit, opeenvolging en spiegeling, stilstand en dynamiek, lichaam en geest. Dat is wat een Zevende van Mahler in de juiste handen kan doen."Het staat buiten kijf dat voor mij de meeste intense muziekervaringen ten sterkste geassocieerd zijn met haar fundamentele alteriteit. En dat geldt niet alleen voor de muziek, maar ook voor ervaringen in relatie met andere kunstvormen, bijvoorbeeld schilderkunst en poëzie. In zekere zin geldt voor al deze kunstervaringen: hoe abstracter, hoe makkelijker. Programmamuziek, figuratieve schilderijen en narratieve dichtkunst verleiden ons door hun taligheid in een oppervlakkig hermeneutisch proces. We gaan daarbij al te gauw voorbij aan hun sculpturaliteit, hun dynamiek en texturele rijkheid. Er zijn dichters die ik niet begrijp als ik ze gewoon lees. Door ze hardop te lezen ontstaat iets van wat ik als betekenis ervaar, hoewel ik die niet kan articuleren. En het is precies die vreemdheid die me fascineert en bijblijft. Mijn ervaring spreekt tot mij als iets fundamenteel menselijk en tegelijk ondoorgrondelijk. Hetzelfde geldt voor natuurervaringen. Twee jaar geleden stond ik met mijn zoon op een piek in het Mont Blanc gebied. Ik schreef er een gedicht over:
It was a beautiful momentHier probeer ik een ervaring vast te houden die me treft als (ijzingwekkend) vreemd en vertrouwd tegelijk. En daar wil ik het bij laten. Ik heb daaraan genoeg. Er zit geen boodschap en geen levensles in. Het schrijft me niet voor hoe ik met interpersoonlijke dilemma's moet omgaan. Het gaat daar op dat punt niet om 'mij'. Hoe ik die ervaring later ga metaboliseren, is een ander vraagstuk en heeft met 'het wezen' van die ervaring niets vandoen. Ik kan kiezen om er een relatie mee te gaan opbouwen, om de ervaren diepgang van de ervaring te gaan eren. Dat wil niet zeggen dat ik er betekenis aan ga hechten door er een verhaal rond te spinnen. Ik koester de ervaring, draag ze mee, verbaas me telkens weer over haar treffendheid, haar zuiverheid en haar lapidair karakter, cultiveer dankbaarheid voor het feit dat ik dat precaire moment met mijn zoon mocht delen. Dat is al heel wat. Ik schuif de ervaring niet achter een narratieve sluier. En stel dan nog dat ik in de verleiding zou komen om dat te doen, dan zou ik me niet beperken tot mijn eigen leefwereld, maar eerder de resonanties gaan verkennen met transpersoonlijke, mythologische beelden. Misschien kom ik metaforisch wel op de top van de Parnassos terecht. Misschien ga ik terug John Fowles' The Magus lezen waar een Parnassustocht een schitterend, lyrisch hoogtepunt van vormt. Of ik laat me meevoeren door Michael Jakobs geschiedenis van de troop van de 'namaakberg' - La fausse montagne: Histoire d'une forme symbolique - en hoe die onze Westerse verbeelding al sinds de Renaissance voedt. Zo weef ik rond onze particuliere ervaring een verhaal dat me verbindt met andere lotgevallen, over eeuwen heen. Misschien kan ik zo een discursieve brug slaan, als ik dat al zou willen, met andere menselijke en niet-menselijke levens, vandaag. Zo is er veel mogelijk. Waar me dit heenvoert, hangt af van de aandacht en empathie die ik investeer in mijn verbeeldingspraktijk. De ervaring blijft echter wat ze is. Ik ontsluit haar wezen niet. Ze blijft in grote mate ondoorzichtig.
When we stood there,
The two of us,
On that wafer-thin point
From which the world fell
Steeply away on all sides.
A stiff, biting wind
Blew into our faces.
We mentally hugged the crystals
In the granite boulders
Beneath our feet.
We wondered if
Had we come far enough.
And the answer came,
Without any sign of effort:
Yes, we had come far enough.