Jump to ratings and reviews
Rate this book

Taal geven aan muziek: Een nieuwe harmonieleer

Rate this book
Achterflaptekst:
Hoe kun je de ervaring van muziek beschrijven? Taal is niet in staat uit te drukken wat er met je gebeurt als je luistert naar muziek. Al zijn de klanken zelf nog zo duidelijk, je kunt je beleving ervan niet goed onder woorden brengen, net zomin als van dromen of van geuren en kleuren. Alles wat je erover zegt klinkt flets, het doet geen recht aan het bijzondere van je ervaring en aan je emotie.

Toch is muziek te belangrijk om onbesproken te blijven. Zij is een grotere openbaring dan alle wijsheid en filosofie, vond Beethoven. Zonder muziek zou het leven een vergissing zijn, schreef Nietzsche. Gelukkig staan ons naast de gewone taal nog andere uitdrukkingsvormen ter beschikking, zoals poëzie, beeldtaal en kunst. Die hebben een wijder bereik dan de gewone taal. Maar het gebruik daarvan veronderstelt een andere manier van denken over muziek en een andere opvatting van kennis. Die leiden tot een nieuwe harmonieleer waarmee het wel mogelijk is om uitdrukking te geven aan wat je beleeft in muziek. Taal geven aan muziek onderzoekt deze rijke vorm van muzikaal weten, waar ieder mens van nature over beschikt.

224 pages, Paperback

Published August 25, 2023

2 people are currently reading
21 people want to read

About the author

Jos Kessels

23 books5 followers

Ratings & Reviews

What do you think?
Rate this book

Friends & Following

Create a free account to discover what your friends think of this book!

Community Reviews

5 stars
0 (0%)
4 stars
7 (70%)
3 stars
3 (30%)
2 stars
0 (0%)
1 star
0 (0%)
Displaying 1 - 3 of 3 reviews
Profile Image for Philippe.
772 reviews740 followers
January 13, 2024
Muziek is voor mij altijd een heel ernstige aangelegenheid geweest. Ik speel geen instrument, kan zelfs geen notenschrift lezen. Ik heb me, jammer genoeg, altijd moeten tevreden stellen met de positie van 'passieve' ontvanger. Binnen die beperkte perimeter heb ik me al wel vaak de vraag gesteld hoe ik een 'betere luisteraar' kan worden. Dat is voor mij een aangelegenheid met fundamentele epistemologische en ethische implicaties. Ik moet ook toegeven dat ik in het beantwoorden van die vraag misschien nog niet veel vooruitgang geboekt heb. Ik was dus erg blij toen het boek van Jos Kessels mij vanop de schappen in mijn favoriete boekhandel toewenkte. Na lectuur kom ik echter tot het besluit dat het antwoord van de auteur op mijn vraag zeker niet het mijne is. Maar door het feit dat ik het zo grondig oneens ben met Kessels, helpt de lectuur toch om mijn eigen positie te verhelderen.

Wat is de redenering die Jos Kessels in dit boek op de voorgrond plaatst? Hij begint met de vaststelling van het navrante feit dat we de betovering van de muziek eigenlijk niet kunnen verklaren. De wetenschappen (de musicologie, de psychologie, de neurowetenschappen) benaderen het fenomeen rationeel en zijn niet in staat om de kern ervan te vatten. Om de muzikale ervaring recht te doen, en daarbij onszelf de kans te geven om als mens te groeien, moeten we andere kennisbronnen aanboren en een eigenzinnige verbeeldingspraktijk ontwikkelen. Die praktijk is geworteld in een combinatie van een fenomenologische en een hermeneutische benadering. Dat wil ten eerste zeggen dat ze subjectieve intuïties niet uit de weg gaat maar net articuleert; we moeten starten met de hoogstpersoonlijk respons op het sonore signaal dat ons lichaam bereikt. Muziek is volgens Kessels ook een taal, maar één die een veel groter semantisch veld afdekt dan onze vertrouwde, lineaire schrijf- en spreektaal. Om iets van die complexe lading te kunnen decoderen moeten we een muzikale interpretatiekunde (hermeneutiek) ontwikkelen. De 'nieuwe harmonieleer' waar de ondertitel van het boek naar verwijst, biedt een metaforische 'transducer' om sonore impulsen van muziek - haar bewegende klankvormen - om te zetten in een door de luisteraar ontwikkeld en voor die persoon pertinent verhaal dat de ideële kern van de muziek reveleert.

In de vernauwing van muziek tot taal en de nadrukkelijke verweving ervan met de eigen biografie wens ik Jos Kessels niet meer te volgen. Ik vind de verbeeldingspraktijk zoals hij die vanuit zijn eigen muzikale ervaring (als pianist en als luisteraar) documenteert allesbehalve overtuigend. Zelfs een beetje genant in zijn kinderlijkheid. De verhalen die opgedist worden, hebben een droomachtig karakter en een moraliserende inslag. Het zijn verhalen over de man Jos Kessels, en de idiosyncratische aspiraties en trauma's die daar doorheen een mensenleven mee verweven zijn geraakt. Zo doet Kessels het relaas van een meningsverschil met een goede vriend dat ontstond tijdens de Covid lockdown periode. De beluistering van Thomas Larchers Tweede Pianoconcerto heeft, met het pijnlijke conflict op de achtergrond, voor de auteur een cathartisch effect: " ... tijdens het concert dook voor mij plotseling de hele geschiedenis van de afgelopen maanden met mijn vriend op. Het was alsof ik die terughoorde in de muziek, met alle ups and downs, de vertwijfelingen en de hoop op verandering, de momenten van dreiging en verademing, het nachtelijke wakker liggen (...) Met name de momenten van bevrijding van spanning waren ontroerend, een verzoening, een soort metafysische troost." In antwoord op de vraag "Waar ging het dan over?" volgt een droomachtig verhaal waarin de auteur zelf de hoofdrol speelt. Het is, zoals dromen plegen te zijn, gespeend van enige logica en heel idiosyncratisch. Het besluit: "Dat is wat er gebeurt: de muziek verplaatst mij naar een andere werkelijkheid, van verhoudingen en ideeën ontheven aan de beperkingen van mijn aardse bestaan. Die vormen een beeld van een ongeleefd leven, in een ander, rijker, vluchtiger ik, met volkomen onverwachte ontwikkelingen en de meest onvermoede gedaanten van warmte en liefde. Ze ontdoen me van mijn gewone alledaagse gestalte, wassen mij schoon van oude tal en vastgeroeste denkbeelden. Het zijn zangsporen en liedlijnen uit een onbenoembare bron. Alsof de muziek mij van alle kanten toeroept: zoek de plek waar het zingt! Zoek de plek waar het zingt!" Wat ik hier als luisteraar en lezer mee aanmoet, is me niet duidelijk. Hier worden een Platoonse metafysica, een christelijk-redemptieve ethiek, en een Jungiaanse antropologie in een warrig soepje door elkaar geklutst.

Wat mij betreft wil Jos Kessels te snel toewerken naar integratie van de 'klinkende muziek' (musica instrumentalis) met de 'menselijke muziek' (musica humana) en de 'muziek van de wereld' (musica mundana, volgens de driedeling voorgesteld door Boëthius). Hij doet daarbij het wezen van de muziek geweld aan en reduceert het tot de zoveelste spiegeling van ons eigen (doorgaans overvoede en opgeblazen) ego. Ik ben tevreden om muziek in haar waarde te laten als 'tönend bewegte Formen' (naar het bekend woord van de criticus Eduard Hanslick). Daarmee ben ik volgens Kessels dan maar een 'formalist'. Hieronder volgt een extract van een door mij geschreven neerslag van indrukken bij het beluisteren van een opgenomen versie van de Zevende Symfonie van Gustav Mahler, met het SWR Sinfonieorchester Baden Baden und Freiburg onder leiding van Michael Gielen. Het stuk dateert uit 2011. Ik citeer het hier in extenso omdat ik hier probeer uitdrukking te geven aan de fundamentele vreemdheid van muziek als dynamische klanksculptuur.
"Hier is geen 'verhaal'. Dit is inderdaad absolute muziek, in al zijn glinsterende pracht en verbluffende subtiliteit. Gielen speelt in op aanzienlijke tempovariaties, een zeer slanke orkestklank, analytische helderheid in de rizomatische stemmen van het werk en nauwgezette aandacht voor minieme verschuivingen in expressieve registers. Zijn benadering komt op mij niet echt 'modernistisch' over. Het is meerdimensionaal dan dat. Gielen weeft hier een rijk tapijt van verschillende lagen. Er is het expliciete historicisme dat deze hele symfonie doordringt (de verwijzingen naar de walsen van Strauss, de barokke figuraties, het serenadekarakter van de Nachtmusiken, het rondo-sjabloon van de finale). Daarna verdubbelt Mahler dit historicisme in zijn terugblik naar de Wunderhornjaren, niet alleen in de broeierige verwijzingen naar het eerste deel van de Derde, maar ook in de authentiek Boheems klinkende eerste Nachtmusik, die ons terugvoert naar de Eerste Symfonie, inderdaad op de wijze van Callot! Maar tegenover deze weemoedige of ironische figuraties staat een radicaal expressionisme, vakkundig gesuggereerd door Gielen in een echt 'schattenhaft' scherzo dat, paradoxaal genoeg, in zijn lichtheid de abstracte, verbrijzelde maar toch monumentale visioenen van expressionistische schilders als Feininger of Jawlensky voorspelt. Richard Strauss compartimentaliseerde psychedelische woede en berustende nostalgie in twee opeenvolgende werken, respectievelijk zijn Elektra (1908) en de Rosenkavalier (1910). Mahler brengt die twee werelden gewoon samen binnen de grenzen van hetzelfde werk. De tweede Nachtmusik is een serenade, een 'Ständchen' met oprecht intense lyriek, doorspekt met nachtmerrieachtige boventonen. Een amokmakende 'Siegfried Idyll'! De finale, vaak zo deprimerend opgeblazen en onsamenhangend, komt hier echt tot leven. Meer dan eens vroeg ik me af waar ik naar luisterde, zo desoriënterend vluchtig zijn de geboden perspectieven. Het is kaleidoscopisch en samenhangend tegelijk: een zeer bevredigend en echt symfonisch einde van dit monumentale werk. Dit alles is een zeer schetsmatige weergave van wat in feite een zeer ingewikkeld muzikaal proces is. Ik ervaar het als absolute muziek, maar ik moet mijn toevlucht nemen tot gebrekkige vergelijkingen om iets van die ervaring te onthullen. Als ik luister vertrouw ik niet op verhalen om het ontvouwende proces bij te houden, maar gaat het om een bijna holografische ervaring die een beroep doet op een innerlijk oog voor structuur en ruimte, en een gevoel voor verschuivingen in textuur. Het is alsof je een medium ervaart met fantastisch gedifferentieerde viscositeiten, alsof je het gezwiep voelt van een valluik dat plotseling onder je voeten opengaat, het duizelingwekkende gevoel van voortdurend veranderende perspectieven. Het gaat om horizontaliteit en verticaliteit, opeenvolging en spiegeling, stilstand en dynamiek, lichaam en geest. Dat is wat een Zevende van Mahler in de juiste handen kan doen."
Het staat buiten kijf dat voor mij de meeste intense muziekervaringen ten sterkste geassocieerd zijn met haar fundamentele alteriteit. En dat geldt niet alleen voor de muziek, maar ook voor ervaringen in relatie met andere kunstvormen, bijvoorbeeld schilderkunst en poëzie. In zekere zin geldt voor al deze kunstervaringen: hoe abstracter, hoe makkelijker. Programmamuziek, figuratieve schilderijen en narratieve dichtkunst verleiden ons door hun taligheid in een oppervlakkig hermeneutisch proces. We gaan daarbij al te gauw voorbij aan hun sculpturaliteit, hun dynamiek en texturele rijkheid. Er zijn dichters die ik niet begrijp als ik ze gewoon lees. Door ze hardop te lezen ontstaat iets van wat ik als betekenis ervaar, hoewel ik die niet kan articuleren. En het is precies die vreemdheid die me fascineert en bijblijft. Mijn ervaring spreekt tot mij als iets fundamenteel menselijk en tegelijk ondoorgrondelijk. Hetzelfde geldt voor natuurervaringen. Twee jaar geleden stond ik met mijn zoon op een piek in het Mont Blanc gebied. Ik schreef er een gedicht over:
It was a beautiful moment
When we stood there,
The two of us,
On that wafer-thin point
From which the world fell
Steeply away on all sides.
A stiff, biting wind
Blew into our faces.
We mentally hugged the crystals
In the granite boulders
Beneath our feet.
We wondered if
Had we come far enough.
And the answer came,
Without any sign of effort:
Yes, we had come far enough.
Hier probeer ik een ervaring vast te houden die me treft als (ijzingwekkend) vreemd en vertrouwd tegelijk. En daar wil ik het bij laten. Ik heb daaraan genoeg. Er zit geen boodschap en geen levensles in. Het schrijft me niet voor hoe ik met interpersoonlijke dilemma's moet omgaan. Het gaat daar op dat punt niet om 'mij'. Hoe ik die ervaring later ga metaboliseren, is een ander vraagstuk en heeft met 'het wezen' van die ervaring niets vandoen. Ik kan kiezen om er een relatie mee te gaan opbouwen, om de ervaren diepgang van de ervaring te gaan eren. Dat wil niet zeggen dat ik er betekenis aan ga hechten door er een verhaal rond te spinnen. Ik koester de ervaring, draag ze mee, verbaas me telkens weer over haar treffendheid, haar zuiverheid en haar lapidair karakter, cultiveer dankbaarheid voor het feit dat ik dat precaire moment met mijn zoon mocht delen. Dat is al heel wat. Ik schuif de ervaring niet achter een narratieve sluier. En stel dan nog dat ik in de verleiding zou komen om dat te doen, dan zou ik me niet beperken tot mijn eigen leefwereld, maar eerder de resonanties gaan verkennen met transpersoonlijke, mythologische beelden. Misschien kom ik metaforisch wel op de top van de Parnassos terecht. Misschien ga ik terug John Fowles' The Magus lezen waar een Parnassustocht een schitterend, lyrisch hoogtepunt van vormt. Of ik laat me meevoeren door Michael Jakobs geschiedenis van de troop van de 'namaakberg' - La fausse montagne: Histoire d'une forme symbolique - en hoe die onze Westerse verbeelding al sinds de Renaissance voedt. Zo weef ik rond onze particuliere ervaring een verhaal dat me verbindt met andere lotgevallen, over eeuwen heen. Misschien kan ik zo een discursieve brug slaan, als ik dat al zou willen, met andere menselijke en niet-menselijke levens, vandaag. Zo is er veel mogelijk. Waar me dit heenvoert, hangt af van de aandacht en empathie die ik investeer in mijn verbeeldingspraktijk. De ervaring blijft echter wat ze is. Ik ontsluit haar wezen niet. Ze blijft in grote mate ondoorzichtig.

Ik zou hier nog veel meer kunnen over schrijven. Ik ben het op veel punten eens met Jos Kessels en op belangrijke punten echt oneens. Het boek van Jos Kessels bevat ook nog tal van andere elementen die een uitvoeriger bespreking zeker waard zijn. Hij heeft me weer laten reflecteren over mijn muzikale ervaring. En daarvoor ben ik oprecht dankbaar.
Profile Image for Anne Bergsma.
328 reviews19 followers
January 10, 2024
Hoe zou je taal kunnen geven aan je muzikale ervaring? Muziek laat zich immers heel lastig in woorden vangen. Dat geldt a fortiori voor wat muziek met jou, de luisteraar doet, welke effect het heeft op je gemoed, je stemming of je manier van in de dag of in de tijd staan. Wat mij in het boek van Kessel aanspreekt is onder andere zijn pleidooi voor een muzikale hermeneutiek: muziek is niet louter trilling, klank en te beschrijven harmonie. Muziek bestaat, bij wijze van spreken, slechts bij gratie van de luisteraar en daarmee is wat er gebeurt met luisteraars een onmisbaar aspect bij het beschrijven en beschouwen van muziek. Muziekbeschouwing behoort tot de humaniora en het vraagt daarom om Bildung om er iets zinvols over te kunnen zeggen (p. 55).

Kessel’s boek bevat een paar handvatten om op een zinvolle manier met elkaar over muziek te praten.
Profile Image for Marco.
154 reviews
January 16, 2026
Boek gelezen in het Nederlands -> review in het Nederlands.
Tja, met (soms) mooie zinnen en wat filosofische onderbouwing probeert Kessels de kloof tussen denken en voelen te overbruggen, ons bewust te maken van de verschillende manieren waarop de wereld beleefd kan worden. Hoewel ik begrijp wat hij hier wil aanstippen, komt het voor mij toch nog niet helemaal goed uit verf. Eigenlijk blijft het bij verschillende perspectieven waarbij Kessels wel een duidelijke voorkeur uitspreekt, maar echt veel verder dan de twee vragen van zijn pianolerares komt het, ondanks de verschillende denkers die hij aanhaal niet echt. In ieder geval bood het boekje me niet echt wat ik had gehoopt: een nieuwe harmonieleer blijft nog (even?) uit.
Displaying 1 - 3 of 3 reviews

Can't find what you're looking for?

Get help and learn more about the design.