Aardig journalistiek werkstuk over de zelfdestructieve fotograaf Paul Blanca (1958-2021). Dijkstra en Blanca zouden samen een boek maken, maar toen overleed Blanca aan zijn junkenbestaan. Nu is er toch dit rijk geïllustreerde boek.
Dat junkenbestaan wordt door verschillende geïnterviewden overigens klassiek geïnterpreteerd. Een voorbeeld: ‘Hij was eigenlijk heel zachtaardig. […] Extreem gevoelig. Heel erg ontroerd door dingen. […] Ik denk dat hij, om daarmee om te kunnen gaan, aan de drugs is gegaan. Want hij was té gevoelig. Hij zocht alle uitersten op ter compensatie van die gevoelige kant.’ (p. 161) Volgens mij was Blanca gewoon een man met een bingokaart vol psychische stoornissen. Een klassieke verslaafde, maar wel eentje met een uitzonderlijk talent voor fotografie.
Het boek zelf zit tegen prima aan, maar het afgebeelde fotografische werk van Blanca is geweldig. De extreme zelfportretten, waarvoor hij vaak naakt poseerde, de beeltenis van Micky Mouse in zijn rug kerfde en een levende rat in zijn mond stak, bezitten een bijzondere aantrekkingskracht. Het zijn sterke, fascinerende, beelden van iemand die pijn en echte emoties wil laten zien. Volgens kunstenaar en generatiegenoot Peter Klashorst (1957-2024) bedreef Blanca een mengvorm van fotografie en performancekunst (zie p. 91) – en daar ben ik het wel mee eens. En wat zijn die zelfportretten met zijn moeder ook waanzinnig goed.
Na het zien van de documentaire van Ramón Gieling over Blanca (Deze film redt je leven, 2023), voegde dit boek voor mij weinig toe. Dijkstra, die tijdens zijn samenwerking met Blanca duidelijk nog niet genoeg materiaal had verzameld, citeert ook ruim uit die documentaire. Mijn tip: kijk gewoon die film en hoop, zoals ik, dat er ooit nog een echt overzichtswerk verschijnt met al die foto’s lekker groot en op beter papier. Het werk verdient dat.