Gelezen. De verhalenbundel 'Boniface', het debuut van de Vlaamse Geertrui Daem uit 1992. Daem kreeg er de Debuutprijs voor toegekend.
Tijdens het lezen moest ik vaak aan het werk van Lara Taveirne denken, vooral bij het titelverhaal en 'Weesgegroet Bellinda'. Net als Taveirne schrijft Daem ontzettend beeldend, bijna filmisch. Is het toeval dat beide schrijfsters hun start maakten als theatermakers?
Daem schrijft poëtisch, haar verhalen zitten vol mooie, melancholische beelden die ze afwisselt met bijtende humor (net als Taveirne, dus). Haar personages zijn jonge meisjes die romantische dromen koesteren, maar tegen de harde realiteit van opgroeien opbotsen. Ze lopen uit de pas en hebben de volwassenen met hun vervelende praatjes dóór. Ze herinneren aan de personages van Hermine de Graaf, maar bewegen tegen een overduidelijk Vlaams landschap (Daem hanteert het Denderleeuwse dialect uit haar jeugd). Ze groeien op in Vlaamse dorpjes, tussen de Dender en de ijzeren spoorweg tussen Gent en Brussel, onder de plak van strenge nonnen en kille moeders. Ze zoeken hun grenzen op. Ze slapen met de minnaar van hun moeder of laten zich door de dorpsjongens betasten in het uit betonnen namaakrotsen opgetrokken grotje ter ere van Onze-Lieve-Vrouw. Of ze luisteren naar de verhalen van hun arme buurvrouw die beweert de Prinses De Mérode et de Mirepoix te zijn en in een koekjestrommel krantenknipsels verzamelt over Agneske, het schoolmeisje dat jaren geleden verkracht en vermoord in het moeras teruggevonden werd.
Daem schrijft met veel weemoed en sympathie over kleine mensen die gebukt gaan onder kleine en grote tragedies. 'Boniface' is een bundel verhalen over volwassen worden, de machteloosheid van de mens en beklemmende burgerlijkheid. Ontluikende seksualiteit speelt een grote rol in de meeste van deze verhalen.
Bij het verschijnen van haar debuut werd Geertrui Daem door verschillende recensenten 'de vrouwelijke Louis Paul Boon' genoemd. Ik begrijp waarom. Maar geef mij Daem boven Boon any day.