‘Van Rossem houdt je scherp’ is een bloemlezing van de essays die Maarten van Rossem publiceerde in ‘Maarten!', de glossy die zijn naam draagt en waarvan het eerste nummer eigenlijk als een soort van grap was bedoeld. Die publicatie was echter zo’n succes dat besloten werd van ‘Maarten!’ een echt periodiek te maken.
Van Rossem is en blijft een interessant publiek figuur. Aanvankelijk een onbekend historicus die zijn dagen sleet aan de Universiteit van Utrecht maar min of meer per toeval in 1984 op tv commentaar mocht geven op de toenmalige Amerikaanse presidentsverkiezingen. Veel tv-deskundigen waren destijds niet veel meer dan een soort spreekpoppen die de aan hen gestelde vragen tot in het oneindige herhaalden (later schitterend geparodieerd door Kees van Kooten als dr. Clavan). Juist binnen dat speelveld was Maarten van Rossem met zijn grote kennis van de VS, zijn humor en scherpe waarnemingen een verademing. Het succes bleef dan ook niet uit. Van Rossem groeide in een aantal jaren uit tot een begrip en werd een mediaproduct ‘an sich’; het draait daarbij echter niet meer alleen om zijn opinie, maar evengoed om zijn persoon zelf. De populariserende boeken die hij sinds een aantal jaren op de markt brengt stralen dat ook uit; geen neutrale omslag, maar de auteur vol in beeld op de voorkant – zo ook bij “Van Rossem houdt je scherp”. Ironisch is dat hij daarmee exact dezelfde ´truc´ toepast als de door hem zo verguisde Pim Fortuyn die zich eveneens prominent op de omslag van zijn boeken liet afbeelden. Die popularisering heeft er echter ook voor gezorgd dat veel van Van Rossems publicaties niet (meer) de diepgang hebben die je van een wetenschapper mag verwachten.
Ik gebruik deze lange inleiding om iets duidelijk te maken over mijn gevoelens bij lezing van dit boek. Van Rossem is een begenadigd schrijver en is het sterkst als hij schrijft over de VS en zijn eigen persoonlijke levenservaringen in de context van de geschiedenis. Op een aantal andere terreinen slaat hij echter met regelmaat de plank mis of blijft – al dan niet bewust – teveel aan de oppervlakte. Dat is het duidelijkst bij zijn opvattingen over democratie en populisme. Ver kan ik met hem meegaan als hij stelt dat het democratisch proces in Nederland, in de vorm van verkiezingen, prima functioneert; de kiezersopkomst is namelijk nog steeds opvallend hoog. Probleem is echter dat de uitkomst van dat proces sommigen niet aanstaat, vooral als sprake is van electoraal succes van populistische partijen. En juist daar laat Van Rossem de nodige steken vallen. Je bestrijdt het populisme heus niet door zijn voormannen te beschuldigen van inhoudsloos gebral, zoals hij doet. Nog afgezien van het feit dat er soms ook door vertegenwoordigers van gevestigde partijen wordt ‘gebrald’, is het populisme een uitingsvorm van een steeds groter maatschappelijk probleem; een groep kiezers die zich niet meer vertegenwoordigd voelt en dat op democratische wijze uit in het stemhokje. Van Rossem zegt weinig tot niets over die toenemende kloof tussen een hoog opgeleide bovenlaag en een maatschappelijk slecht geschoolde onderlaag. Die kloof is heus geen verzinsel en wordt een steeds grotere bedreiging voor de maatschappelijke stabiliteit. Op dat moment lijkt Van Rossem een elitair denker die wegkijkt voor de onderliggende oorzaken van een belangrijk vraagstuk.
Een ander minpuntje: Van Rossem besteedt veel aandacht aan het naar zijn mening onzinnige idee dat we op basis van historische gebeurtenissen voorspellingen kunnen doen. Elke situatie in het verleden en in het heden is namelijk anders en afhankelijk van verschillende factoren. Merkwaardig genoeg maakt Van Rossem zich schuldig aan hetgeen hij zelf zegt te bestrijden, bijvoorbeeld als hij stelling neemt tegen staatsrechtelijke hervormingen zoals het instellen van een Constitutioneel Hof. De ervaringen in de VS, waar dit Hof volledig is gepolitiseerd, zouden al voldoende reden zijn er in Nederland vanaf te zien, aldus Van Rossem. Echt logisch klinkt het allemaal niet want als hij zijn eigen opvattingen over de leerzaamheid van de geschiedenis zou toepassen, zou hij moeten concluderen dat Nederland de VS niet is en er dus geen enkele zekerheid kan worden gegeven over het effect van een dergelijke instituut in ons land.
En zo kan ik nog wel even doorgaan, maar toch geef ik dit boek – na enige aarzeling – drie sterren, vanwege de schrijfstijl, de humor en de enkele briljante essays die er wel degelijk tussen zitten. Tenslotte nog een redactioneel kritiekpuntje: de samenstellers en uitgever hadden er goed aan gedaan de publicatiedata van de verschillende essays te vermelden. Zo is in een ervan Willem-Alexander nog steeds kroonprins en geen koning. Als die data wel waren vermeld had elke bijdrage door de lezer in de context van de tijd kunnen worden geplaatst.