Toon Tellegen schrijft gedichten over sprookjes, over mensen die vallen, over de zon, over moeders, over rivieren, over klaprozen, over liefde en over dood. Maar eigenlijk misschien alleen maar over liefde.
Zijn gedichten zijn niet geschreven voor mensen van een bepaalde leeftijd en ze zijn soms ook niet eenvoudig. Toch zijn ze heel goed te lezen voor iedereen die van poëzie houdt of van poëzie wil gaan houden. In dit boek staat een keuze uit zijn gedichten, die een kennismaking is met de poëzie. De poëzie, waarover Tellegen
Als je uit een raam kunt leunen
rek je dan zo ver uit dat je zult vallen
of haar net, nét zult kussen
zij zal wachten, haar hart zal bonzen, zij zal zien
Afwisselend maar over het algemeen mooi. Sommige gedichten spraken meer tot me dan anderen. Zo nu en dan verschenen er filosofische thema's, wat ik heerlijk vind aan Tellegen. De mooiste vind ik: De ontdekking Een brief Als je moeder doodgaat Een streep Een zondagochtend De wedstrijd. Zondag
converseren over de sinus en de cosinus van een kus,
de tangens van het verlangen.
Ze doen hun ogen dicht en denken aan onbekenden, x, y...
uit ZONDAG Review : Als je enkele van zijn kinderboeken hebt gelezen, weet je zo dat Toon Tellegen zich nauw verwant moet voelen met het surrealisme. Zijn droomwereld zou wel door René Magritte kunnen geschilderd zijn. Zoals Magritte personen en/of objecten op een absurde manier met elkaar combineert, zo schrijft Tellegen dierenverhalen met de vreemdste wezens, en combineert hij in zijn poëzie vreemde woorden met elkaar. Het meest gewone dagdagelijkse met iets compleet onverwachts. De poëzie van Tellegen is zeer kwetsbaar. Ook al omdat hij niet gemakkelijk rijm zal hanteren. Dit is geen strenge dichtkunst, maar eerder in blinkende kristallen uiteengevallen proza, rond die eeuwige thema's van liefde en de godsidee. Een mooie sprookjestuin, waar je echter met voorzichtige stappen naar binnen moet gaan en waar je best met mondjesmaat van proeft.