Geuren kleuren onze levens. Ze geven smaak en brengen herinneringen tot leven. Geuren verleiden, brengen verlangens teweeg, roepen op tot walging of angst. Geuren hebben en geven betekenis. Maar wat weten we eigenlijk van geur? Over welke woorden beschikken we om onze reukervaringen uit te drukken? Wat zijn typisch Nederlandse geuren? Bestaat er zoiets als geurerfgoed? En wat als je (ineens) niets meer kunt ruiken?
Neuswijzer is een kleur- én geurrijk geïllustreerd standaardwerk waarin ons reukorgaan de absolute held is. Deze primeur geeft geur de hoofdrol in (streek)taal en cultuur, evolutie en biologie, geschiedenis en psychologie in de Lage Landen. Lezers ontdekken de spannende wereld van moleculen en receptoren, ontwaren de geuren die zorgen voor afkeer en opwinding, en maken kennis met Boldoot en meurmuren. Dit en meer verpakt in een aroma van rozen tot urine, en alles daartussenin.
Misschien had ik er iets meer van verwacht. Het boek nodigt me niet echt uit om nog lang over geur en ruiken door te denken.
Het leukste deel is zonder twijfel Geurwenswoorden. Vooral secties Reukjeuk en Odeurterreur springen eruit, met een leuke verzameling (nieuwe) geurwoorden. Dat stuk spreekt tot de verbeelding en blijft hangen. Meer van dit had zeker gemogen.
Grootste effect van het verhaal: ik zit nu te wachten op een geurmuseum! Het liefst een museum dat lijkt op de tentoonstelling Vervlogen – geuren in kleuren van het Mauritshuis net na de coronapandemie. Eerst via een geurbox thuis en later in het museum zelf kon je ruiken aan een 17e-eeuwse gracht, bleekvelden, een pomander en een kruidenierswinkel. Heerlijk om te doen, niet per se om te ruiken.