Wetenschap & Religie biedt een kritische en verhelderende kijk op een van de meest fascinerende kwesties die mensen van oudsher heeft beziggehouden: hoe verhouden religie, zingeving en geloof zich tot kennis, rede en wetenschap? De interessantste thema's en de meest spannende momenten uit de geschiedenis van dit vraagstuk komen aan bod: de relatie tussen filosofie en christendom, de discussie over mirakels en de almacht van God, het debat over geloof en wetenschap in de islam, de veroordeling van Galilei en de enorme uitdaging van Darwins evolutietheorie.
Patrick Loobuyck is a Belgian political philosopher and professor at the University of Antwerp and Ghent University.
-----
Patrick Loobuyck is als gewoon hoogleraar levensbeschouwing, ethiek en filosofie verbonden aan het Centrum Pieter Gillis van de Universiteit Antwerpen en is gastprofessor politieke filosofie aan de vakgroep Wijsbegeerte en Moraalwetenschap van de Universiteit Gent. Als moraalfilosoof is hij een belangrijke stem in het publieke debat.
Dit boek heeft het over interessante en actuele onderwerpen die besproken moeten (kunnen) worden. Het is toegankelijk geschreven en het is duidelijk dat de auteur zijn best doet om het onderwerp niet enkel vanuit een westerse en christelijke hoek te benaderen. Ook het jodendom en de islam worden mee in de schijnwerper getrokken. Andere religies worden hier en daar vermeld.
Het boek staat vol referenties naar eerder onderzoek en naar (natuur)filosofen, (natuur)theologen, wetenschappers, ... Allemaal denkers die al dan niet iets over de relatie tussen wetenschap en religie gezegd hebben. Iedereen die met wetenschap of theologie bezig is geweest, heeft ook wel iets over het andere gezegd of geschreven. Wat zeer spijtig is, is dat er amper vier vrouwen aan bod komen. Aristoteles en Plato worden uitgebreid besproken, maar Hypatia, die vermoord zou zijn op bevel van de kerk om wetenschap te beoefenen, wordt niet eens vermeld. Voltaire krijgt een volledig tussenhoofdstuk, waarin Émilie du Châtelet in één zin gereduceerd wordt tot zijn minnares en vertaler van een werk van Newton. Zij was zelf overtuigd deïst en ze benadrukte in haar wetenschappelijk werk dat de rede moest zegevieren bij het begrijpen van het universum. Hildegard van Bingen, Rosalind Franklin, Ursula Goodenough en Mary Anning, allen historische wetenschappers met een uitgesproken mening over de relatie tussen wetenschap en religie, komen evenmin aan bod.
Voor zo'n recent boek kan de vraag gesteld worden of het weglaten van deze belangrijke bijdrages nog van deze tijd is, zeker wanneer het gebruikt wordt als handboek voor de filosofen, theologen, wetenschappers, ... van de toekomst.
'Wetenschap en religie' is het jongste boek van moraalfilosoof Patrick Loobuyck. In de ondertitel luidt het dat het 'een spannend duo' is. In grote lijnen bestaan er drie verhoudingen tussen beide : de battlefield-verhouding (de twee zijn met elkaar in strijd), de nothing-in-common-hypothese (wetenschap en religie zijn twee totaal gescheiden benaderingen die elkaar helemaal niet raken) en het harmoniemodel (de togetherness-positie die wetenschap en religie in een globale visie samenbrengt).
De auteur bespreekt deze drie verhoudingen in de eerste plaats in een historisch kader. Daarbij gaat hij terug tot het ontstaan van de Griekse filosofie: van wetenschap in de eigenlijke zin van het woord was toen nog lang geen sprake, maar hij gaat wel de verhouding tussen mythisch denken en het gebruik van de rede die met het mythisch denken breekt , na. Vervolgens komen de Middeleeuwen met christelijke denkers als Augustinus en Thomas van Aquino. De auteur besteedt ook enige aandacht aan de moslimwereld en de houding van intellectuelen over geloof versus rede.
De eerste 'clash' die hij uitgebreid bespreekt, is het incident tussen Galilei en de katholieke kerk over het geocentrisch wereldbeeld versus het heliocentrisch wereldbeeld. Volgens Loobyck was nog dat geen echte strijd tussen religie en wetenschap: Galilei verliet het geloof niet, alles draaide in wezen rond de vraag of bepaalde bijbelpassages ofwel letterlijk ofwel metaforisch mogen/moeten gelezen worden. Nog lange tijd daarna is er sprake van natuurfilosofie. God openbaaaert zich in teksten maar ook in de natuur; de studie van die natuur en haar wetmatigheden zou de mens ook dichter bij god kunnen brengen, zo luidde een overtuiging die wijd verspreid was en lang heeft stand gehouden. Ook bij Newton is er nog een religieus wereldbeeld. Maar vanaf de zeventiende eeuw ontstaat (in het Westen) toch de wetenschappelijke benadering van natuurverschijnselen. Een belangrijk moment in deze ontwikkeling vormt de evolutietheorie van Charles Darwin (1859). Hier is voor het eerst duidelijk dat de jonge aarde-gedachte (de aarde zou zo'n 6000 jaar oud zijn) niet klopt en is er een verklaringsmodel voor het verschijnen van mens en dier waarvoor een schepper een overbodige hypothese wordt. Het komt al vlug tot een echte botsing tussen het geloof en de wetenschap (hier de biologie). Patrick Loobuyck bespreekt deze strijd nauwgezet, met inbegrip van (ook hedendaagse) theorieën van creationisme en Intelligent design die vooral leven in kringen van Amerikaanse evangelische christenen en ook binnen de islam. De moeilijke verhouding met Rome bespreekt hij eveneens: uiteindelijk heeft de katholieke kerk de evolutietheorie aanvaard met deze aanvulling dat de kerk nog altijd een goddelijke ingreep behoudt waar het de 'ziel' van de mens betreft. In een apart hoofdstuk gaat de auteur dieper in op de drie attitudes en de moeilijkheden die elk van hen met zich brengen. In een slothoofdstuk gaat hij vervolgens dieper in op de wetenschappelijke studie van religie, vertrekkend van de vaststelling dat alle culturen op aarde een vorm van religie kennen. De wetenschap vraagt zich dan af hoe dat komt en poogt in een evolutionair kader daarvoor een verklaring te vinden.
Dit boek is bijzonder verhelderend en is geschreven in een taal die iedereen kan begrijpen. Filosofie hoeft niet hermetisch te zijn, zo, blijkt eens te meer.