Minuten-, uren-, dagen-, weken-, ja, maandenlang lagen wij languit op bed. De oudste zon links van me, de jongste zon rechts van me. Eentje voor het slapengaan. Soms twee. Soms meer. Het aantal was afhankelijk van hoe laat we er lagen. En of er de ochtend nadien naar school gehost diende te worden. Al gebeurde het ook op andere momenten. Voornamelijk in weekends en op vakantiedagen. Ter bestrijding van de middagdip, de lamlendige verveling of de lafhartige weergoden. Na zo’n opkikkertje konden we er weer tegenaan. Voor bedtijd had het een ander effect. Dan daalde er een onnoemelijke rust over ons heen. En dat ondanks de mengelmoes. Een sprookje van de gebroeders Grimm of van Hans Christian Andersen werd voorafgegaan of achternagezeten door eentje uit Japan, China of een of andere Europese uithoek. Af en toe zat er eentje tussen dat de zonnen van een verfilming herkenden. Zoals het allerlaatste. De sneeuwkoningin. Die film hadden ze nog maar net gezien. Al wisten ze wat er zou gebeuren, bij alle honderd verhaaltjes lagen ze stil naar je te luisteren. Soms ervoer je onderwijl zelf het genot van een kleine massage. Ook daarom is het jammer dat de sprookjes nu uit zijn. Je prijst je gelukkig dat er ontelbare andere boeken wachten. Omwille van alle genot dat met voorlezen gepaard gaat.