Hoe kon een cultureel zo hoogstaand en ontwikkeld volk als de Duitsers afglijden naar de meest verschrikkelijke barbarij tijdens het Derde Rijk? Deze vraag is niet te beantwoorden zonder aandacht te besteden aan de culturele tradities in Duitsland.
Boterman laat zien dat de veelgeprezen Duitse filosofen, schrijvers, intellectuelen, kunstenaars en wetenschappers veel nauwer met de duistere kanten van de politiek verweven waren dan tot nu toe is aangenomen.
Een uniek en ambitieus boek, waarvan zelfs in Duitsland geen equivalent bestaat.
Frits Boterman is emeritus professor of Modern German History after 1750 at the University of Amsterdam. He has published several books on German history.
Indrukwekkend overzicht van denk ik Nederlands belangrijkste Duitsland expert, over vooral de Duitse intellectuele prestaties in de Twintigste Eeuw. De eerste 100p. gaan tot 1848, de volgende 160 tot 1917 en de rest beschrijft de Twintigste Eeuw. Dit is ook gelijk mijn kritiekpunt, de onevenredige verdeling. Ik persoonlijk denk dat de Intellectuele prestaties in Duitsland vooral in de 19de Eeuw van groot belang zijn en de lijst is echt letterlijk oneindig aan name dropping en onderwerpen die hier aan bod komen.
De 200 jaar die in dit boek worden beschreven worden in hoge mate overschaduwd door een man (en tot op zekere hoogte nog steeds) en dat is Immanuel Kant. Het boek begint met Immanuel Kant en de revolutie die hij heeft veroorzaakt maar Boterman komt er daarna niet meer op terug, of heel summier.
Daarnaast voor wat het is, gaat het vooral over literatuur, filosofie en film en niet over muziek of kunst. Verder vond ik ook jammer dat Schopenhauer zo weinig aandacht kreeg.
Howel het een algemene geschiedenis is is er genoeg ruimte voor interessante details, als dat op de foto waar een Russische vlag op de Rijksdag werd gepland, de buitgemaakte horloges moesten worden weggeretoucheerd, ect.
Wellicht lezen in partnerschap met : The German Genius van Peter Watson.
"Cultuur als macht" is een lange zit, maar verveelt dankzij de heldere schrijfstijl en de boeiende uitdieping van het thema nooit. De extensieve namedropping (letterlijk dan) is zowel een voordeel als een nadeel. Enerzijds gaat het overzicht wat verloren, anderzijds maken de kleine hoofdstukken m.b.t. belangrijke personen dit boek tot een waar en handig naslagwerk. Jammer en vreemd genoeg heft de auteur op het einde even het moraliserende vingertje op (met "neoliberaal" en "verlichtingsfundamentalisme" als twee kernwoorden), maar dat weegt niet op tegen een duidelijke, serieuze en informatieve verhandeling van 880 bladzijden.
Na enkele pogingen, heb ik op een rustvakantie eindelijk tijd gevonden om dit vuistdikke werk helemaal door te nemen. Het opzet van de schrijver is ambitieus: 200 jaar Duitse cultuurgeschiedenis op een bevattelijke en gestructureerde manier behandelen. Daarin is de schrijver wonderwel gelukt. Het vergt uiteraard wat voorkennis of tenminste de wil om verder zich in het domein te verdiepen. Ik heb op het eind een lijstje werken genoteerd die werden besproken en ik meer in detail nog wens te lezen.
De centrale these is dat Geist (cultuur) en Macht (politiek) op een vaak gespannen manier met elkaar omgingen, soms met dramatische gevolgen. Gezien Duitsland lang geen staat vormde, was de culturele wereld gericht op persoonlijke Bildung en de Romantiek, een reactie op het bloederige tijdperk na de Franse Revolutie. Het Verlichtingsdenken vond met Kant een belangrijke vertegenwoordiger en Frederik de Grote een invloedrijke volger, maar volgende generaties legden andere invalshoeken. 1848 zorgde voor een breuk in het nationaal-liberaal enthousiasme. Toen Bismarck eindelijk de Duitse politieke eenheid smeedde, ontstond nieuwe culturele animositeit: "Unbehagen an der Modernitaet". Tijdens WO I werd de Duitse cultuur ("Kultur") een reden om ten strijde te trekken tegen de Frans-Engelse "Zivilisation". In het Interbellum passeren we ondermeer Bauhaus. Tijdens de regeerperiode van Hitler oefende de Reichskulturkammer pogingen uit om traditionele kunst te beschermen, maar wel via massamedia uit te dragen (film, radio). In het naoorlogse tijdperk valt op hoe de DDR evenzeer de kunst wilde controleren, zelfs beknotten. BRD gaat anderzijds gebukt onder het Auschwitz-trauma en wordt een vrijgeleide voor de mei 68-generatie om een linkse dominantie te veroveren, die tot op vandaag doorwerkt. Historici als Ernst Nolte en Joerg Friedrich vormen een moedige uitzondering. Tekenend voor de linkse taaiheid, is dat zelfs in de DDR de officiele protestbewegingen vooral nieuw-links (feminisme, milieu,...) van aard zijn.
Wie de huidige immigratiepolitiek van Merkel wil begrijpen, moet die in het culturele discours zoeken van het naoorlogse Duitsland, dat niet lijkt in staat te zijn op een volwassen manier haar eigenheid te bewaren en haar belangen te verdedigen. Hierin ligt volgens mij de uitdaging, zich uit deze politiek-correcte Sonderweg onttrekken.
Waanzinnig interessant. Het is een flink stuk lezen, maar Boterman schrijft vlot en het leest dan ook niet zwaar. Enerzijds remmen de rijtjes met namen die af en toe voorbijkomen af, anderzijds bieden diezelfde rijtjes een mooi aanknopingspunt voor verder lezen.