Het tweede boek van de trilogie volgt Matthis Cuvelier, het pleegkind van Marije dat grootse dromen had over het ridderschap. Op zestienjarige leeftijd weet hij al dat hij geen goede soldaat, maar toch sluit hij zich als heraut aan bij het leger van Bertrand du Guesclin. Om geld te regelen voor het kleine legertje, vertrekt Matthis naar Parijs waar op dat moment een burgerlijke revolutie plaatsvindt. hij vervult daar een dubbelrol, dat hem in (levens)gevaar brengt. Na zijn ontsnapping uit Parijs wordt hij met Marije en Breton gevangen genomen door de Engelsman Jake de Wyn, de ‘Eeuwige Verliefde’. Tegelijkertijd komt de oorlog steeds dichterbij, zullen ze het overleven?
Na zo’n fantastisch eerste boek, moet er een sterk begin zijn voor het vervolg – en dat was er. Het was verfrissend om alles via Matthis te zien, en dan meteen zo’n spannend openingsgevecht, briljant. Je hebt mij meteen weer te pakken. Matthis’ ontwikkeling van jongetje met ridder dromen tot tiener die de oorlogshorror gezien heeft was zo goed gedaan, zijn interne dialoog groeit mee. Hij is een neutraal genoeg figuur (‘de eeuwige toeschouwer’) dat de boodschap goed kan overbrengen: oorlog is slecht, en de gewone mensen zijn altijd het slachtoffer. Verder was ik niet heel geïnteresseerd in het politieke verhaal van Frankrijk. De hoofdstukken in Parijs vond ik dan ook redelijk saai, en langzaam. Daarbij ben ik persoonlijk meer fan van Marije dan van Matthis, dus boek 1 blijft toch m’n favoriet. Geoffrey Chaucer was wel een leuk giechelmomentje, wat een king!
Dit boek vond ik verassend donker voor een kinderboek. Ik kan mij niet herinneren dat ik als kind doorhad wat er allemaal gebeurde, maar als volwassenen was ik gechoqueerd! Die bijna verkrachtingsscene van Marije, goeie god dat was intens donker! Ben er wel fan van dat deze donkere realiteit niet ontkent word. En ben natuurlijk mega fan van de socialistische/communistische ondertonen die door het boek heen te vinden zijn. Het positieve mensbeeld is weer overduidelijk aanwezig, love it.