In jeden Winkel der deutschen Zeitgeschichte leuchtet der Haushistoriker des ZDF mit immer den gleichen Scheinwerfern hinein und befragt die Geschichte und ihre Zeugen mit immer derselben beruhigend sonoren Stimme. Besonders in das düsterste aller dunklen Kapitel gewährt uns Guido Knopp regelmäßig Einblick. Und immer wieder ist man erstaunt, woher er immer noch die vielen Zeitzeugen vor seine Kamera bekommt, die berichten, wie es wirklich war damals zur Zeit des "tausendjährigen Reichs". Erstaunlich auch, wie kompakt und schnörkellos es ihm gelingt, noch so verfahrene historischen Dramen zu rekapitulieren. Im Film ebenso, wie in dem jeweils dazu vorgelegten Buch. Nach Hitler selbst ( Hitler. Eine Bilanz , 1995), Hitlers Helfern (1996), Hitlers Kriegern (1998), Hitlers Kindern (2000), Hitlers Frauen (2001) und seinen Attentätern ( Sie wollten Hitler töten , 2004) führen uns Knopp und seine Autoren diesmal anhand einer einschlägigen Auswahl Hitlers Manager vor. Behandelt werden Rüstungsminister Albert Speer, dem der Führer unter anderem nicht weniger als den Umbau Berlins übertragen hatte (Zitat "Das ist schön. Er wird's gewiss schaffen."), der "Raketenmann" Wernher von Braun, der General Alfred Jodl, der Waffenfabrikant Alfried Krupp von Bohlen und Halbach, der für die "Motorisierung des Volkes" zuständige Ferdinand Porsche und schließlich der Bankier Hjalmar "Ohne sie, die 'Meister' ihres Fachs (…) wäre Hitlers Reich nicht effektiv gewesen. Und so ergriffen sie die Chance für kometenhafte Karrieren, enorme Profite und wirtschaftliche Expansion." Wie andere auch haben die hier angeführten, allesamt hochbegabten Helfer des Nazi-Regimes später für sich an der Legende gewoben, sie hätten "nur das eigene Metier im Blick gehabt und nicht die Machenschaften des Regimes". Wie untauglich diese Ausrede ist, das so gründliche moralische Versagen zu bemänteln, belegt der vorliegende Band sehr deutlich, der allein deshalb die Lektüre lohnt. -- Hasso Greb
Guido Knopp is a German journalist and author. He is well known in Germany, mainly because he has produced a great number of TV documentaries, predominantly about the Nazi era, but also about other topics, such as Stalinism.
Het opvallendste dat in dit boek naar voren komt is wat voor een verschrikkelijke leeghoofdige klungel Adolf Hitler wel niet was. Hij had werkelijk nergens verstand van, was niet stressbestendig en leed aan een megalomane zelfoverschatting. Het enige waar hij wel goed in was : individuen manipuleren en de massa met propaganda bewerken en beide groepen zo voor zijn karretje te spannen.
Knopp beschrijft en beoordeelt de positie van 6 van Hitlers ‘managers’, de mannen die de zaken voor hem regelden: architect Speer, raketgeleerde von Braun, generaal Jodl, wapenfabrikant Krupp, ingenieur Porsche en bankier Schacht. Over welke mannen ‘goed of fout’ waren velt Knopp een bezonken (met de wijsheid van nu verkregen) oordeel. Daarnaast schets hij hun achtergrond, opleiding, opkomst, professionaliteit en (vaak) neergang – nadat zij in ongenade waren gevallen. Juist door de professionaliteit van deze mannen wordt duidelijk hoe dom en kleingeestig Hitler was. Het is verbijsterend je te realiseren dat zo’n nitwit toch zoveel invloed had dat hij de WO II-ramp kon veroorzaken. (Hoewel het boek van Ian Kershaw daar weer een antwoord op formuleert: de mensen om Hitler heen gingen ‘naar hem toe werken’, d.w.z. handelen in de geest van Hitler, door proactief uit te voeren van wat zij dachten dat Hitler zou (gaan) willen. En Hitler sanctioneerde veel van die, kennelijk door zijn staf goed ingeschatte, initiatieven achteraf.)
De moraal van het verhaal, van de zes verhalen: hoe je langzaam in het systeem gezogen wordt als je de rode seinen negeert, omdat je zo graag je professioneel doel wilt behalen. De meeste mannen dachten dat zij Hitler wel een beetje konden sturen en in de hand houden. Schacht antwoordt zelfs op de vraag hoe hij toch als kleine leeuw in de kooi van de grote leeuw kon stappen: ‘Ik stapte niet in de kooi als kleine leeuw maar als dompteur.’
Maar het in de hand houden lukte geen van hen. Daarvoor had je een redelijke gesprekspartneer nodig. Maar ja, Hitler en redelijkheid ...