Is elke liefdesrelatie tragisch? Huff lijkt te suggereren van wel, met zijn verwijzingen naar Paris en Helena, Romeo en Julia en Simson en Delilah. Maar misschien hoeft het niet? Huff laat in een liedje van Regina Spektor Simsons lange haar en daarmee de bron van zijn kracht door Delilah afknippen, en samen onopvallend buiten de schijnwerpers lang en gelukkig samenleven. Zelf probeert de verteller Romeo en Julia te herschrijven, maar slaagt daar niet in. Zo ook zijn liefdesleven, wat tragisch is en wat hij niet herschreven krijgt.
Aantekeningen voor mezelf gemaakt. Eén grote spoiler.
Kan een open relatie gelijkwaardig zijn? Dus niet: kan een relatie open zijn, want dat kan wel, maar kan die gelijkwaardig?
Alternatieven
Huff vraagt zich af of er alternatieven zijn voor het beperkende en burgerlijke monagame huwelijk: “open vrije twintigers, monogame jonge ouders, swingende dertigers, (al dan niet hiërarchische) polyamoureuze veertigers (of vijftigers), met een latrelatie, of een V-constructie. Zestigers met friends with benefits. Of anders geordend. Maar nog altijd in dezelfde primáire relatie.” Het lukt de personages in dit verhaal in ieder geval niet om een open relatie goed te houden, alle regels en beperkingen ten spijt. Alletwee omzeilen ze de regels, alsof die alleen voor de ander gelden; of misschien werken zulke regels wel gewoon niet omdat een liefdesrelatie niet om regels maar om wezenlijke verbinding draait. Ooit gescheiden? - dan weet u hoe pijnlijk en emotioneel dat proces is en niet vanwege regels.
Het verhaal in grote lijnen
Een man en een vrouw hebben een relatie. Hij wil open omdat hij toch niet van andere vrouwen af kan blijven, zij wil aanvankelijk niet maar begrijp dat hij toch niet etc. Ze spreken totale eerlijkheid af. Hij is schrijver en verhuist naar New York om in het Engels te schrijven. Daar flirt hij en gaat hij vreemd zonder het tegen haar te zeggen. Zijn rechtvaardiging is dat zij niet goed in haar vel zit wegens overlijden van haar vader en hij haar wil sparen. Maar goed wat hij dus eigenlijk doet is voor haar beslissen, wat hem boven haar plaatst. Als zij later een vrouw ontmoet met wie ze wil daten en op wie ze verliefd wordt, is híj jaloers. Ze vormen een soort tweezijdige driehoeksrelatie waarbij zij en hij vaste partners zijn, en zij en zij ook. Hij voelt zich ook verbonden met de tweede zij maar dan via het delen van een vrouw en via de angst om zijn levenspartner te verliezen. Al die tijd knaagt aan hem dat hij in New York een affaire heeft gehad maar dat niet heeft verteld. Als hij dat uiteindelijk opbiecht, is het te laat en neemt zijn partner hem dat erg kwalijk - hypocriet omdat ze zelf ook oneerlijk is bij de vleet. Ze zoeken alletwee rechtvaardiging voor hun op zichzelf gerichte gedrag door de ander in diskrediet te brengen. Misschien is dat wat hier misgaat: niet de verbinding met de ander staat centraal in deze relatie, maar het eigenbelang (voor alletwee het genot van extra verliefdheid en seks; voor haar ook nog haar mannenhaat en het uitleven van haar biseksualiteit).
Hij: “Een heimelijke affaire is niet het dagelijkse werk van een relatie, zelfs niet van een tweede relatie. Het is een ontspanning van dat dagelijkse. Mijn affaire in New York was een kleine kopie van mijn verblijf in New York: een vlucht gevoed door verlangen, lust, en gedoemd uit te lopen op teleurstelling.”
Zij: “Eigenlijk, met een goede communicatie, moet je bij de eerste angst al zeggen: ‘Shit, ik voelde iets.’ Dat hebben we niet goed gedaan. (…)”
“Een open relatie kan een veilige plek zijn om zulke ervaringen te delen en te verwerken. Dan moeten beide partijen wel op de hoogte zijn van wat er allemaal gebeurt, en hoe iedereen zich daarbij voelt.”
Vorm
Huff heeft zijn roman geschreven als een serie aantekeningen. Hij haalt de Ierse schilder Jack Yeats aan die aanvankelijk schijnt te hebben gewenst dat kunst kan bijdragen aan radicale omwenteling voor een betere toekomst, en daar later van teruggekomen zou zijn: “Toen zei hij dat een schilder gewoon een beeld teruggaf aan de wereld; een moment dat anders voorgoed was verdwenen, en dat wat er niet aan kon worden uitgelegd of geduid júist was wat het tot zulke grote kunst maakte. En het was Yeats die zei dat niemand creëert: ‘De kunstenaar verzamelt herinneringen.’” Zo ook Huff met dit verhaal.
Tegenspel
Hebben de twee hoofdpersonages het allemaal niet zien aankomen? Hij heeft in ieder geval het nodige tegenspel gekregen van zijn broer en zus over monogamie en een open relatie. Zijn zus zegt: “‘(…) wie zegt dat na Zoë niet een ander vriendinnetje komt? Maar dan wel met de voordelen van een vaste partner. Sorry, vaste vriend. En ik maar denken dat je niet álles kunt hebben.’ ‘Waarom niet?’, zei ik. ‘Waarom zou je niet álles kunnen hebben?’ Nora: ‘Omdat je dan op de EHBO belandt.’” Hahaha.
Zijn broer: “Mijn broer vroeg: ‘Waarom doe je dit jezelf aan?’ Hij was niet de enige.”
De zus: “‘Je hebt altijd het recht om over je gevoel te spreken. Zolang je maar eindigt met de vraag: ‘Hoe is dat voor jou, wat denk jij?’”
En precies dát vindt hoofdpersoon te moeilijk, om zijn grenzen aan te voelen en te benoemen; hij gaat mee in elk voorstel van haar, wat haar de gelegenheid geeft om verliefd te worden op eerst één vrouw, en daarna op een andere vrouw. Ze spreken onderweg telkens nieuwe regels af in plaats van over hun grenzen, hun gevoel en hun verbinding. Zij constateert aan het eind dat ze zich naar hem slecht heeft gedragen. Nou inderdaad, ze heeft zich heerlijk ten koste van hem uitgeleefd en er ook nog over gelogen.
“In Romeo en Julia (Shakespeare, red.) corrumpeert de omgeving een perfecte liefde. Ik geloofde daar niet in. Dat wil zeggen, het rot komt ook van binnen.”
“En ik geloofde ook wel wat je zei, natuurlijk, dat het verkeerd was om wel of geen relatie te zien als een lichtschakelaar, een keuze tussen twee even deprimerende standen: altijd alleen of voor de rest van je leven met één iemand.”
“Graag zou ik het opnieuw doen, vanaf Ierland, en dan meer praten, helderder grenzen stellen, twijfels uitspreken, in therapie gaan. Beter luisteren, meer aan je vragen, je dwingen je grenzen aan te geven, mezelf begrenzen.”
Taal
Taal speelt een belangrijke rol in deze roman. Op gezette tijden haalt Huff Wittgenstein aan met zijn theorieën over taalspel en de relatie tussen taal en werkelijkheid. De hoofdpersonen proberen met hun bezweringen, leugens en regels de werkelijkheid te bedwingen, maar slagen daar niet in. Dat lijkt wel een les die we kunnen trekken uit dit boek: richt je op échte verbinding, niet op je eigen lust die je afdekt met gedraai en gelieg.
Het loopt slecht af
Uiteindelijk loopt deze relatie stuk, zoals zoveel relaties in ons land (meer dan de helft van alle huwelijken). Een open relatie is daarvoor dus geen panacee. Op het eind beschrijft hoofdpersoon een soort ideaalbeeld van een relatie. Dat leest als een lauwe beschrijving van het burgerlijke ideaal van de eeuwigdurende romantische liefde, compleet met huisje boompje kindertjes, precies wat deze twee mensen wilden vermijden. Dat is voor ons als lezer wel een beetje onbevredigend, dat ook dit boek geen recept geeft voor een succesvol en liefdevol liefdesleven.