Vlak na de eeuwwisseling werd deze verhalenbundel uitgebracht. Stephen Cooper, biograaf, vond de verhalen en paar jaar eerder tussen ander schrijfwerk dat de weduwe van Fante had gevonden. Het was alsof hij een lang verborgen schat vond. Misschien is dat wel wat meerdere lezers vinden als ze, vaak bij toeval, op het werk van Fante stuiten. Nog steeds is Fante een vergeten grootheid wat mij betreft. Ook deze bundel is weer een bevestiging van zijn uitmuntend schrijverschap.
Toegegeven, niet elk verhaal is even sterk, zoals ook elk schot op doel niet tussen de palen belandt, maar Fante scoort vaker wel dan niet en op de momenten dat hij scoort, zijn het treffers, om maar in voetbalsferen te blijven, van Bergkampiaanse schoonheid. Wat de verhalen zo mooi maakt zijn de karakters, veelal underdogs, onschuldige stumpers, kinderen soms. Allemaal kijken ze op een naïeve, hoopvolle manier de onverbiddelijke wereld in waarin ze zich bevinden. Zo is er de jonge Jakie die zijn kleine broertje heeft verloren na een ongeluk. Hij wordt door z’n moeder geslagen, maar z’n moeder belooft beterschap na de dood van haar andere zoon. Een ander thema in het oeuvre van Fante is de katholieke kerk, die is, ook lijkt hij soms onzichtbaar, altijd alom vertegenwoordigd. Zo staat een jonge tiener naar een dansend meisje en haar partner te kijken.
“The girl and her partner circled the floor three times. Not for a breath did I flick my eyes from her waist. The waltz ended, she disappeared in a thong at the entrance, and I had not so much as glanced at her face. If I saw her again, wearing a coat, I would not recognize her. And, I thought, according to the religion of my baptism, I had committed a mortal sin, and I know I was ticketed for hell more than ever. I cursed all priests.”
Alles wat Fante zo goed maakt komt in scènes als deze samen. Pronkstukjes als deze toverde tijdens het lezen weer regelmatig een lach op mijn gezicht.
De proloog van Ask the Dust is subliem en spoort me aan dat geniale boek snel weer te herlezen. Een ander hoogtepunt in deze bundel is The Sins of the Mother. Donna Martino is de vrouw des huizes en ze is de baas thuis, zoveel is na deze eerste zinnen wel duidelijk: “Dinner was served. Donna Martino, big and menacing, sat down at the head of the table. The chair squealed a protest…. “Shaddup!” roared Donna Martino.” Er is onenigheid in de familie omdat een van Donna’s dochters wil trouwen met iemand die niet zo welgesteld is. Donna is het hier niet mee eens. In de loop van het verhaal wordt duidelijk dat moeder en dochter niet veel voor elkaar onder doen. De laatste zin van het verhaal, die ik hier niet ga prijsgeven, kon niet beter gekozen zijn. Weergaloos.
Als afsluiting wil ik nog een gedeelte uit het titelverhaal, The Big Hunger, citeren. Het is geschreven vanuit het standpunt van een jongetje en laat prachtig zien moeilijk het voor volwassenen is zich te verplaatsen in de gedachtes van een kind. Fante toont zijn kunde door compleet vanuit het kind te schrijven. In deze scène lijken we opeens in het Wilde Westen terecht te komen, maar bevinden we ons in het hoofd en in de tuin van Danny Crane die Johnny, zijn buurjongen, ziet aankomen.
“A slinking figure at the corner of the garage caught his attention. (…) He was armed to the teeth, a rubber knife in his jaws, a rifle in his hands, and two Gene Autry . 45s strapped to his hips. John Stribling was the sworn enemy of the law and order in the West. Day and night he roamed the plains, shooting down constables, knifing sheriffs, ambushing marshals. For two weeks, since the beginning of summer vacation, Stribling had left a trail of blood and murder in his wake…”
Er rest mij nog een boek. Dan heb ik alles van Fante gelezen en is de grote honger naar ieder verhaal, naar ieder hoofdstuk, naar iedere letter, vrees ik, in ieder geval voorlopig even gestild.