In 1991 beleefde dit land de doorbraak van Vlaams Blok, de voorloper van Vlaams Belang. Een jaar na die Zwarte Zondag tikten Jan Blommaert en Jef Verschueren Het Belgische migrantendebat bij elkaar. Hun analyse: ondanks de oprichting van een Koninklijk Commissariaat voor het Migrantenbeleid wordt het debat van de ‘tolerante meerderheid’ beheerst door een geloof in de heilzaamheid van een homogene samenleving en een afkeer voor verregaande diversiteit. Hun ongemakkelijke conclusie: ons migrantenbeleid is door en door rechts. Het boek sloeg in als een bom. Het viel niet overal in goede aarde, maar de auteurs ontvingen er in 1993 de Arkprijs voor het Vrije Woord voor. Op algemene vraag geeft EPO het boek nu heruit. Want wat is er ruim dertig jaar later veranderd? Het boek had net zo goed vorige week geschreven kunnen zijn. Bekijk de vele citaten en vergelijk ze met wat er vandaag verschijnt. En trek dan je eigen conclusies.
Een linguïstische analyse van het zogenoemde 'migrantendebat' van de jaren '80-'90. In 1989 werd CVP politica Paula D'Hondt benoemd tot Koninklijk Commissaris voor het Migrantenbeleid om het 'migrantenprobleem' aan te pakken. De auteurs van dit boek, Jan Blommaert en Jef Verscheuren, werden door D'Hondt aangesteld om een onderzoek uit te voeren naar de vraag: 'hoe om te gaan met diversiteit'. Hun uiteindelijk onderzoek is een kritische analyse geworden van het migrantenbeleid, onderzoek naar migratie en het gangbare discours over discriminatie in de media.
Een voordeel van deze analyse is dat het een breed onderzoeksveld heeft waardoor racism niet alleen gezien wordt als een fenomeen komende van de rechtse uithoeken van onze samenleving. Ze tonen hoe racisme impliciet is ingebakken in uitspraken, teksten en discours die breed gedragen worden door een groot deel van de Belgen (in hun boek ligt de focus voornamelijk op Vlaanderen). Hiermee tonen ze hoe alledaagse woorden, verklaringen en verhalen in se een racistische samenleving reproduceert.
Een probleem dat ik heb met deze analyse is dat het enkel en alleen plaatsvind op het symbolisch en ideologisch niveau van racisme t.a.v. migranten. Ze hadden best ook het begrippenkader van de 'migrantenproblematiek' moeten plaatsen in de totaliteit van de samenleving waarin deze leeft en ontwikkeld wordt. Met andere woorden, wat zijn de historische mogelijkheidsvoorwaarden voor de genese van dergelijk discours? Hoe komt het bijvoorbeeld dat het mogelijk is om een homogene opvatting te proclameren van cultuur (bv. 'de' Belgische waarden en normen) in een historisch tijdperk gekenmerkt door globalisering?