In Winterbloeiers probeert Yentl van Stokkum grip te krijgen op de toekomst. We weten niet of een geliefde morgen nog bij ons is, maar 90 procent kans dat het regent. In onstuimige, hunkerende gedichten wisselt ze zachte zomeravonden en zware stormen af. Volgens de verwachtingen staan ons extreme omstandigheden te wachten.
Als een jonge vrouwelijke schrijfster die altijd schrijft over de liefde, en het klimaat al aan het rouwen is sinds achtjarige leeftijd, ga ik heel goed op deze dichtbundel van een jonge vrouwelijke schrijfster die schrijft over liefde en klimaatrouw. Niet om op te scheppen (serieus niet om op te scheppen), maar ze was in mijn poëzieles en we gingen deze bundel bespreken. Ik vroeg iets in de zin van "hoe ga je om met liefde gebruiken als thema ook al is het misschien wel het meest gebruikte onderwerp in de poëzie?", ze zei toen onder andere dat ze het "voor de girls" deed. Ik ben zo'n girl, dus ze heeft dit praktisch voor mij geschreven. Zo cool!
Zeer zwoele bundel, soms ronduit geil. Ik ben een beetje verliefd geworden op Van Stokkum. Maar heel veel gedichten lijken op elkaar en de manier waarop alles gelardeerd wordt met klimaatverdriet doet wat populistisch aan.
TUURLIJK IK HAD HEM GRAAG GEHOUDEN al was het maar voor de fluorescerende nachten / waarin hij me vastpinde in bed / de zon ging maar niet onder / ik had het amper in de gaten / ik lette niet op die giftige gloed / zelfs de vogels waren stil // hij pelde mijn benen uit elkaar twee sinaasappelpartjes / en al dat vocht hij likte het op en ik had hem graag gehouden / ook al kende ik onze houdbaarheidsdatum alleen ik / hield die in de gaten ik telde / onze dagen / het zou kunnen dat ik liever niets aan toeval overlaat // en daarom zei dat hij moest gaan / het zou kunnen dat ik stormachtig onheilspellend was / ik wees hem een nieuwe richting aan ik zei / dat is ook een kant / ik weet niet of je daar al hebt gekeken / en zelfs de vogels waren stil / terwijl ik hem naar de voordeur dirigeerde (p. 67)
'wil je mij dan niet begrijpen liefste? / of denk je dat je dat al doet? / dat je mij hebt afgegraven of erger nog / meanderend hebt afgekalfd'
'hij pelde mijn benen uit elkaar twee sinaasappelpartjes / en al dat vocht hij likte het op en ik had hem graag gehouden / ook al kende ik onze houdbaarheidsdatum alleen ik / hield die in de gaten ik telde / onze dagen'
'aan het einde van het verhaal kan zelfs de liefde me gestolen worden / jij bent er ik heb mijn vriendinnen onvervangbaar stuk voor stuk'
‘uiteindelijk heb ik me zo betrokken mogelijk opgesteld maar betrokkenheid is een beweging en een beweging is wrijving en wrijving leidt tot warmte en wat is warmte meer dan energie die van het een naar het andere stroomt’
Supersentimenteel, hitsig en ook nog eens een beetje klimaatactivistisch. Elke keer als ik erin zat, voelde het alsof het zo’n zweterige late zomermiddag was, waarop je niets anders kunt doen dan languit liggen. Het boekje uitlezen voelde dan ook als een verkoelende lauwe douche: enerzijds jammer dat het klaar was en anderzijds toch een verlichting. Als je hier te veel van te lang achter elkaar leest, kan het namelijk lichtelijk eentonig gaan voelen. (Heb er bijna drie maanden over gedaan om dit te lezen.) Daar dus een klein beetje aftrek voor, maar vooralsnog een wonderschone dichtbundel.