Schon ihr ganzes Leben ist Connie Palmen fasziniert von weiblichem Künstlertum. Von schöpferischen Frauen wie Virginia Woolf, Sylvia Plath, Olivia Laing oder Joan Didion, die sich, jede auf ihre Art, von den Normen und Konventionen ihrer Zeit emanzipiert haben. In ihren Essays bewundert Palmen die Schaffenskraft, Autonomie und Einzigartigkeit ihrer intellektuellen Gefährtinnen – und eines Gefährten – und erkundet darüber hinaus ihr eigenes Leben als Schriftstellerin.
Connie Palmen (Aldegonda Petronella Huberta Maria Palmen) is a Dutch author. She was born on November 25, 1955 in Sint Odiliënberg.
Palmen debuted with the novel De wetten (1990), published in the USA as The Laws (1993), translated by Richard Huijing. The Laws was shortlisted for the 1996 International IMPAC Dublin Literary Award. Her second novel was De vriendschap (1995), published in the USA as The Friendship (2000), translated by Ina Rilke.
Palmen had a relationship with Ischa Meijer in the years preceding his death in 1995. From 1999 on she lived with D66 politician Hans van Mierlo, and the couple married on 11 November 2009 until his death on 11 March 2010.
Ik heb Voornamelijk vrouwen gelezen, een essaybundel van de Nederlandse Connie Palmen.
Ze schrijft over vrouwen die voor haar belangrijk zijn (geweest), en over één man: Philip Roth. Het gaat over de levens van ondermeer Virginia Woolf, Sylvia Plath, Joan Didion, Marilyn Monroe, Marguerite Duras, Patricia Highsmith, én - spaarzaam genoemd maar onvermijdelijk en voortdurend onderhuids aanwezig - over Connie Palmen zelf.
"In de beschrijvingen van de zelfverwoestende mannen, dodelijk verstrikt in een voor schrijvers kenmerkende tegenstrijdigheid tussen jezelf neerzetten en jezelf wegmaken, herkende ik veel. Te veel." (p. 72, over Olivia Laing)
Connie Palmen toont een ontzaglijke kennis van haar onderwerpen, een vaardigheid om die kennis mee te nemen naar een helder persoonlijk inzicht, én dat alles nog eens schitterend neer te schrijven. Ze tilt de essayistiek naar een onmetelijk hoog niveau en maakt véle andere pogingen tot essay een hopeloos gênant gepruts in de marge.
In verschillende van deze essays komt terug dat schrijven dient om jezelf te ontdekken en tegelijk jezelf 'weg te maken'. Dit boek gaat over fictie, en hoe mensen het steeds over zichzelf hebben in wat ze schrijven, hoe hun leven zich onvermijdelijk in hun schrijven spiegelt.
In De Morgen zei Erwin Mortier dat hij na het lezen van dit boek Connie Palmen mailde: 'Connie, ik hou ermee op. Ik begin een frituur.'
Ik ben echt heel erg fan van Connie Palmen en sommige stukken vond ik heel goed maar met pijn in m'n hart moet ik toch concluderen dat ik het een raar bijeengeraapt geheel vond, met essays over vrouwelijke schrijvers, één over een man en één over een lied (?)
Ik vind het prachtig. Het raakte me vanaf de eerste bladzijde. Op pagina 10 moest ik huilen en op pagina 25 opnieuw. Ik heb zoveel ezelsoren gelegd dat ik niet weet waar ik moet beginnen met citeren. Maar ik denk dat de volgende zin het goed samenvat: ‘Ik wilde erbij zijn en ook niet.’ Elke zin van Palmen is een kunstwerkje op zich en ik draag ze elk dicht bij mijn hart. Hoe ik 15 was en De Wetten las voor Nederlands, The Bell Jar voor Engels en hoe Palmen kort daarna Jij zegt het uitbracht. Mijn fascinatie en grootse liefde begon precies daar, en zij is nog lang niet voorbij. Oké, nog eentje dan: ‘Het is in mijn leven niet vaak voorgekomen dat ik mijn verlangen naar autonomie en mijn verlangen naar intimiteit met elkaar kon verzoenen, maar de keren dat ik erin slaagde kon alleen de dood een einde maken aan dit immense geluk.’
Liefde liefde liefde liefde liefde. Grote pluim en dikke kus. Had me geen fijner honderdste boek van het jaar kunnen voorstellen.
Vluchtlectuur. Als ik eindelijk volledig gepakt ben, de kilo's niet overschreden, binnen de afmetingen gebleven, dan rest me altijd nog de moeilijkste taak... welk boek stop ik in m'n handbagage? Ik voel de check-in naderen, haast je, je vlucht vertrekt binnenkort, maar ik sta aan de grond genageld voor mijn boekenrek. Ik pluk een boek en stop het weer terug, steek een boek in m'n zak en haal het er opnieuw uit. Vluchtkeuzestress. Onbeslistheid. Geen idee wat me hoog in de lucht het best zal bevallen. Deze keer neem ik last minute Connie Palmen mee. En met haar een deel van m'n boekenrek... schrijvers, voornamelijk vrouwen die ik de voorbije jaren gelezen heb en die een prominent plaatsje gekregen hebben in m'n boekenkast. Woolf, Laing, Plath, Didion, Malcolm, Gornick... Samen met Connie herlees ik deze schrijvers en vlucht weg in hun schrijverschap. En in dat van Palmen. Zij laat me zien waarom ik hen lees, en vaak opnieuw en meer lees. Zij bevestigt waar het lezen wat wringt bij (sommige van) deze schrijvers, en legt me uit waarom ik toch doorlees. Ik zit op een vlucht. Connie Palmen zit naast me. En rondom ons zitten voornamelijk vrouwen... allen op een zekere manier op de vlucht voor zichzelf.
Tijdens het lezen van Palmen heb ik vaak het gevoel dat ik 'nog' niet slim genoeg ben om het helemaal te snappen, maar dat ik het wel een beetje snap en het 'ooit' helemaal zal snappen... ik denk vaak: 'dat boek zal ik erg goed vinden als ik het later nog eens herlees'. Maar ik vond 'Voornamelijk vrouwen' nu al erg goed, en het wordt zeker één dat ik zal herlezen. 'Erlösungssehnsucht' is een woord dat ik niet snel zal vergeten. Na Anjet Daanje ook een boek met essays en kortverhalen en 'inspirerende vrouwen'. Is dit een fase of is dit ouder worden? :)
Ik ben een beetje geobsedeerd met Connie Palmen.. Dit boek is een zooitje bijeengeraapte gedachten die duidelijk wel een thema en een boodschap hebben, maar misschien gedeeltelijk ook 'toevallig' op dit moment voorkomen in Palmens leven. Het gaat allereerst over haar idolen en wat hun tot schrijver (als auteur, of als schrijver van hun eigen alter ego) maakt en de conclusie daarvan is vooral: een verschrikkelijke jeugd en gekte, want dan heb je schrijven nodig om jezelf uit te wissen en je personage te worden.
Verder bespreekt ze ook de biografieën van haar idolen en hoe die verhalen vaak weer een nieuwe soort van verzonnen verhalen zijn. 'Oscar Wilde waarschuwde er al voor dat alle grote geesten hun discipelen krijgen, maar het altijd Judas is die de biografie schrijft.' Waarschijnlijk een thema omdat Ischa Meijers biografie net uit is en ze dat al vaak een judasbiografie heeft genoemd. De genderdiscussie komt ook opeens langs. Een schrijversbenadering die niet echt een geniaal vernieuwend idee biedt, maar het is wel mooi om te lezen.
De strekking van dit boek gaat me niet altijd bijblijven maar met zulke zinnen is het alsnog supah:
'Het is in mijn leven niet vaak voorgekomen dat ik mijn verlangen naar autonomie en mijn verlangen naar intimiteit met elkaar kon verzoenen, maar de keren dat ik erin slaagde kon alleen de dood een einde maken aan dit immense geluk.'
'Logica is dit: om tussengebieden te creëren heb je de begrenzing van polen nodig, van uitersten, het binaire gaat het non-binaire vooraf en veronderstelt dit.'
Veel mensen vinden dit heel goed. Ik vind het traumaporno, het riekt naar 'not like the other girls' (deze vrouwen weten al dat ze anders zijn dan anderen als ze 6 zijn. Bovendien wordt er nergens duidelijk of ze anders zijn dan anderen of anders dan andere vrouwen) en de stijl waarin er komma na komma opsommingen aan elkaar wordt geregen irriteert me. Lees het vooral zelf, ik heb niet kunnen ontdekken wat de lijn nu precies is. Palmen wil zich nergens écht aan wagen: er worden wat dingen geroepen over transgenderschap waar je het niet echt oneens mee kunt zijn, maar waar ook geen stelling wordt genomen, omdat eigenlijk niet duidelijk is waar ze zich tegen af wil zetten. Als het gaat om 'normale vrouwen', weten we niet wat Palmen dan bedoelt, als het gaat om de schrijvers, is het vooral heel veel dramatiek over het schrijverschap. Het is allemaal een beetje net niet.
‘Ik weet dat kunst levens kan redden, en het maakt me altijd weer blij te horen of te lezen hoe een gedicht of verhaal daadwerkelijk voor iemand de poorten openzette naar een ander bestaan, in staat was een jong iemand gerust te stellen, wacht maar, het komt, er is een ander leven mogelijk, ginds. Je bent niet alleen.’ (p. 83)
4.5 ⭐️ Een Nederlands boek om het jaar mee af te sluiten! Echt een superleuk cadeau omdat de essays over veel van mijn favoriete auteurs gaan. Denk aan: Virginia Woolf, Joan Didion, Patricia Highsmith, Olivia Laing, Sylvia Plath. Ik heb veel over hen maar ook over Connie zelf (en nog heel veel andere dingen) geleerd. Het ene essay net iets beter dan de ander, maar ieder als een kunstwerkje geschreven!
“Als ik al verantwoording afleg over mijn vertrek, verzin ik een reden waarvan ik hoop dat die draaglijk is voor de ander. Ik vertel zelden de waarheid. Het is in mijn leven niet vaak voorgekomen dat ik mijn verlangen naar autonomie en mijn verlangen naar intimiteit met elkaar kon verzoenen, maar de keren dat ik erin slaagde kon alleen de dood een einde maken aan dit immense geluk.”
“Wees beducht op het woordje maar, het zet altijd de poort naar een hardere waarheid op een kier.”
4-5 sterren, ik hou van de taal van Palmen. Uitzonderlijk hoe schoon zij de taal bezigt, overdacht en bewust - daar kunnen veel huidige auteurs iets van leren mochten ze de behoefte hebben ons te overstelpen met prachtiger taal.
Op een enkel essay na waarmee ik zelf iets minder kon, briljant. Zowel qua format als vorm en inhoud - zeer inspirerend. Het boekje had wat mij betreft eindeloos door mogen gaan.
Prachtig en krachtig. Connie haar blik op haar heldinnen en een held is bijzonder. Ze ontleed hen zoals ze zichzelf ontleed. Vlijmscherp maar met veel liefde en tederheid.
Connie Palmen brengt in deze essaybundel een saluut aan voornamelijk vrouwelijk kunstenaarschap. Portretten van 10 vrouwen en 1 man passeren de revue, en waardoor ik nu ook werken van deze bekende namen wil gaan lezen. Het zijn haar eigen voorbeelden, maar ze beschouwt hen niet kritiekloos en tegelijkertijd ook met veel mededogen. Al deze kunstenaars overtraden de grenzen van wat er in hun tijd van hen verwacht werd binnen de toen heersende moraal. Onder andere Virginia Woolf, Marilyn Monroe, Olivia Laing, Joan Didion en Sylvia Plath komen aan bod, en hoe getroebleerd hun leven er uitzag tijdens en vanwege hun kunstenaarschap. Ze legt uit waarom ze Philip Roth zo bewondert, ook al zou je als vrouw moeten afknappen op zijn gedrag, o.a. zijn overspel.
Het eerste deel bevat de essays die al in de Volkskrant gepubliceerd werden maar ze werden bewerkt en uitgebreid. Het tweede deel bevat de essays die eerder werden opgenomen in het boekenweekessay 'De zonde van de vrouw' dat ik al eerder las. Een opfrissing van deze stukken was echter geen tijdverlies. De thema's waar Palmen zelf ook zo mee worstelt in verband met haar schrijverschap, komen hier uiteraard aan bod. De levens die in deze bundel zijn opgenomen bevatten heel wat drama, en zijn stuk voor stuk ook erg boeiend en ontroerend.
In het begin kwam ik er niet doorheen en wilde ik bijna (weer) opgeven, gelukkig niet gedaan. Vanaf het stuk over Philip Roth, waar ik vanochtend aan begon, kon ik niet meer stoppen én werd het alleen maar beter. Het laatste essay, “De zonde van de vrouw” vond ik magisch sterk. De lofzangen in het begin interesseren me niet zo, doe mij het drama en de zwartgalligheid maar.
Door dat essay ben ik mezelf weer opnieuw en op een ander stukje gaan leren kennen en dat is magie. En werd ik ongelofelijk lustig om te gaan schrijven, nú, oja, mijn noodzaak. Voelde me diep gezien! Thnx Con
Reflecteert op schrijverschap en de demonen die hier achter schuilen. Laat nadenken over fictie en werkelijkheid, relaties en breuken. Zeker de moeite waard. Wel een pittige om te lezen als je zelf ook veel schrijft, want de toon die Palmen in het gehele boek zet, laat niet bepaald positieve noten klinken, als het om het leven van de schrijvers gaat. Maar het is zeker een bundel waar ik nog lang over ga nadenken.
Connie is weer een dagje ouder en hoewel ik haar een heerlijk pensioen gun, vind ik het toch wel een beetje lui om dit boek half op te vullen met De zonde van de vrouw…. However, still love you connie
De lievelingsthema's van Connie Palmen komen in deze essays allemaal aan bod. Bij het omslaan van de laatste bladzijde was mijn gemoed niet alleen in en in droevig, maar veel erger: gelaten. Er wordt wel een héél donker beeld geschetst van wat het betekent om een schrijver te zijn. Is het enkel mogelijk om goede literatuur te maken door heel hard te lijden? Het was zoeken naar wat lucht tussen al die eenzaamheid, zelfhaat en het alcoholisme. Schrijven is leven en leven is lijden, dat is wat ik onthoud.
Bij deze is mijn lot bezegeld: ik zal zelf nooit een schrijver zijn (want je kan dat blijkbaar niet worden), en ik vind dat bij nader inzien niet zo erg. Ik neem me wel voor om een uitmuntende lezer te worden.
Connie Palmen kan schrijven - net als de vrouwen die zij op het voetstuk plaatst. Haar fascinatie hoe fictie de werkelijkheid voor ons ontsluit deel ik, net als het respect voor de grote vrouwelijke denkers in het boek. Ze schrijft scherp, vilein, en intelligent gevoel voor humor en ritme. Toch voelen de essays op punten gedateerd - net als de cover overigens.
‘Voornamelijk vrouwen’ bestaat uit twaalf eerder gepubliceerde essays over vrouwelijke schrijvers/vrouwen en één mannelijke schrijver. De meeste essays zijn als column in de Volkskrant gepubliceerd, vier essays zijn eerder gepubliceerd in het Boekenweek essay ‘Zonde van de vrouw’. In reviews alhier op Goodreads en ook in de NRC-recentie wordt geklaagd dat de samenhang ontbreekt. Het gaat namelijk niet alleen over vrouwelijke schrijvers. Er staat ook een man bij, Philip Roth, een actrice, Marilyn Monroe en een fictieve vrouw, ‘Lola’ uit het liedje van Kinks, ‘who walked like a woman, but talked like man.’
Een rode draad in deze bundel is uiteraard Conny Palmen zelf en haar ideeën over het schrijverschap. Dat is vooral aan de hand in het stuk over Virginia Wolf, dat vooral over Conny Palmen gaat en nauwlijks over Virginia en het stuk over Lola, waar het ook over Conny gaat, maar op een meer onderzoekende manier. Daarin onderzoekt ze wat vrouw zijn voor haar betekent en wat niet. Dat maakt het stuk voor mij sterk, terwijl het essay over Virginia Wolf bij tijd en wijle aan de pedante kant is.
De andere schrijvers die ze beschrijft ken ik niet of nauwelijks en heb ik ook (bijna) nooit gelezen, maar door dit boek is mijn interesse gewekt, niet in de laatste plaats door de titels, zoals ‘Meedogenloos’ over Janet Malcom, het eerste essay dat ik las, juist door die titel. Van haar wil ik zeker boeken gaan lezen. Maar ook andere titels zoals ‘Vermetel’ over Vivian Gornick, ‘Ongenaakbaar’ over Joan Didion, smaken naar meer. Er zijn nog meer rode draden in dit boek te ontdekken maar dat doet u zelf maar. Ik kan het niet laten, om er een paar op te noemen: alcohol, buitenstaander zijn, gender, etc.
Waarom geen vijf, maar vier sterren? Dat komt omdat een klein onsje minder la Palmen, iets meer Conny de bundel voor mij nog interessanter hadden gemaakt.
Slim, ontroerend en intiem. Je hoort Connies stem in je hoofd zoals ze in deze essays zorgvuldig en prachtig schrijft over het leven en de psyche van haar intrigerende onderwerpen.
Ze neemt je aan haar hand mee de diepte in. Met grote liefde voor deze kunstenaars onderzoekt ze hun levens op de thema's: leven en dood, identiteit, autonomie, pijn, liefde, vrijheid en afhankelijkheid, gebrokenheid en heelheid.
Deze zelfverwoestende mensen die kozen voor een eigenzinnig leven met sederende elementen om te kunnen blijven leven en creëren.
Connie kan dit met haar eigen originele geest zo beetpakken dat het mij als lezer ook te pakken krijgt. Het is inspirerend. De drang om te scheppen, je eigenwijze spoor te volgen, onbescheiden én vrouwelijk, te binden en te breken, trouw aan jezelf, compromisloos leven en vooral diep te gaan.
"Als enig meisje wist ik dat de vertrouwelijke sfeer tussen de jongens onmiddellijk veranderde zodra ik binnenkwam, dat ik door mijn aanwezigheid alles vernietigde waarvan ik deel wilde uitmaken. ik lach om iedereen die het verschil tussen jongens en meisjes ontkent."
-
"-: de noodzaak betekenis te geven aan een van zin verstoken bestaan, om de verbrokkelende indrukken bijeen te brengen in een vertelling, omdat het de enige manier is waarop we overeind kunnen blijven."
--
(ik blijf Connie Palmen het allerbeste vinden dat je ooit kunt lezen)
‘Verhalen zijn het bindweefsel van een land, een tijd, een cultuur. Hetzelfde geldt voor een persoon. We blijven intact door ons als personage vast te klampen aan onze biografie. Pas als het verhaal over onszelf niet langer klopt met de werkelijkheid, er een onoverbrugbare kloof gaapt tussen ons zelfbeeld en de realiteit, vallen we uit elkaar.’
Wat een fijne essays over (voornamelijk) schrijverslevens. Zo plezierig om met Connie Palmen mee te mogen lezen! Waar let zij op? Wat vindt zij goed of juist niet? En, herkent ze zich in de consequenties van het leven als auteur? Smullen! Terugbladeren! Herlezen!
Minder fan van de essays Lola en Philip Roth, voorts goed geschreven en een ode aan lezen en schrijven. Je krijgt er alleen maar meer zin in lezen van!