De eerste maanden van de Eerste Wereldoorlog vormden de bloedigste periode in dit conflict en eindigden in de Eerste Slag om Ieper, van 19 oktober tot 22 november 1914. Met de moed der wanhoop riepen de geallieerden er de Duitse opmars een halt toe. Heroïsche figuren, zoals de Franse generaal Foch en de Belgische koning Albert I, schreven zich met deze overwinning de geschiedenis in. De verschrikkelijke veldslag uit de Grote Oorlog betekende een keerpunt dat de loop van de moderne oorlogvoering onherroepelijk veranderde. Volgens Cowley leidde dit tot de uiteindelijke nederlaag voor Duitsland.
Robert Cowley is an American military historian, who writes on topics in American and European military history ranging from the Civil War through World War II. He has held several senior positions in book and magazine publishing and is the founding editor of the award-winning MHQ: The Quarterly Journal of Military History; Cowley has also written extensively and edited three collections of essays in counterfactual history known as What If?
As part of his research he has traveled the entire length of the Western Front, from the North Sea to the Swiss Border.
Gezien de expertise van de auteur is de Engelse versie ongetwijfeld de moeite waard. De Nederlandstalige versie is evenwel dermate slecht vertaald dat het onleesbaar wordt. Men heeft gebruik gemaakt van AI voor de vertaling, maar in tegenstelling tot wat wordt beweerd is het zeker niet nagelezen. Het krioelt van de rare, gewrongen zinnen en regelrechte vertaalfouten. p. 65: "...voor de afdaling naar Frankrijk" p. 70 en verder: "belegeringstrein" p. 77: "Het Franse leger, zei hij, had overal onder controles geleden" (waarschijnlijk 'checks' p. 78: "De grenzen waren dat jaar misschien wel de grootste overwinning van Duitsland in het westen." p. 84: "... wier linkerflank gevaarlijk flapperde ..." :-) p. 95: "... wees deze zijn verzoek af met een afwijzend ..." p. 130: "...niet te vertrouwen op zorgvuldig voorbereide voorbereidingen, ..."
En toen heb ik het opgegeven. Het is onaanvaardbaar dat deze vertaling (Nederamstel, Horizon) op de markt wordt gebracht.
In de herfst van 1914 was het allesbehalve "all quiet at the Western Front". In 'De eerste slag om Ieper. De bloedigste dagen van de Eerste Wereldoorlog in België' beschrijft Robert Cowley twee maanden cruciale oorlogsgeschiedenis. Vlaanderen fungeert daarbij opnieuw als wat al eeuwen “de cockpit van Europa” wordt genoemd — of, zoals de Franse opperbevelhebber Joseph Joffre het formuleerde: "Er is gezegd dat toen God dit goede Vlaanderen had gemaakt, Hij het tussen allen plaatste zodat het door de een na de ander zou worden verslonden.".
Na een uitvoerige inleiding over de oorzaken van de Grote Oorlog, de Duitse inval en de Belgische terugtocht via Antwerpen, verplaatst het verhaal zich naar de Westhoek. Daar ontvouwt zich een frontlinie van om en bij de honderd kilometer: van de Ganzepoot in Nieuwpoort, langs de IJzer en Diksmuide, via het kanaal Ieper-IJzer en de beruchte Ieperboog, tot aan de Franse grens bij Ploegsteert.
Cowley combineert het grote militaire verhaal met talrijke kleine geschiedenissen. Hij schrijft over strategische plannen zoals het Schlieffenplan en over militaire leiders als koning Albert, Foch, Sir John French en Falkenhayn. Maar evenzeer zoomt hij in op individuele levens: op prins Maurits van Battenberg, kleinzoon van koningin Victoria; op Peter Kollwitz, wiens moeder Käthe Kollwitz haar rouw vereeuwigde in verstilde beelden; en op Hendrik Geeraert, de Nieuwpoortse schipper die een sleutelrol speelde in de inundatie van de IJzervlakte. Zelfs een jonge Kriegsfreiwilliger Adolf Hitler duikt op in het verhaal, op de vlucht in Geluveld — een episode waar hij later opvallend over zal zwijgen.
Wat dit boek bijzonder maakt, is dat Cowley de oorlog beschrijft in een fase vóór de volledige verstarring van het front. De lezer volgt gevechten die nog niet zijn vastgelopen in eindeloze loopgraven, maar plaatsvinden vanuit haastig gegraven putten, tussen verspreide hoeves, knotwilgen, hagen en kleine bosjes. Tegelijk komt ook de duistere keerzijde van de oorlog aan bod, zoals de mythe van de franc-tireur, die leidde tot represailles tegen burgers en de vernieling van dorpen en kerktorens.
Het boek toont hoe de Duitse opmars richting de Kanaalhavens Duinkerke en Calais uiteindelijk strandt in de West-Vlaamse klei, en hoe de Ieperboog en de inundatie van de IJzervlakte het verdere verloop van de oorlog mee bepalen.
Als lezer — en als kind van deze regio — is dit een indrukwekkend maar veeleisend boek. Cowley schrijft geen lichte publieksgeschiedenis: drie weken strijd (van 21 oktober tot 12 november 1914) worden uitgesponnen over zeshonderd pagina’s, rijk aan details over divisies, regimenten en brigades. Dat maakt het werk tegelijk bijzonder grondig en soms ook overweldigend.
De eerste slag om Ieper is daarmee geen instapboek, maar wel een diepgravende reconstructie voor wie de complexiteit en schaal van deze beslissende fase van de Eerste Wereldoorlog echt wil doorgronden.