In ‘Halfweg, de wandeling. Door Oudenaarde met gedichten van Jotie T’Hooft’ houden de auteurs dertien keer halt bij een gedicht van Jotie T’Hooft (1956-1977).
Via ontledingen van zijn poëzie en anekdotes en foto’s uit zijn biografie duikt de lezer mee in de ziel van de jonggestorven dichter. Wat het leven toen emotioneel bij hem teweegbracht, herkennen veel jongere en oudere lezers ook vandaag.
Jotie T’Hooft dacht veel over alles na en analyseerde het mensenbestaan scherp. Hij was een kind van de jaren zestig en zeventig, een tijd van rebelse maatschappijkritiek en een grote drang naar een verruimd bewustzijn.
Door verboden middelen te gebruiken zocht hij naar een beter begrip van zichzelf en de wereld en overschreed hij zijn eigen grenzen en die van de samenleving. Minder dan halfweg die intense levensweg hield hij het voor bekeken en liet ons alleen zijn diep doorleefde poëzie na.
Kunnen we de dichter en de mens Jotie T’Hooft tegemoetkomen? Het mag ook vroeg op de dag en in de zon zijn.