‘Ooit schrijf ik een boek.’ We horen het vaak zeggen. Maar hoe begin je eraan? En hoe maak je het af?
Op aanstekelijke wijze biedt Kaat Vrancken praktische tips om beter en sneller een verhaal, roman of kinderboek te schrijven. Zo zijn er oefeningen die meteen schrijfplezier brengen en blijkt een goed verhaal ook te kunnen ontstaan zonder goddelijke inspiratie. Met veel vaart en humor rekent ze af met clichés en andere gruwelen – en met schrijfsaboteurs. Wat bijvoorbeeld te doen aan de Uitsteller en de Perfectionist?
Met Ga je nu eindelijk dat boek schrijven! heeft niemand meer een excuus om zijn of haar schrijversdroom nog langer uit te stellen.
Ik kan met dit boek best wat aanvangen in mijn lessen 'Schrijven'. Theoretisch is het niet zo diepgravend, de belangrijkste aanvulling zit hem in de aandacht voor mensen die niet gewoon een wekelijkse schrijfopdracht verlangen, maar van het grotere werk dromen: een roman. Ik heb het meeste opgestoken hoe ik die kan begeleiden.
Te veel afleiding in het nieuws, werk en andere boeken waar ik in bezig was zorgden ervoor dat een aanbeveling over Ga je nu eindelijk dat boek schrijven! niet echt op het scherm terecht kwam. In feite heb ik toen een van Kaat Vranckens tips gebruikt om het alsnog voor elkaar te krijgen: gewoon gaan typen zonder jezelf daarbij direct te ‘recenseren’. Dan heb je vanzelf gezegd wat je kwijt wilde en kun je bijschaven.
Zo gezegd is het net een open deur, maar laat het maar aan Vrancken over om deze vakkundig in te trappen. Zelf is ze dit boek ook niet voor niets begonnen. Ondanks haar schrijfplezier en -succes (zie het eerder verschenen kinderboekoeuvre) loopt ze regelmatig tegen gevoelens van afkeer aan. Tijd om dat eens te onderzoeken, en daar is ‘Ga je nu eindelijk‘ uit voortgekomen. Een goede fijn lezende en praktische handleiding voor je eigen schrijfproces, waarin ook Vranckens humor verweven is.
Het boek heeft een heldere indeling waarin het wel en voornamelijk het wee van het schrijfambacht in kaart is gebracht. Vrancken hamert er vriendelijk doch dringend op dat iedereen schrijfles nodig heeft, of je wilt publiceren of niet. Ook al denk je dat je het grootste talent bezit of heet je Philip Roth. Jezelf consequent aan je bureau zetten hoort erbij, het liefst direct na het ontwaken. (Waarom? Dan ben je nog niet beïnvloed door het nieuws, de huisgenoot die wil eten of de hond die naar buiten moet.) Er komen meer concrete tips voorbij omtrent je fantasie stimuleren of juist geduld hebben. Uiteraard is er ook veel schrijfinhoudelijke stof aanwezig (wat is story en plot; waarom moet je je tekst altijd controleren op enkele werkwoorden) en doorleestips in het Engels en Nederlands.
De “saboteurstukjes” tussendoor kunnen iedereen helpen om inzicht te krijgen in het werkproces. Vrancken heeft maar liefst negen inwendige stemmetjes geïdentificeerd die allemaal aandacht en tegengas verdienen. Pas daarna kun je verder ;-). Eén saboteur blijkt het belangrijkst om wel eens tegemoet te komen: de Huisgenoot. Die moet het maar verduren dat je je regelmatig opsluit op je werkkamer. En toch mag je hem soms doorverwijzen naar de handleiding voor het bakken van een omelet inclusief ironisch commentaar.
Hoor je iemand zuchten of juist blij oreren over een geweldig boekidee dat zeker eens het levenslicht moet zien? Wijs hem/haar dan even op ‘Ga je nu eindelijk‘. Daar worden het idee en schrijfsel gegarandeerd beter van.
Vlot leesbare gids vol zelfrelativering voor wie schrijfaspiraties heeft en advies kan gebruiken over wanneer te schrijven, uitstelgedrag aan banden te leggen, premisses en plot willen verkennen,...
Ga je nu eindelijk dat boek schrijven, of hoe zit het? Dat is niet helemaal de juiste titel, maar zo hoor ik hem altijd in mijn hoofd. Het is in elk geval een titel die nieuwsgierig maakt. Veel tips uit dit boek werken volgens mij alleen voor neurotypische mensen. Ik ga echt niet beginnen schrijven voor het ontbijt! Op dat moment van de dag zijn mijn executieve functies en grammaticale vaardigheden nog niet wakker. En ik ga zeker niet stoppen met schrijven na een half uur, wanneer ik net in de flow geraakt ben. Dat is fysiek pijnlijk! In tegenstelling tot Kaat Vrancken geloof ik wél in Inspiratie met een grote letter I. Al het bovenstaande is geen kritiek, alleen een verschil in beleving van de realiteit. Er staan best veel dingen in dit boek die me wel aanspreken. Mindmappen bijvoorbeeld. Tot voor kort wist ik niet wat dat was, nu wil ik het zeker eens proberen. Kaat Vrancken geeft ook goede herschrijf-tips. De interactie met haar saboteurs is grappig en bepaalt de vorm van het boek. Ook voor wie al een heleboel heeft gelezen over schrijven heeft Ga je nu eindelijk dat boek schrijven! vast iets te bieden. Dit boek is nuchter en leesbaar en biedt een frisse kijk op het schrijfproces.
Leuke pointers waar ik wat mee kan, en veel interessante referenties naar andere boeken. Ik mis wel wat structuur in dit boek en het bevat enkele anekdotes die voor bij de brug niet goed slaan naar de materie. Maar al met al is het wel een heel interessant en herkenbaar boek. Zeker aan te raden voor beginnende /aspirerende schrijvers als ikzelf.
Dit boek verdient een groot lezerspubliek. Ook presenteert het boek zich in eerste plaats als een gids voor wie een boek wil schrijven, ook wie regelmatig een artikel schrijft zal in dit boek goede praktijksuggesties vinden. Of herken je deze zin, de titel van het eerste deel van haar boek: ‘Ik haat schrijven maar ik wil het zo graag?‘.
Los van de tonnen tips, suggesties, praktijkervaringen, barst dit boek van aanstekelijk enthousiasme. Na het lezen van een paar alinea’s heb je al zin om het boek weg te leggen en aan je schrijftafel te zitten. ” Ga je nu eindelijk dat boek schrijven?” is een krachtig boek dat je best niet in één keer leest. Het kan best overweldigend zijn. Bovendien zit het vol praktische oefeningen, dus zie het als een schrijfcoach die je schrijfproces op weg helpt.
Toen ik dit boek ontving om te lezen, dacht ik bij mezelf: "Ben ik een schrijver? Nee, dat ben ik niet. Ik heb totaal geen schrijfambitie." Maar toen bedacht ik me iets anders. Eigenlijk ben ik wel een beetje een schrijver, want hier op mijn bookstagram schrijf ik ook stukjes tekst over boeken. Dus legde ik de indextabs alvast klaar, want wie weet kon ik ook nog wat tips oppikken.
In dit boek probeert Kaat je schrijfambities wakker te schudden. Ze is zelf schrijfster en heeft alle struikelblokken die je in een schrijfproces kunt ervaren meegemaakt, aangepakt en vervolgens opnieuw meegemaakt. Kaat noemt deze struikelblokken "haar saboteurs". In dit boek bundelt ze tips over hoe jij als beginnende schrijver deze saboteurs de mond kunt snoeren.
Heb ik tips uit het boek kunnen halen? Absoluut.. Zo zet ik nu af en toe een timer als ik posts voor De Leesfanaat uitschrijf, en leg ik stiften, potlood en papier klaar om te brainstormen over nieuwe onderwerpen die ik kan behandelen. Wat ik hiermee bedoel? Ga dat vooral zelf ontdekken in dit boek. Als je schrijfambities hebt, durf ik stellig te zeggen dat dit boek een must-read is! Vergeet die saaie boeken die je vertellen hoe het wel of niet moet, en pak dit boek erbij. Kaat zal je schrijfplezier aanwakkeren. Op een zeer amusante wijze geeft ze je een flinke dosis tips en oefeningen die je kunt toepassen op je schrijven. Niets moet, alles mag. Warm aanbevolen. Ik heb meermaals hardop moeten lachen, want humor is de rode draad door het boek. Vooral de stukken waarin haar saboteurs tot leven komen, zijn bijzonder grappig.
Geen schrijfambities? Toch vind ik dat je dit boek als lezer ook prima kunt lezen. Het geeft je inzicht in het schrijfproces van een auteur. Termen zoals setting en plot leer je begrijpen, en het zal je leeservaring verdiepen. Het helpt mij nu om bepaalde lagen in een boek te herkennen, waardoor mijn leeservaring rijker wordt. Bovendien zijn er veel boekentips te vinden, en mijn leeslijstje is alvast langer geworden.
Voel je de schrijfkriebels al? Schaf dit boek dan aan, ga lezen en begin eindelijk dat boek te schrijven!