Kennen we het vuur nog? Het haardvuur op televisie biedt veilige vlammen, urenlang – zonder rook, roetdeeltjes en rotzooi. Daarmee is het precies het soort vuur dat we nog fel flakkerend maar koud en geurloos. De vlammen op het scherm doen denken aan het vuur waarmee we vandaag de dag leven. Flitsend, assertief en brandend van ambitie, maar tegelijkertijd zijn er meer mensen dan ooit depressief – opgebrand.
Désanne van Brederode zoekt het vuur waar het nog brandt. Van midzomernachtvuren en beroete kerken tot het vuur van liefde en erotiek en de vlammen van de zon en de sterrenhemel. Het komt erop aan de innerlijke vlam aan te wakkeren. De vonk van de verbeelding is het enige wat je daarbij nodig hebt.
Wat ben ik blij dat Désanne Van Brederode in mijn leven is gekomen! Wat een mooie, interessante vrouw en wat schrijft ze heerlijk! In deze essaybundel weet ze het vuur, het vlammen, het branden letterlijk te beschrijven, maar vooral alle metaforen omtrent vuur in onze maatschappij komen prachtig aan bod. Ik kan mij helemaal in haar wereldbeeld vinden, ook interessant genoeg in haar godsbeeld, wat ik vooral over mijzelf verbazingwekkend vond, ik ben toch niet zo atheïstisch als ik dacht. Ik heb vele passages gearceerd, waarbij ik er vervolgens soms na herlezing achter kwam dat het maar één prachtig lange zin bleek, die ze vervolgens op een volgende pagina kon weerleggen of die ze alsnog van een andere kant kon bekijken, wat ik met alle stelligheid die steeds maar om mij heen klinkt echt een verademing vind: ‘Terwijl ik het ene zei dacht ik: ‘Jawel, maar het tegendeel is net zo goed waar.’ Of: ‘Wie weet zie ik het morgen weer allemaal anders.’ Misschien moeten we allemaal meer zo leren denken...