Eigenlijk is het een bijzonder fascinerend boek. Volgens sommige criteria misschien zelfs een geslaagd boek: ik heb het in één ruk (no pun intended) uitgelezen. Soms zat ik op het puntje van mijn stoel, soms had ik last van plaatsvervangende lichamelijke pijn (ik verwijs naar het "anker"verhaal).
Natuurlijk: het is matig geschreven, alsof een 15-jarige in een dagboek schrijft, en het ontbreekt aan diepgang (niet in haar lichaam/carriere) en ik had graag een kritischer houding gezien. Bobbi beschrijft alles alsof het de normaalste zaak van de wereld is dat haar carriere zo zijn gelopen. Voor wie uit een totaal ander milieu komt, voelde ik me als een antropoloog bij de pygmeeën, alleen kijk je niet verder dan het direct zichtbare.
Toch kan ik iedereen aanraden het boek te lezen: twee uur in de trein is voldoende, en het heeft er voor mij waardering bij Eden teweeg gebracht.