Biograaf Mark Schaevers realiseerde zich maar al te goed dat hij bij het schrijven over Hugo Claus meerdere levensverhalen had te doorgronden. Schrijver, kunstenaar, filmer: alleskunner Hugo Claus heeft er alles aan gedaan om de mythe van zijn biografie mee vorm te geven. Schaevers’ werkwijze is dezelfde als bij zijn bekroonde boek over Felix Nussbaum. Hij volgt zijn onderwerp op de voet, zonder expliciet te interpreteren. Waar de schrijver dacht: ‘ik ben de baas, hè, van al die Clausen’, geldt dat evenzeer voor de biograaf. Te midden van alle tegenstrijdigheid heeft Schaevers een leven van eenheid kunnen beschrijven, en ook voor wie Claus dacht te kennen zal het totaalbeeld verrassend zijn. De levens van Claus is het resultaat van diepgravend onderzoek, van geduld en sensitiviteit, en een getuigenis van een scherp verstand en literaire verbeelding.
De meesterverteller Schaevers brengt de lezer dichter bij Claus dan de schrijver zelf ooit heeft toegestaan, en tegelijk is deze biografie een wervelende cultuurgeschiedenis die meer dan een halve eeuw bestrijkt.
Mark Schaevers (1956) werkt als journalist voor het weekblad Humo. Hij debuteerde in 1994 met Atlas. In 2015 verscheen Orgelman, een biografie van de schilder Felix Nussbaum, een door Hitler vernietigd kunstenaar. Het boek werd bekroond met de Gouden Boekenuil 2015 en genomineerd voor de ECI Literatuurprijs 2015. In 2004 presenteerde Schaevers in Groepsportret het beste uit Claus’ interviews en in 2011 stelde hij De wolken. Uit de geheime laden van Hugo Claus samen. In 2018 verscheen Het verdriet staat niet alleen. Een leven in verhalen.
« Toen ik hem vroeg – zijn zeventigste jaar was in aantocht – hoe hij zelf zijn leven zou indelen, bleek een amoureuze tijdlijn te verkiezen. ‘Ik denk toch,’ was zijn antwoord, ‘aan de hand van de vrouw met wie ik leefde. »
« Die agressiviteit tegenover de kerk werd een van de motoren van zijn schrijverschap, want hij wist nu wel dat God niet bestond, maar dat wilde nog niet zeggen dat hij ook klaar was met hem. »
« De Vlamingen zijn volmaakt gelukkig en dat is wat ik hun verwijt. »
« Moet ik werkelijk bij mijn gedichten een handleiding voor debielen publiceren? »
« Mijn pedagogische principes zijn: wat je ook doet, ’t is altijd mis. Je kan alleen de schade beperken. In de opvoeding kun je eerder zondigen door te grote verdraagzaamheid dan door te grote terreur. Want dit is toch het ergste: het zoeken in het duister, zonder leiding. Dan oefen je terreur uit door afwezigheid. »
« Vlaamse stukken moeten behandeld worden als kasplanten. »
Meer lukt niet, zoveel is geniaal. What a man. Heb nog een vroegere poging tot bio van Lisa gekregen!
Als bescheiden fan van Claus was deze biografie een meesterwerk om te lezen. Schaevers portretteert Claus niet enkel heel juist, zijn manier van schrijven laat dit mastodont van 850 pagina’s zeer vlot lezen. Verder ben ik onder de indruk van het monnikenwerk dat deze biografie zal geeist hebben, de nauwkeurige bronvermelding, en een pot lef om de demythologisering van Claus aan te gaan.
Op grondige studie gebaseerde, vaardig en knap geschreven biografie van Hugo Claus. Je krijgt veel boeiende informatie over zijn werk - over zijn theater, mijn inziens zijn grootste talent, mocht het wat meer zijn - maar vooral over wat hij in zijn leven allemaal gedaan heeft… maar de mens echt leren kennen blijft moeilijk. Zoals de schrijver zelf aangaf speelde hij constant een rol en zou graven naar de mens niet zoveel moois aanreiken. Dit klopt, wat enigszins ontnuchterend werkt voor een lezer die hem altijd bewonderd heeft. Enkel op het -ontroerend- eind van het leven is er openheid en bewonderenswaardig veel moed.
Hoed af voor Mark Schaevers. Uitstekend leesbaar verslag - interpretatie - van de bij leven al legendarische literaire held van Vlaanderen. (Held voor mij en vele anderen, antiheld voor velen ook wel.) Pas tijdens de studies Germaanse echt met Claus in contact gekomen, en er altijd met een mix van veel bewondering enerzijds en een beetje “allez Hugo, hang het niet uit” of “man da’s echt ver beneden je waarde” anderzijds naar blijven kijken. De biografie geeft perfect weer wat een complexe man hij was. Ik heb me voorgenomen de box van verzamelde romans in mijn boekenkast verder uit te lezen en enkele romans te herlezen. Poëzie lees ik weinig of niet maar toen Absynthe Minded jaren geleden “Envoy” opnam hoorde ik meteen dat het de vertaling was van het gelijknamige Claus gedicht, één van de vele prachtige gedichten die ook de poëzie-leek naar waarde kan schatten. Envoy hadden we in een werkgroep in 2e kandidatuur (in de souterrain klassen van de Blandijnberg) weken aan een stuk geanalyseerd.
Ik was er me niet van bewust dat Claus’ euthanasie al jaren voor 19-3-2008 aan de orde was. Hij is wel degelijk pijnlijk afgetakeld, en dat moet voor de trotse zelfverzekerde man (of toch die rol die hij uitmuntend speelde) des te pijnlijker zijn geweest.
Hugo Claus… Eén van die mensen die je er mee verzoend Belg, Vlaming, mens te zijn. Wat niet hetzelfde is als te beweren dat hij perfect was. Absoluut niet. Maar hij heeft de best mogelijke Hugo Claus neergezet.
PS van Cees Nooteboom nog nooit wat gelezen. Dat zal zeker rechtgezet worden, want samen met Jan Decleir komt hij me via vele quotes naar voren als de man die Claus het beste “las”, en de kristalheldere taal waarop maakt me nieuwsgierig naar meer.
Mooi boek zonder meer. Een fascinerende man wiens leven leest als een reis door de 20ste eeuw waarbij zoveel grote schrijvers en kunstenaars zijn pad hebben gekruist. Heerlijk om te lezen vond ik het. Ik heb nog nooit een boek van de goede man gelezen (een toneelstuk als verplichte literatuur in het zesde middelbaar lang geleden daar gelaten). Ga ik nu dus wel doen en ik start met zijn bekendste werk.
Mark Schaevers' biografie, De levens van Claus, schildert een gedetailleerd en fascinerend portret van Hugo Claus, de Vlaamse auteur die onder andere bekend stond om zijn veelzijdigheid, zijn onstuitbare creatieve drang en vooral ook zijn mythomanie. Schaevers' nauwgezette en kritische onderzoek onthult de vele gezichten van Claus, waarbij hij de verschillende facetten van zijn persoonlijkheid zorgvuldig belicht. De biografie toont Claus als een groot kunstenaar en een dramaqueen, iemand die voortdurend zijn leven en werk heruitvond. Claus' vermogen om fictie en werkelijkheid te vermengen gaf hem een unieke artistieke scheppingskracht, maar vormde ook een persoonlijke valkuil. Claus gebruikte zijn verbeelding als schild om zichzelf te beschermen, om zijn superieure schrijverschap en dito persoonlijkheid zichtbaar te maken. Ironie fungeerde als intellectueel spel dat zijn inherente introversie verborg en zijn leven spannender maakte. Wat deze uitgebreide biografie voor mij zo bijzonder maakt, is Schaevers' kunde om die complexiteit van de man Claus bloot te leggen. Naast het meesterschap als schrijver komen ook Claus' jaloezie, zijn egocentrisme en soms 'tenenkrullende' kleinmenselijkheid aan de oppervlakte. De talrijke relaties dienden als egostrelende ervaringen die een verwrongen zelfbeeld voedden. Claus' liefdesleven kende vele passies en die hebben hem volgens eigen rapportering vaak genoeg zeer diep beroerd. Deze relaties, hoewel vaak ingewikkeld en veranderlijk, brengen een voortdurende zoektocht naar toegewijde en allesomvattende liefde in beeld. De nood aan bevestiging, goedkeuring en erkenning van anderen was groot bij Claus. Kritiek of een andere vorm van afwijzing kon hij echter niet goed hebben.
Schaevers' monnikenwerk maakt van deze bio een zorgvuldig gedocumenteerd verslag van een man die op zoek was naar vrijheid en soevereiniteit, maar die ook intens worstelde met de eigen identiteit; een prikkelende kijk op de vele levens van Claus. Het boek las als een trein en zorgde voor een waardevolle verrijking van mijn begrip (prijzen/misprijzen, daar ben ik nog niet uit) van één van de meest intrigerende figuren in de Vlaamse literatuur.
Na jaren smachten naar deze biografie en het doorploegen van 838 pagina's is het best vreemd om nu iets relevant hierover 'neer te pennen'.
Deze goed samenhangende tour de force van Mark Schaevers die tot stand kwam door eindeloze onderzoeksdaden in briefwisselingen, archieven, dagboeken,... laat echt wel een indruk na. Het lijkt allemaal voor zich te spreken, een biografie schrijven maar dat is het allerminst met een mythomaan als Claus in de hoofdrol.
Het levensverhaal op zich is erg secuur opgebouwd met enkele momentopnamen die eruit springen (jeugdjaren, Wo II en collaboratie, beginjaren bij Cobra, eerste successen, creatieve droogte, magnum opus-jaren, etc.). Schaevers ontleed hierbij erg uitvoerig de entourages die Claus doorheen de jaren omringden. Als je affiniteit met de Vlaams/Nederlands culturele scene van de jaren vijftig en zestig niet zo groot is, kan je hier best eventjes in verdwalen.
Verder is dit niet een boek die vervalt in idolatrie, zo schuwt de auteur de controversiële levenspassages niet. Daar zijn de minder onschuldige rol van Claus in de Kortrijkse collaboratie of zijn moeilijke persoonlijk relaties met zijn zonen of geliefden verhelderende voorbeelden van.
Door parallel met deze biografische elementen de creaties van Claus één voor één te doorlopen krijg je een indruk van de omvang van zijn werk zonder dit gaat vervelen. De volledigheid van deze biografie door de verschillende disciplines heen (film, romans, proza,...) stelt het nalatenschap van één van de groten van de vorige eeuw (s'lands grootste?) open voor een nieuw en groter publiek. 4.5/5
Een biografie van 838 pagina’s in 14 delen, met noten, secundaire literatuur en illustraties. De inhoud is te rijk en gevarieerd om te vatten in een synthese die recht doet aan alle aspecten van dit prachtig werk. Daarom enkele bedenkingen, gemaakt tijdens en kort na de lectuur.
1. Hugo Claus, bij leven zo bejubeld en bekroond, blijkt vandaag in retrospect de meest overroepen auteur van Vlaanderen te zijn. Hij wordt niet meer gelezen, en zijn boeken zijn vaak niet meer te krijgen. Zoals blijkt uit de biografie, waren zijn werken (romans, toneel) te veel plaats- en tijdgebonden. Claus’ werken zijn niet ‘klassiek’. Hij heeft ze geschreven voor het publiek van zijn tijd. De Vlaamse onderwerpen, de Vlaamse thematiek en de ‘gemaakte’ Vlaamse taal spreken de moderne lezers niet meer aan. Dat is niet zo voor Claus’ tijdgenoten zoals Ivo Michiels en Jef Geeraerts. Die bleven bij leven in de schaduw van Claus, maar hebben de taal en de roman veel meer vernieuwd. Ik schat hen veel hoger in dan Claus.
2. Claus schreef niet vanuit een onweerstaanbare scheppingsdrang of omdat hij iets groots te vertellen had. Claus schreef omdat hij centen nodig had. Op vele plaatsen in de biografie staat dat letterlijk. Hoewel hij regelmatig kloeg dat hij niet genoeg geld had, leefde hij op brede voet, kocht hij verschillende huizen, soms twee tegelijkertijd (zoals in Gent en Amsterdam), hield hij van dure kleding en reisde hij veel. Daarom moest zijn ‘winkeltje’ continu draaien. Claus was een veelschrijver ‘om den brode’ die tegelijk geen kritiek kon verdragen. Nochtans publiceerde hij veel schrijfsels van lagere kwaliteit. Claus had een ‘kraam’ met woorden, hij was een ‘woordkramer’, en produceerde niet zelden woordkramerij.
3. Het grote succes dat Claus bij leven genoot had twee oorzaken. Ten eerste is dat succes een schoolvoorbeeld van confirmation bias. Nadat hij werd bestempeld als jong schrijversgenie met De Metsiers (roman) en Oostakkerse gedichten (poëzie), was zijn reputatie gebetonneerd en kon hij niets meer verkeerd doen. Alles wat hij daarna produceerde (en dat is veel) moest óók wel goed zijn, ook al zat daar veel rommel bij. Hij kreeg zowat alle prijzen die in de aanbieding waren (meer dan 40). Behalve natuurlijk de Nobelprijs waarover elk jaar opgeklopte hype ontstond: Claus hoort inderdaad niet thuis in een lijstje met Hemingway, Churchill, Márquez of Llosa. Ten tweede was Claus een BV ‘avant la lettre’ en kwam hij dikwijls op televisie. Als een echte handelsvertegenwoordiger wist hij dat aandacht voor zijn persoon ook aandacht voor zijn werk zou genereren. Nochtans blijken die tv-interviews vooral zelfingenomen, ironische ’étalages du moi’ te zijn (zie YT), i.p.v. diepe discussies over zijn werk.
4. Was Claus een groot schrijver? Daar heb ik mijn twijfels over. Binnen mijn onderwijsopdracht heb ik slechts enkele teksten behandeld: Visio Tondalis, De Moeder, Een Bruid in de Morgen, Suiker en Vrijdag. De poëzie vond ik nodeloos moeilijk, de metaforen gezocht. Zo blijkt 'Visio Tondalis' gewoon een beschrijving van het schilderij van Bosch, en zijn de metaforen in 'De Moeder' voorbeelden van metonymie (“Ik ben (=besta) niet dan in uw aarde (=moederschoot)”; “toen uw vel beefde (=orgasme) vatten mijn beenderen vuur (=kwam tot leven)”, enzovoort). Zo kan ik het ook. In de biografie staat ergens dat men Claus’ ‘gemakkelijker’ poëzie een gebrek aan hermetisme verweet, terwijl hermetische poëzie dan weer te moeilijk was. Nooit goed dus. En dan is er natuurlijk Het Verdriet van België. Bekroond, bejubeld, vertaald in vele talen, meermaals herdrukt maar nauwelijks gelezen. De meesten geraakten er gewoon niet door. Veel barnumreclame dus, maar het is een slecht boek, met een niche-thematiek (de collaboratie) die alleen oude Vlamingen aansprak/aanspreekt. Wie vandaag door de roman bladert staat versteld van de oeverloze banaliteit en het triviale geleuter in de dialogen, vele tientallen bladzijden lang. Louis Seynhaeves familieleden kletsen maar door over de gebeurtenissen zoals gewone mensen dat doen: oervervelend dus. Geen wonder dat Claus hield van het feuilleton ‘Thuis'. Maar hij had wel het lef hen te vergelijken met het Griekse koor: il faut le faire! Volledig akkoord dus met de kritiek van Freddy De Schutter (jaargenoot) die vond dat wellicht 100 pagina’s leesbaar waren, en met Marcel Janssens (prof): “lullig gebabbel en banale flauwekul”. En dan is er die ‘Vlaamse taal’. Claus werd geroemd voor zijn uniek 'Vlaamse' stijl. Zoals het iconische zinnetje “Is dat gij, Lander?” in Mira. Dat is geen Nederlands, dat is West-Vlaams dialect, verheven tot schrijftaal. Onbegrijpelijk dat men dat ‘goed’ vond. Vergelijk dat met de prachtige stijl van Ivo Michiels (Het Boek Alfa), Jef Geeraerts (Gangreen) of Paul de Wispelaere (Verkoolde Alfabet): ziedaar drie woordkunstenaars.
5. En dan die opgeblazen bewondering voor zijn 'veelzijdige talenten'! De waarheid is, dat hij een dilettant was, een amateur, zelfs een prutser die aan iets begon omdat hij niet gehinderd was door de tot bescheidenheid nopende wetenschap hoe moeilijk allemaal wel was, zoals het regisseren van een film (De Leeuw van Vlaanderen) of het maken van echte schilderijen (zijn kinderachtige 'plaatjes' in de biografie). Claus was geen Luis Buñuel en zeker geen Salvador Dalí. Maar in het land der blinden (Vlaanderen) is eenoog koning. Daarom kwam hij er hier mee weg.
6. Was Claus een ‘groot mens’? Hij was alleszins ‘gulzig’, Niet alleen voor eten, maar ook voor ervaringen. Hij reisde frequent, in Europa en naar landen als de VS en Cuba. Maar, opvallend genoeg, heeft dat van hem geen kosmopoliet gemaakt. In zijn werk is er geen internationale dimensie. Hij blijft een kleine West-Vlaamse ‘middenstander’ die zich blind staart op Vlaanderen en zich kinderachtig ergert aan het katholicisme. You can take the writer out of West-Vlaanderen, but you can’t take West-Vlaanderen out of the writer. Typisch is zijn verblijf met Cobra-kunstenaars in Parijs in de 50-ies. Ze zijn dan wel in “de” cultuurstad (in een ‘krocht’ met ongedierte), maar zijn als ‘expats’ geïsoleerd omdat ze geen Frans kunnen! Lachwekkend. Zoals Vlamingen in Benidorm. En wat hij liefst doet is manillen met zijn broers. De biografie toont alleszins aan dat hij heel zijn leven omringd was door vrienden en bewonderaars die met hem nabij wilden zijn. Hij moet een ‘magnetische’ aantrekkingskracht hebben gehad, wat Mark Didden ‘charisma’ noemt. Zijn appartement in Gent was de ‘zoete inval’, en ook in afgelegen plekken zoals de boerderij in Nukerke of in zijn huis in de Provence kreeg de gastvrije Claus voortdurend bezoek.
7. Claus was blijkbaar ook aantrekkelijk voor vrouwen. Althans voor een bepaald soort vrouwen. Ellen Overzier, Sylvia Kristel, Kitty Courbois, enzovoort: het waren allemaal beïnvloedbare jonge actrices die vielen voor zijn ‘aura’ van brutale vlegel. Het typische soort niet al te snuggere vrouwen die vallen voor een ‘badass’. Vrouwen met persoonlijkheid en intelligentie kon Claus niet krijgen, zoals Mick Clinckspoor die hem als mens afschuwelijk vond, nooit natuurlijk, en dag in dag uit in een rol (p. 398-399). Maar tegenover andere vrouwen gedroeg hij zich schabouwelijk. Twee voorbeelden in de biografie blijven bij: wanneer hij Ellen Overzier (zijn vrouw) wenend op de keukenvloer liet staan omdat hij naar een maitresse vertrok, en wanneer hij, oud en dementerend al, in een lift een tongkus gaf aan de stomverbaasde Hilde Van Mieghem, omdat hij daar al 30 jaar zin in had gehad. Het zou vandaag geen waar zijn.
Kortom: ik heb nooit een hoge pet op gehad van Hugo Claus, en de lectuur van dit werk heeft mijn opinie niet veranderd. Maar het is een indrukwekkende biografie, die niet alleen het leven van Claus gedetailleerd beschrijft, maar ook een uniek beeld geeft van de cultureel-literaire tijdsgeest in de tweede helft van de 20ste eeuw. Het was een periode toen literatuur nog belangrijk was in Vlaanderen (zie ook de biografie van Herman De Coninck), en die onherroepelijk voorbij is.
Leest men tegenwoordig nog Hugo Claus (behalve misschien Het Verdriet van Belgie ?)Worden zijn toneelstukken nog opgevoerd? Niets veroudert zo snel als gewilde moderniteit. En na het lezen van deze biografie vraag ik me af waaraan Hugo Claus zijn reputatie heeft te danken. De sequentie van Wunderkind via tot Eminence Grise wordt in dit boek met veel oog voor detail verteld. Maar eigenlijk vond ik niet dat het de literaire positie van Claus verhelderde, voor mij was het eerder : Claus als Bekende Vlaming door zijn talent voor vriendschap (met de Vijftigers, de COBRA groep...), zijn turbulente liefdesgeschiedenissen met mooie Hollandse actrices (Elly Overzier, Kitty Courbois, Sylvia Kristel, Marja Habraken, Ellen Jens...), zijn verbluffende eruditie en zijn onstuitbare productiviteit. Gedichten, toneel, scenarios, films, romans, maar ook schilderijen en af en toe wat journalistiek/literatuurkritiek. Ik moest denken aan een commentaar over John Updike, een al even productieve schrijver, dat ik ooit gelezen heb : "Er ging geen gedachte door zijn hoofd zonder dat die opgeschreven werd".
Wat ik ook interessant vond was de discussie tussen Noord en Zuid over zijn taalgebruik : was het Nederlands? Was het Vlaams? Was het een soort hybride tussen de twee, alnaargelang de intentie van het werk? En was zijn militante antiklerikalisme, dat zo provocerend was in de jaren '50 en '60, niet een beetje gepasseerd in de jaren '80? Zijn moeilijke verleden als telg uit een "zwart nest", iets waar zijn Nederlandse collega's en vrienden waarschijnlijk niet veel van begrepen - in hoeverre heeft dat hem blijven vervolgen?
Net zoals iedere Gentenaar heb ik Hugo Claus ook wel eens in levende lijve gezien: in het cafe van de Minard schouwburg, waar hij met een aantal andere mannen een biertje (of twee) dronk. En hoewel ik mezelf niet als een Claus fan beschouw, was ik toch geinteresseerd in deze biografie. Ik moet toch wel een aantal foutjes signaleren: Francoise Sagan is verkeerd geidentificeerd op een foto (hoe kan men haar gamine snoetje verwarren met dat van een klassiek mooie blonde actrice?) en de typfout in de naam van de Spaanse mode-ontwerper Paco Rabanne (niet : Rabane) in een citaat van Sylvia Kristel is niet gecorrigeerd.
Een ijverige, lijvige biografie. 840 pagina's, met nog 's 130 pagina's aan voetnoten en dankwoord. Met de titel die het goed samenvat: 'de levens van Claus.' Het zijn er vele. De dichter, de leugenaar, de minnaar, de romanschrijver, de zoon, de schilder, de charlatan, de filmer, de ritselaar, de vader, de man, de toneelauteur, regisseur, de speelvogel, de vriend, de wereldburger, de broer, de diva, de bokser, de lafaard: allemaal komen ze aan bod.
Voor het beoordelen van zijn artistieke prestaties heb je de biografie niet nodig. Lees de Oostakkerse, De verwondering en Het verdriet van België: oordeel dan zelf wat voor een krachtpatser de schrijver was. Wie ooit de Leeuw van Vlaanderen heeft uitgezeten, kan ook voor zichzelf uitmaken of het een goed idee was om Claus achter de camera te zetten. Over zijn talent als schilder zijn de meningen meer verdeeld. Het boek toont wat grafisch werk van Claus (dat ik niet kende, en beter vond dan verwacht. Maar u vindt er misschien niks aan, en dat is even goed).
Naast de kunstenaar heb je dan de mens Claus. Soms een genereuze vriend, ook de man die een hond laat neerschieten voor een spectaculair filmshot. Die alles weet maar niet kan rekenen. Die niet kan kiezen uit zijn vrouwen (of woonplaatsen) en op zijn best een afwezige vader is. Die zich in volle Clausmania nog altijd miskend voelt. Die bij wereldsterren thuis komt en de eerste minister tot zijn vrienden mag rekenen. Bij momenten leest het boek als een who's who van de tweede helft van vorige eeuw.
De auteur bedient zich van persoonlijke interviews met de schrijver, zijn vrienden, zijn vrouwen, tot zelfs zijn kuisvrouw in Frankrijk. Hij citeert dagboeknotities, haalt er kladversies van manuscripten bij: geen steen wordt niet omgedraaid. Wie hier een hagiografie verwacht, komt bedrogen uit.
Wie de mens achter de kunstenaar wil kennen, vindt hier een dijk van een boek dat op zijn beurt leest als een roman. Prachtig!
Monumentale biografie over een literair monument. Mark Schaevers slaagt met brio in het aartsmoeilijke project om de figuur Hugo Claus, zijn leven en zijn werk te boek te stellen en hij doet dat op coherente, overtuigende manier met grote kennis van zaken, zeer compleet, zonder te vervallen in hagiografie. Hij vindt een goede balans tussen de kritische observator van de mens en de auteur Claus en de biograaf die mens en oeuvre de plaats moet geven die ze verdienen.
Claus was een man met veel gezichten - en niet alle gezichten zijn even mooi - en met een literair oeuvre dat ongelijk is maar op basis van deze biografie kan en mag je concluderen dat hij met recht en reden de grootste Vlaamse schrijver van de twintigste eeuw genoemd wordt.
De biograaf slaagt erin om de enorme hoeveelheid materiaal om te zetten in een wervend en vlot geschreven verhaal, waar alles wat relevant is aan bod komt.
Een huzarenstukje. Ik bewonder dat speciale talent waarmee de biograaf het overzicht weet te bewaren over al die puzzlestukjes. En het resultaat is ook nog zeer aangename lectuur, en dat is eigenlijk een understatement. Het leven van Claus biedt dan ook veel mogelijkheden voor een verteller. Je vraagt je soms af hoe Claus tussen al zijn amoureuze en andere escapades nog aan schrijven toekwam. De hele culturele beau monde van de na-oorlogse periode komt hier voorbij en dankzij Schaevers zit je als lezer op de eerste rij. Ik heb ervan genoten, hoewel ik eigenlijk niet zo’n uitgesproken Clausfan ben. Dat is misschien zelfs een voordeel. Want deze biografie is zeker geen hagiografie. En dat vindt de echte fan misschien niet altijd even leuk. Kunstenaars zijn echt niet elke dag genieën. En het schrijverswereldje is niet immuun voor alle hebbelijkheden waarmee mensen nu eenmaal behept zijn. Een aanrader
Een tijdje geleden zat ik in de cinema voor Conclave. Deze film, opgebouwd rond allerlei intriges bij een pausverkiezing, kreeg lovende kritieken, dus ik was wel benieuwd. Tot ik halverwege de film besefte dat het mij eigenlijk volledig koud liet wie er paus wordt.
Hetzelfde gevoel bekroop me bij het lezen van De levens van Claus. De biografie kreeg lovende recensies, en Mark Schaevers schreef eerder al het fantastische Orgelman (over de schilder Felix Nussbaum), maar eigenlijk interesseert die Hugo Claus mij niet. ‘s Mans gekonkelfoes, de leugens en strapatsen…ze kunnen me gestolen worden.
Voor vele Vlaamse lezers (doorgaans net nog iets ouder dan ik) was Claus een held, maar mij wist hij zelden echt te boeien. Daar ben ik niet alleen mee: na zijn dood koopt geen kat zijn boeken nog.
Halverwege klap ik het lijvige en ongetwijfeld voorbeeldig geresearchte boekwerk toe. Ik vind van mezelf dat ik het nog lang uitgehouden heb.
Een allesomvattende biografie die terecht werd bekroond. Niettegenstaande zijn overduidelijke bewondering voor deze gigant van de Nederlandstalige literatuur, herleidt Mark Schaevers Claus tot zijn ware grootte. Frapperend om ook zijn kleine kantjes te leren kennen maar tegelijk stijgt met ieder hoofdstuk je bewondering voor Claus’ ijver, eruditie, doorzettingsvermogen… De prachtige schrijfstijl van de biografie nodigt uit om je helemaal onder te dompelen in het vaak liederlijke leven van onze Vlaamse reus. “Een scheve schaats zo nu en dan kan geen kwaad maar het hoeft geen Wiener Eisrevue te worden.”, en soortgelijke uitspraken toveren regelmatig een brede glimlach op je gezicht.
Een omvangrijke, gedetailleerde en gedocumenteerde biografie van deze belangrijke schrijver. Vanzelfsprekend komt zijn werk uitgebreid aan bod. Maar ook zijn levensverhaal met zijn minder bekend oorlogsverleden tot aan zijn dementie en euthanasie. Van deze charmeur mochten ook de vele vrouwen in zijn leven niet ontbreken. Maar naast charmeur komt hij ook herhaaldelijk over als een onaangenaam en eigenzinnig persoon. Een boeiend boek dat ook een stuk geschiedenis meegeeft waarin heel wat belangrijke figuren voorkomen.
Ik had het hier zo moeilijk mee. Uitstekend werk van de auteur… maar Claus was mijn held. Ik geloofde oprecht en naïef dat het mogelijk was om puur op talent de hemel te bestormen. En ik leerde een sjoemelaar, opportunist en egocentrisch mens kennen met al zijn gebreken. Het doet niets af aan mijn bewondering voor de kunstenaar, maar ik had enorm veel moeite om het sloopwerk te blijven lezen… mijn probleem, niet dat van de auteur. Want het blijft een must read en een fenomenaal boek
This entire review has been hidden because of spoilers.
Een erg trefzeker en genuanceerd portret van iemand die zich graag in mystificaties hulde. Dat maakt dit een tour de force van Mark Schaevers, die een titanenresearch en -schrijven voor/van deze biografie heeft doorploegd. 838 pagina’s over Claus’ werk in proza, poëzie, toneel, film en beeldende kunst, zijn exceptioneel leven én een tijdsdocument van de 20e eeuw - begin 21e. Kritisch en met afstand geschreven - allesbehalve een hagiografie. Ik heb het heel graag gelezen.
Danig onder de indruk van deze gedetailleerde biografie. Respect voor het monnikenwerk van Mark Schaevers. Het boek leest vlot en is naar het eind toe best aangrijpend. Het leven van Claus leest bij momenten als een picareske roman: de vele vrouwen en de leugens van een "sloeber", een schelm.
Een boek om in ’schuifjes’ te lezen, met tussendoor iets anders. Super gedocumenteerd, goed geschreven, interessant maar niet in één ruk uit te lezen. Wat een leven had die man!
Na een vijftal maanden heb ik de voortreffelijke biografie van Mark Schaevers over Hugo Claus eindelijk uit.
Ik had er, gezien de omvang, voor gekozen om deze pil van ruim 800 pagina’s in kleine stukjes te lezen, tussen lectuur van andere boeken door.
Dat het boek is onderverdeeld in 270 korte hoofdstukken maakt het mogelijk om iedere dag een paar bladzijden te lezen.
Schaevers levert uitstekend werk met deze biografie. Hij kent en doorgrondt zijn studie-object in detail, laat alle hoofdrolspelers aan het woord, confronteert hen met de vaak gekleurde versie van Claus van de feiten, raadpleegt brieven, dagboeken en alle mogelijke bronnen.
De belangrijkste verdienste van Schaevers is dat hij als bewonderaar van Claus, die hij zelf vaak interviewde, niet vervalt in een hagiografie van de schrijver en hij diens kleine persoonlijke kantjes niet schuwt.
Het laatste deel van dit boek waarin de langzame aftakeling van de schrijver sereen wordt beschreven, is confronterend en aangrijpend.