'Duidelijkheid' is het essay van de Maand van de Filosofie 2024. Vanaf de eeuwwisseling veranderen politici onder invloed van Pim Fortuyn hun taal. Geen mistige formuleringen meer, geen duidelijkheid. Geert Wilders blinkt erin uit. De gevolgen voor de democratie zijn groot. Het bestel vereist matiging terwijl duidelijkheid juist radicalisering stimuleert. Het ene taboe na het andere sneuvelt, grondrechten staan ter discussie, het parlement zelf en de democratische rechtsstaat. Steeds geeft Wilders de aanzet, en andere partijen voegen zich naar hem ondanks hun bezwaren. Den Haag omarmt zijn aandachtspolitiek en spektakelleegte. Meeus laat aan de hand van Machiavelli zien hoe duidelijkheid bevordert dat de naoorlogse politieke orde bezwijkt, met chaos als resultaat.
Toen ik begon met het lezen van de krant ontdekte ik na een tijdje de columns van Meeuws. Vanaf dat moment las ik in weekenden altijd eerst Meeuws, daarna Youp en dan de rest van de krant. Sinds Meeuws is gestopt met zijn column, check ik nog altijd de krant of hij een stuk heeft geschreven. Hij is een bijzonder sterk analist en weet dit ook nog eens duidelijk op te schrijven. (Voor journalisten is duidelijkheid altijd een pré in tegenstelling tot politici.)
De losse onderdelen van het boek zullen politieke junkies bekend voorkomen maar Meeuws weet het zo aan elkaar te knopen dat hij extra diepgang creëert. Gezien het essay is geschreven voor de Week van de Filosofie komt er een ruime selectie filosofen aan bod; Machiavelli, Weber, en Adorno zijn logische keuzes, maar het essay beperkt zich hier geenszins toe. Toegegeven, de filosofische diepgang is relatief beperkt, maar daarvoor lees ik persoonlijk de stukken van Meeuws niet. Hij creëert een breder perspectief dan alledaagse stukken in de krant en biedt zo een praktische context om filosofische theorieën aan op te hangen. Internationaal is dit al vaker gedaan, maar de Nederlandse context is dichter bij huis en daardoor des te herkenbaarder (en angstaanjagender).
Al met al een briljant essay dat wat mij betreft nog wel even door had mogen gaan, maar aan alle goede dingen moet helaas een einde komen. Het essay is sterk aan te raden. Je bent er in één goede leessessie doorheen, maar het zet je ook aan het denken. Extra bonuspunten voor het citeren van Faust.
Heldere uiteenzetting van Meeus over de politieke ontwikkelingen van de afgelopen dertig jaar. Hij volgt daarbij Machiavelli die, aldus Meeus, niet uitgaat van politiek-bestuurlijke aspiraties of idealen, maar van de politiek-bestuurlijke werkelijkheid. Moest erg lachen om de bijzondere actuele observatie van wederom Machiavelli: ‘De intelligentie van een leider leidt men […] in eerste instantie af uit de mensen waarmee hij zich omringt.’
Orwell balt zijn vuisten in het graf, simpele taal blijkt toch niet de oplossing voor misleiding in de politiek en kan zelfs een averechts effect hebben
Over de context waarin de PVV is ontstaan - in een Nederland waar politiek in vaak onbegrijpelijke taal werd bedreven en rechts-links tegenstellingen waren geslonken na twee paarse kabinetten - en hoe Wilders’ manier van politiek bedrijven langzaam door de andere partijen werd overgenomen. Niet om vrolijk van te worden, dat we nu in een politieke werkelijkheid leven waar het mediabeeld voorop staat, conflict vaak alleen voor de show is en de PVV letterlijk haar standpunten kiest met opinieonderzoek. Het boek eindigt met een oproep aan ons allemaal, als maatschappij, om de democratie te beschermen, ook voordat de dreiging groot is. Over hoe dat dan aan te pakken zijn in deze reconstructie wel aanknopingspunten, maar daar blijft het bij.
'Een journalist die vraagtekens plaatst bij politieke duidelijkheid - dat ligt niet voor de hand.' Zo begint Tom-Jan Meeus (parlementair verslaggever voor NRC) zijn essay uit 2024.
Het boekje is het lezen waard voor Nederlanders die zich regelmatig verbazen over het (taal) niveau van het Wilders-Schoof-kabinet.
Een dappere poging tot een röntgenfoto van de (politieke) tijdgeest, maar ik kan dit essay met de beste wil van de wereld niet de kwalificaties “glashelder” en “ontegenzeglijk” geven, terwijl ik dat bij voorkeur had gewild. Ik volg Meeus met graagte in de NRC, al was het maar omdat ik zijn sociaal-maatschappelijke en politieke voorkeuren deel, maar waarom “loopt” dit specifieke betoog nou niet? Kan er niet de vinger op leggen. Iets wringt. Alsof te veel meelezers in de tekst hebben zitten harken en schoffelen, toevoegen en schrappen, zodat er uiteindelijk hier en daar - meer hier dan daar - een niet te volgen brij resteert, met de meest vreemd aandoende gedachtensprongen.
Duidelijkheid is een rake analyse van hoe politiek in Nederland deze eeuw veranderde. En wat de invloed van duidelijke taal op de politiek is geweest. Het begon volgens Meeus allemaal met de opkomst van Pim Fortuyn. Democratie mag niet meer onduidelijk of ingewikkeld zijn. Ook niet als democratie onduidelijk of ingewikkeld is.
Ik vond het een goede analyse, ook al was ik het niet altijd eens met Meeus. Wat ik er goed en minder goed aan vond lees je in mijn recensie op Harmkes Leestips.
Dat de Nederlandse politiek een zooitje is wisten we al, maar Meeus legt nog beter uit waarom. Had graag een tweede deel gehad waarin meer aandacht werd besteed aan hoe we radicaalrechts kunnen temmen 😭
Kort geschiedenislesje over Wilders, radicaal rechts en hun tactieken. Mooi vind ik het einde waar de auteur aangeeft dat we het niet moeten behandelen als natuurramp maar zelf meebepalen wat de toekomst is voor deze politieke stroming, we zijn niet machteloos.
Interessant en verontrustend. Hoe populisme de democratie ondergraaft en hoe de grote middenpartijen ook van de populistische methoden gebruik maken. Meeus kijkt al jaren achter het nieuws en achter de schermen in Den Haag en heeft een goed beeld van de (uit)werking van politiek en beleid. Dit boek geeft een helder beeld van de ontwikkelingen in de na-oorlogse politiek.
Op zich geen nieuwe dingen geleerd of gelezen, maar het blijven goede inzichten en gedachtes. Over Wilders en onze democratie in verval. T zijn zware tijden bro’s wordt ook alleen nog maar erger
Zeer sterk essay van Meeus, over hoe de politieke drang naar duidelijkheid dynamieken in politiek en media creëert die afbreuk doen aan (het vertrouwen in) democratie en rechtsstaat. Het is eerder politiek-analytisch dan dat filosofisch, maar wel op een manier die je van hem verwacht: goed ingevoerd in Haagse politiek, veel (historische) verbanden leggend en met soms scherpe kritiek op media - NRC incluis. Ondanks het toch sombere thema had het essay van mij wel dubbel zo lang mogen zijn.
Over welke rol Geert Wilders heeft gespeeld in de afkalving van het democratisch stelsel, en daarin vriend en vijand meesleurt om maar de aandacht van de kiezer te kunnen trekken. Sterke analyse hoe taal er toe doet, zeker in de politiek en hoe less niet altijd more is.
Heb er wat lang over gedaan. In het begin enorm gelachen over de quotes van Wilders waarin hij bijna alle PVV kandidaten consequent een stel ‚gekken’ en ‚malloten’ noemde 😂 Verder is het een mooi pleidooi, waar Meeus af en toe wel erg veel meandert.
I always liked to read the author commentaries in the news paper. This essay is written for the Month of Philosophy 2024. The author uses quotes of philosophers to explain the changes in behaviour and language in Dutch parliament, which isn't really advantages and results in chaos
Erg goed boek. Laat duidelijk zien hoe de rechtse politiek naar de voorgrond is gekomen door de jaren heen. Wel vond ik het taalgebruik onnodig ingewikkeld waardoor je moeilijker door het essay heen komt en het misschien niet altijd even toegankelijk is. Juist zo'n boek zou dat in mijn optiek wel moeten zijn.
Sterk essay, met mooie filosofische verwijzingen. Leest vlot en is in mijn ogen een scherpe analyse van politieke taal / campagnes (en de rol van de media).
Hebben jullie ook ‘Duidelijkheid’ van Tom-Jan Meeus gelezen ? Vooral doen. Zijn essay geeft veel inzichten in de (politieke) stand van zaken in ons landje. Zoals over de ‘onmiddellijkheidscultuur’, het label ‘crisis’ plakken op alles dat tegenzit. Met rake karakteriseringen als ‘spektakelleegte’ en ‘aandachtpolitiek als vluchtheuvel.’ Niet dat je er vrolijker van wordt. Meeus vindt het meest zorgwekkend het ‘tanend democratisch besef’, dat samen gaat met een ‘toenemend verlangen naar autoritair leiderschap’. De auteur roept(met Adorno) op niet te reageren met leugen tegen leugen maar met ‘de werkelijk on- ideologische waarheid’ en noemt het ‘een democratische opdracht voor de hele maatschappij.
Er zijn twee dingen die ik niet goed begrijp van het essay Duidelijkheid van Tom-Jan Meeuws.
Ten eerste: Waarom was dit essay onderdeel van de maand van de filosofie? Het essay beschrijft hoe de afgelopen 30 jaar de democratische normen en gedrag steeds meer aan het vervagen en afbrokkelen zijn, zowel in Den Haag als bij de bevolking, en hoe deze vervaging steeds meer onze parlementaire democratie bedreigt.
Het essay beschrijft hoe die afbrokkeling van de waardering voor democratie begint in de tweede helft van de jaren 90, als steeds meer mensen vinden dat ze geen zicht meer hebben op een beter leven. Meeuws spreekt van een onderklasse (pagina 18) die bestaat uit mensen die niet meekomen in de meritocratie (zelf denk ik dat het meer gaat om mensen die de boot hebben gemist van de globalisering, of eigenlijk nooit die boot hebben kunnen nemen, vanwege het soort beroep dat ze uitvoeren). In die onderklasse wordt sinds eind jaren 90 een stijging van radicaal-rechtse sympathieën gemeten.
Na de aanslagen op New York in 2001 en de moorden op Pim Fortuin (2002) en Theo van Gogh (2004) zet die stijging door, volgens Meeuws onder andere gevoed door een nieuwe taal van duidelijkheid die zijn intrede doet in de politiek. Vervolgens zorgen eerst internet en later sociale media voor een vliegwiel voor radicaal-rechts gedachtegoed. Meeuws laat zien hoe gevestigde partijen steeds vaker de handelswijze van radicaal-rechtse partijen kopiëren, waardoor de verloedering van democratische normen in een stroomversnelling raakt in de eerste 2 decennia van deze eeuw. Als voorbeeld beschrijft Meeuws hoe ook premier Rutte meegaat in populistisch gedrag: Rutte stuurt aan op ‘’besluiten die voldoen aan de verlangens van de dag maar niet aan de vereisten van de lange termijn’’ (pagina 40) en Meeuws haalt Ruttes ‘’pleur zelf op’’ uitspraak aan.
Kortom, het essay beschrijft de recente geschiedenis en actualiteit van de verloedering van onze democratische normen. Iets echt filosofisch kon ik er echter niet in ontdekken.
Ten tweede: Ik begrijp niet goed waarom Meeuws het concept duidelijkheid gebruikt als kapstok om zijn maatschappijanalyse en -kritiek aan op te hangen.
Om te beginnen miste ik aan het begin van het essay een goede uitleg van wat Meeuws dan met duidelijkheid bedoelt. Gaandeweg worden wel wat tips van de sluier opgelicht, zoals op pagina 22: ‘’Duidelijkheid wordt het nieuwe bewijs van politieke zuiverheid. Vereenvoudiging als uitgangspunt, eenzijdigheid als oplossing. Fouten benoemen, van anderen. Grenzen stellen, aan anderen’’. Het is een ‘’duidelijkheid die vaak overgaat in versimpeling’’ (pagina 19).
Wat ik me afvraag, is dit wel wat we verstaan onder duidelijkheid? Voor mij is het meer een soort fake-duidelijkheid, een schijnduidelijkheid, waarin problemen niet volledig benoemd en geanalyseerd worden, maar versimpelt.
Met die schijnduidelijkheid vertellen politici vaak wat ze denken dat hun kiezers willen horen. Voor echte duidelijkheid is moed en eerlijkheid vereist, om te zeggen dat dingen niet kunnen om allerlei praktische redenen of om te vertellen dat dingen anders moeten, onderbouwd door argumenten en bewijs.
Meeuws stelt vervolgens dat de manier van spreken in de jaren 80, vol jargon en vaagheid, beter was voor de democratie dan de huidige duidelijkheid (die ik dus meer zie als schijnduidelijkheid). Meeuws zegt het niet expliciet, maar lijkt te insinueren dat de verhullende taal van de jaren 80 beter voor ons was.
Hier ben ik het totaal niet mee eens. Ik denk dat we noch de verhullende taal van toen, noch de schijnduidelijkheid van nu nodig hebben. Wat dan wel? Nou, echte, oprechte, eerlijke duidelijkheid.
Een voorbeeld daarvan is een debat tijdens de verkiezingen van 2023. Wilders en Timmermans hebben het over afschaffen van het eigen risico van de zorgverzekering. Een vrouw in het publiek kan dat eigen risico niet betalen. Timmermans zegt dat het eigen risico alleen geleidelijk kan worden afgebouwd. Wilders bijt hem toe dat de vrouw nu dat geld nodig heeft, maar doet geen enkele toezegging en geeft geen enkele uitleg hoe die onmiddellijke afschaffing dan wel praktisch geregeld kan worden.
De volgende dag werd Wilders gezien als winnaar van het debat. Eigenlijk raar, want juist Timmermans kwam met zijn insteek in de buurt van wat ik bedoel met oprechte duidelijkheid: de moed hebben om uit te leggen hoe het zit en aan te geven dat dingen soms ingewikkeld zijn, zelfs als dit een slechte boodschap is. Wilders zette in op schijnduidelijkheid, wat een paar maanden later nog expliciet bevestigd werd: Bij de eerste kans om te stemmen voor de afschaffing van het eigen risico, stemde de PVV tegen.
Wat we nodig hebben is niet een terugkeer naar de vage taal van de jaren 80. Wat we nodig hebben is betere en oprechtere duidelijkheid en meer moed om slechte boodschappen te geven.
Wat me ook tegenviel van dit essay, is dat het blijft bij een analyse. Ik had wat meer focus op oplossingen en verbeteringen verwacht. Meeuws komt er niet aan echt aan toe. Op de allerlaatste 2 pagina’s doet hij een poging, door eerst Theodor Adorno’s suggestie te citeren: ‘’Niet leugen met leugen beantwoorden, niet proberen even sluw te zijn als zij, maar ze echt met de overtuigingskracht van de rede, met de werkelijke onideologische waarheid weerwerk te bieden’’ (pagina 91), en door daarna het essay te eindigen met ‘’Want hoe deze dingen verdergaan, en de verantwoordelijkheid voor hoe ze verder gaan, dat is in de laatste instantie aan ons’’ (pagina 92).
Wat Adorno ‘’de overtuigingskracht van de rede’’ noemt overlapt met wat ik eerder omschreef als oprechte duidelijkheid. Meeuws had dit naar mijn smaak niet hoeven te beperken tot een citaat helemaal aan het einde van het essay. En zijn stelling dat de verantwoordelijkheid bij ons ligt, is mooi. Mijn vraag alleen: Hoe dan? Ik het had het nog mooier gevonden als Meeuws die vraag uitgebreid praktisch had beantwoord i.p.v. zich te beperken tot een abstract citaat van Adorno.
Ik ben een fan van Tom-Jan Meeuws, als hij in de krant schrijft, lees ik hem vaak en graag. Maar dit essay viel ronduit tegen. Jammer, ik had meer en beter verwacht.
Helder boekje van iemand die net zo keurig praat als schrijft. Ik geloof dat het meeste wel hout snijdt wat hij zegt over Wilders en duidelijkheid en dat wie daar in trapt bedrogen uitkomt. het blijft alleen frustrerend dat het doorprikken van de mythe van Wilders niet gelezen zal worden door de Wilders-stemmers. Ja, dit gaat een enorme deceptie worden, ja, we hebben gewaarschuwd, maar er zal daarna wel weer iemand komen die nog duidelijker is. Beetje moedeloosmakend ook, dus.