Mooi fantasy-verhaal. Sam hoort al bijna zijn hele leven 'innerlijke muziek', maar de laatste tijd is het veel frequenter geworden. Hij wordt aangetrokken tot de zee, meer bepaald tot een plek die 'de Pieken' genoemd wordt. Wanneer hij daar gaat duiken, vindt hij een hanger die opgloeit als hij hem aanraakt. Nadat er nog allerlei nare en mysterieuze dingen gebeuren, gaat Sam een tweede keer duiken bij de Pieken. Hij wordt dan onder water achternagezeten door twee vijanden, en er komt ook nog eens een haai op hem af. Sam raakt gewond, maar ziet dan ineens een soort onderwatergrot die met hetzelfde licht oplicht als de steen in de hanger. Hij zwemt er naartoe...en komt ineens boven in een zee waar een boot vaart met mannen die een voor hem onverstaanbare taal spreken, en een man met een drietand doodt de haai, die ook achterna gekomen is. Sam wordt aan boord van het schip gehesen en er is één woord dat hij kan verstaan van de taal: Atlantis....en zo komt hij langzaamaan meer de weten over de Kracht, over Atlantis en zijn bewoners, en zijn ondergang.
Ik vond het verrassend hoe de legende van Atlantis, de Griekse mythologie, en zelfs een Bijbels verhaal, tot één acceptabel geheel verweven zijn. Van zo'n soort boek kan ik echt genieten.