'Wat een triomf van een boek, en wat een fascinerend levensverhaal.' Joris Luyendijk over De vrolijke verrader 'Simon Kuper is het Barcelona van de sportjournalistiek.' Hugo Borst
Simon Kuper heeft Parijs behoorlijk zien veranderen in de ruim twintig jaar dat hij er met zijn gezin woont. De stad heeft het nodige terroristische aanslagen, hittegolven en overstromingen, de brand in de Notre-Dame en de bestorming van de stad door de gele hesjes. In de meest multiculturele stad van Europa komen smeulende sociale problemen regelmatig tot uitbarsting. Kuper kruipt in de huid van de stad en laat het Parijs van nu en de toekomst zien. Parijs raakt steeds meer geglobaliseerd en gegentrificeerd. De dominante rol van de elite is aan het veranderen. De stad ontvouwt zich verder de 21e eeuw in. Zo is er het ambitieuze Grand Paris-project om het rijke centrum (twee miljoen inwoners) te verbinden met de verwaarloosde banlieues (tien miljoen inwoners). Simon Kuper laat je voorbij de Eiffeltoren, de musea en de boulevards het echte Parijs zien.
Simon Kuper is a journalist for the Financial Times in England. He was born in Uganda of South African parents and moved to the Netherlands as a child. He studied History and German at Oxford University, and attended Harvard University as a Kennedy Scholar. He has written for The Times, Observer, Guardian and Le Monde, and also writes regularly for the Spectator and Dutch newspapers.
Sommige onderwerpen waren bijzonder interessant, andere vond ik een stuk minder. Ik hoopte weer helemaal "bij" te zijn na het lezen van dit boek over Parijs, wat voor een deel ook wel is gelukt. Zo heb ik een goed beeld gekregen van de geopolitieke positie van Parijs in de afgelopen 30 jaar, was ik blij verrast door de torenhoge ambities om de banlieues te betrekken bij Parijs met het Grand Paris-project en heb ik het Franse equivalent van onze hipster geleerd: bobo (Bourgeois bohémien). Ook het hoofdstuk over de soixante-huitards en de nasleep daarvan vond ik heel boeiend.
Daarnaast zaten er ook wat onderwerpen in die ik graag wat verder uitgediept had gezien: waar leven de inwoners van Parijs van, vooral als alle vertier buiten de deur moet worden gezocht? Hoe heeft de stad corona overleefd, behalve dat het veel fietspaden op heeft geleverd en spelende kinderen in autoluwe straten? Hoe gaat het met de geboren Parijzenaar? Als ie niet sterft in de lichtstad, waar dan wel?
Tot slot heb ik ook wat zaken gemist. Zo had ik wel iets willen lezen over de toeristen in de stad. In hoeverre is er overlast van rolkofferterreur? Hoe staat het op dit moment met de vluchtelingenkampen bij de portes onder/langs de périphérique? Wat wordt er ondernomen om hittestress in de stad te verminderen?
Alles bij elkaar vond ik het een lezenswaardig boek, maar had ik graag een paar extra hoofdstukken of verdere uitwerking van bepaalde thema's gezien.
Overigens was niet echt te merken dat het om een vertaling uit het Engels ging. Het las als een oorspronkelijk Nederlands boek.
Aardig, toegankelijk boek over veranderingen in Parijs de afgelopen decennia, over verschillen tussen Fransen en Europeanen en vooral ook over verschillen tussen Fransen en Parijzenaars. En Parijzenaars onderling. Echter geen wereldschokkende of meeslepende verhalen die leiden tot nieuwe inzichten.
Persoonlijke impressies in 20 snedige hoofdstukken. Na de eerste zes hoofdstukken die op vermakelijke wijze de verwondering van de buitenstaander die in Parijs wil “integreren” illustreren, bekoorden vooral “de dag van de drie cafés”, de allerkleinste elite” en “wie komt er eten” me.
Scherpe beschrijving van de Parijse elite en haar gewoontes, doorspekt met enkele historische verwijzingen.
Het tweede deel over het recente verleden en de toekomst van Parijs vond ik minder sterk en teveel in giswerk vervallen.
Zonder dat het een vooropgezet plan was, las ik de afgelopen maanden drie boeken over Parijs. En dan reken ik romans als Luister van Sacha Bronwasser niet eens mee, terwijl die ook veel vertellen over de ondoorgrondelijke stad die steeds met je flirt. Want dat is wat Parijs met je doet, je verleiden. Zonder dat je er achterkomt of wilt weten wat precies het doel daarvan is, net als bij een echte flirt.
In Parijs Nu, dat ik deze week las, beschrijft Simon Kuper hoe een Parijzenaar hem duidelijk maakte dat flirten tot het standaardrepertoire van de sociale omgang behoort. “In Parijs, legde hij uit, flirtte je altijd, of je nu iemand leuk vond of niet. Het flirten betekende niets. Pas als je een vrouw langere tijd kende, kwam je erachter of ze je echt leuk vond.”
Dat flirten gebeurt overal en de nieuwe sociale huiver die #metoo heeft losgemaakt, verandert dat vooralsnog niet, volgens Kuper. Wellicht omdat het verbonden is met een ander belangrijk levensgevoel, dat van de vrijheid. “In Parijs wordt meestal van je verwacht dat je je in het sociale leven presenteert als individu, in plaats van in je rol als partner of ouder. Praat niet altijd over ‘wij’, ga niet te lang door over de school van je kinderen en neem niet altijd je echtgenoot of echtgenote mee als je met mensen hebt afgesproken, ook niet als het aantrekkelijke leden van je favoriete geslacht zijn.“
Dit boek nam ik mee naar Parijs, toen we daar in de voorjaarsvakantie waren. Over het échte Parijs, geschreven door een Britse journalist die daar inmiddels meer dan 20 jaar woont, kinderen heeft gekregen en het leven heeft meegemaakt. Moeilijk om vrienden te maken, in het begin, tot hij doorkreeg hoe het werkte, via de kinderen, aan de rand van het voetbalveld. Je leert veel over de wijk waar hij woont, echt een buurtje, maar ook en juist over de banlieus, die vroeger ver weg waren, maar steeds meer onderdeel gaan uitmaken van 'Groot-Parijs', zeker nu daar ook meer treinen naar toe gaan rijden, en ook naar de banlieus onderling, zodat niet meer alles via Parijs hoeft te gaan. Hij was erbij, bij de aanslag op het stadion, analyseert hoe de dingen gaan in de Parijse politiek: altijd maar eten met elkaar in bepaalde restaurants en daar de dingen regelen. Interessant, maakt inzichtelijk hoe Frankrijk werkt vanuit Parijs.
Vlot geschreven boek, maar qua opbouw wel precies wat je verwacht van het genre. Een paar hoofdstukken met persoonlijke ervaringen en anekdotes, en vervolgens nog een heel aantal hoofdstukken met de macro-duiding van de ontwikkeling die Parijs doormaakt. Lezenswaardig, goed vertaald, maar niet verrassend. Bij twijfel tussen 3 en 4 sterren wordt het toch 3, vanwege de totaal zaaddodende (en de inhoud van het boek tekort doende) blurb op de achterkant: “Heel leuk geschreven, over hoe het is om in Parijs te wonen” - Mieke van der Weij, Max Nieuwsweekend
De stad Parijs is inmiddels wel een uitgekauwd onderwerp, zou je zeggen. Toch raakt dit boek een snaar: een persoonlijke geschiedenis met een (moderne) stadsgeschiedenis maakt het een geweldig boek. Dat Kuper aan onderwerpen als FC Barcelona en de stad Parijs zo'n originele draai te weten, daar kan ik alleen maar mijn hoed voor afnemen.
Fijn boek over Parijs, de verhouding periferie en stad, de ontwikkelingen sinds de eeuwwisseling en de verborgen codes en regels. Bekende namen passeren de revue en internationale ontwikkelingen in verband gebracht met die in Parijs.
Voor als je de Parijzenaren en hun cultuur echt wilt begrijpen! Over hoe het onderwijs de Fransen vormt, welke diner-etiquette er geldt en hoe literatuur altijd op een voetstuk zal blijven staan in deze stad…
Met plezier gelezen. Soms wordt het sociologisch te complex waarbij grotere algemeenheden over banlieues niet altijd uit de verf komen. Desalniettemin echt een mooi voorbeeld hoe grotere journalistieke verhalen kunnen leiden tot een mooi boek.
Geweldig boek, zeker om het in Parijs te lezen. Simon Kuper is oprecht nieuwsgierig, zelfrelativerend en vindt alles interessant wat ik ook interessant vind 😎
Lichtvoetige en (voor een leek op het gebied van Parijs) leerzame verzameling essays over de Franse hoofdstad, geschreven door een 'buitenstaander' die er al enige jaren woont.