In Anders voelen, anders geloven gaan Hanneke Schaap-Jonker en Gert van den Brink in op een belangrijke kwestie. Hoe kun je geloven als je autisme hebt? En hoe beïnvloeden deze twee elkaar? Deze vragen brengen ook algemenere vragen op zoals: hoe staan ratio en gevoel in verhouding tot elkaar in iemands geloofsleven? En welke rol speelt identiteit in het leven van de gelovige? Het boek probeert vanuit een brede insteek licht te schijnen op deze vragen.
Het werk bevat bijvoorbeeld verhalen van ervaringsdeskundigen, die voor mij verrijkend waren om een beeld te krijgen hoe de geloofservaring van personen met autisme kan afwijken van een neurotypisch persoon.
Daarnaast komt ook een bespreking van Luther voorbij, niet omdat hij autisme had, maar wel omdat hij wel de aanvechting kende over de zekerheid in het geloof. Als je namelijk autisme hebt, zou je kunnen denken: kan ik dan wel zeker zijn van mijn geloof als ik anders ben dan anderen?
Luther vindt zijn antwoord op deze aanvechting in de leerstelling: Sola Fide (Geloof alleen). Deze overtuiging hielp Luther, en helpt ons om geen voorwaarde te scheppen aan ons geloof. Als we namelijk zeggen dat je een bevindelijk, liefhebbend of oprecht geloof moet hebben om zalig te worden, dan gaan we eisen stellen aan het geloof. Eisen die moeilijk te wegen zijn en die een zware last kunnen zijn. Hand. 16:31 zegt echter: 'Geloof in Jezus Christus en u zult zalig worden.'
Zo beseffen we ook dat Gods genade uiteindelijk niet afhankelijk is van ons, maar van Gods karakter. (Blz. 17) Andere vertalingen formuleren het alsvolgt: 'stel uw vertrouwen (...)', dit helpt ons in te zien dat geloven niet enkel een gevoel van binnen is, maar ook een keuze is. Het gaat erom dat je ervaart dat wat je gelooft over God ook echt zo is en dat je er naar handelt in je leven. (Blz. 14) Zo komt ervaring, overtuiging en gehoorzaamheid mooi samen.
Na deze besprekingen behandelen de auteurs ook de praktische toepassing van de inzichten van het boek in kerk. Als Jezus immers in Zijn wandel hier op aarde omzag naar de personen, die anders waren, die buiten de boot vielen of die niet gezien werden, hoeveel te meer dienen wij als volgelingen van Hem nu ook om te kijken naar de mensen die zich anders voelen. Ook kunnen we zo meer nadenken over hoe personen die zich anders voelen, toch op hun eigen unieke manier kunnen bijdragen aan het gemeente-zijn.
Verder vond ik de bijlagen aan het einde van het boek over de kenmerken en de psychologische theorieën rondom autisme waardevol. De verschillen tussen mannen en vrouwen met autisme, of hoe overprikkeling kan leiden tot een meltdown of een shutdown. Ook het inleven in anderen gaat op een andere manier bij personen met autisme dan bij neurotypische personen. Het gaat hier om verschillend gebruik van de twee waarneming systemen. De eerste heet het impliciete sociaal-perceptuele vermogen en de tweede het expliciete sociaal-cognitieve vermogen. Als persoon met autisme maak je vooral gebruik van de tweede. Daardoor is het moeilijker om aan te voelen wat er van je wordt verwacht in een sociale setting en omdat de tweede langzamer en vermoeiender is kost sociale interactie ook meer energie voor personen met autisme. De volgende vraag helpt de spanning te verduidelijken: Waarom vertoon je sociaal wenselijk gedrag? Omdat je intuïtief weet wat je behoort te doen in een sociale sfeer, of omdat je rationeel bedenkt dat dat moet.
Een quote ter overdenking:
Genade is zonder aanziens des persoons. Genade is alleen afhankelijk van het goede karakter van God. Genade is voor 100% een geschenk. Een geschenk voor iedereen die het gelovig aanvaardt. (Blz. 77)