De bijbel wordt vanuit verschillende perspectieven bestudeerd. Veel bijbelonderzoekers houden zich bezig met het ontstaan en de geschiedenis van bijbelteksten. De bijbel komt dan tevoorschijn als een kringloopproject. Generatie na generatie discussieerde vanuit klassieke tradities over nieuwe levenservaringen en (her)schreef religieuze teksten. Onderzoekers vragen vooral naar de religie van schrijvers en lezers. God is hun thema. Ook als hij ‘ik’ zegt, geldt hij niet als iemand die zelf vertelt over zijn ervaringen met mensen.
Wanneer we kijken naar de plot van de teksten ontstaat een ander beeld. Het kringloopproject blijkt een echte biografie te hebben opgeleverd met God als medespeler, als ‘ik’ of ‘jij’ tussen de anderen. Dit wekt theologische belangstelling voor het leven van de spelers in de tekst. Maar wat moeten we met God die als ‘ik’ betrokken is bij geweld of slavernij? Bestudering van het kringloopproject maakt het mogelijk te kijken of er onderweg iets is veranderd.
Eep Talstra was bijzonder hoogleraar Bijbel en computer en vervolgens hoogleraar Oude Testament, beide aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij publiceerde studies op het grensgebied van Hebreeuwse taalkunde, exegese en bijbelse theologie.
Dit is een boek geschreven door iemand met liefde voor de Schrift. In het spanningsveld tussen tekst en context pleit T. ervoor om vooral naar de tekst te luisteren, waarbij hij probeert de traditionele kloof tussen academische analyse en hedendaagse geloofservaring te overbruggen.
In lijn met de historisch-kritische methode hecht T. veel waarde aan grondige tekststudie, waarbij kennis van de oorspronkelijke talen, grammatica en literaire structuren essentieel is. De Bijbel moet eerst en vooral als tekst bestudeerd worden. Voordat we onze eigen theologische ideeën of dogma’s op de Bijbel projecteren, moeten we eerst zorgvuldig en nauwkeurig lezen wat er staat. Dit vereist kennis van de oorspronkelijke talen, de historische context en literaire genres, en een bereidheid om onze eigen vooroordelen opzij te zetten.
Vrij uniek is zijn computerondersteunde werkwijze, waarbij hij de grammaticale structuren van de Hebreeuwse tekst expliciet betrekt bij het nauwkeurig in kaart brengen van de tekst, om zo tot een betere exegese te komen. Zie ook de vrij-toegankelijke SHEBANQ-zoekmachine gekoppeld aan de Biblia Hebraica Stuttgartensia (Amstelodamensis) database: https://shebanq.ancient-data.org/hebr....
Opvallend is dat T. de Bijbeltekst analyseert vanuit de gedachte dat God een eigen stem heeft en niet slechts een product is van de Bijbelschrijvers. Het boek gaat dan ook grondig in op Gods directe rede. T. beschouwt de Bijbel als een ‘biografie’, niet alleen van mensen, maar ook van God. Dit betekent dat de Bijbel de geschiedenis van Gods interacties met de mensheid laat zien, inclusief zijn emoties, veranderingen en ontwikkeling door de tijd. Deze aanpak erkent de dynamische aard van Gods relatie met de mensheid.
Drie gedachten: 1. Door de tekst-immanente samenhang zo sterk mee te wegen en primair te focussen op de directe rede (“Zo zegt de Heer: …”), kan God enigszins opgesloten blijven in de tekst. God kan ook indirecter spreken – via profeten, psalmdichters en wijsheidsleraren bijvoorbeeld. Ook roept het de vraag op hoeveel ruimte er bij T. is voor ‘ruis op de lijn.’
2. Soms wil T. iets te graag dat de computergestuurde analyse een duidelijke alternatieve uitkomst biedt. Bijv. in §5.4 (Leren en reciteren. Deut. 6:7) waar T. het ‘performen’, ‘voordoen’ en ‘reciteren’ van דִבַּרְתָּ֖ בָּ֑ם terug wil zien in de Nederlandse vertaling (p. 216-218). Terwijl er op basis van de (computer)data geen dwingende reden is om het meer neutrale ‘spreken’ hier te laten vallen.
3. Hoewel T. de academische analyse niet wil afzetten tegen het gelovige, ervaringsgerichte, contextuele Bijbellezen, is hij soms te kritisch op deze dominante vorm van bijbelomgang. Persoonlijke geloofservaring én een doorgaande hermeneutische benadering hebben namelijk wel bijgedragen aan de tekstuele overlevering van de Schrift. Dankzij hedendaagse gelovigen bestuderen we de antieke Hebreeuwse teksten nog steeds. Hun stem mag dus ook – ondanks het risico van het wegdrukken van Gods eigen geluid – nadrukkelijk meedoen. Daarmee breng je als gemeenschap ook gelijk wat stukjes systematisch-theologische ‘vangrails’ aan rond het spreken over God. De rol van het NT (als OT-leessleutel) in het algemeen, en Jezus in het bijzonder, is bij T. dan ook beperkt. Terwijl sommige uitspraken van Jezus toch wel essentieel zijn om het OT te duiden – vooral in het licht van de moeilijke passages over geweld, slavernij en wraak.
Interessant pleidooi om exegese als echt theologisch vak te beoefenen en waarderen, door door te vragen naar de rol van het personage JHWH in het plot van de teksten. Talstra wil zo de kloof tussen exegese en dogmatiek en die tussen theologie en kerk helpen dichten.
Aandacht voor het "ik" van God in het Oude Testament. Ik moest daar eerst aan wennen. Maar gaandeweg werd ik steeds enthousiaster over dit boek van Talstra.
Heerlijk om weer aan bijbelwetenschap te doen bij het lezen van dit bevlogen boek! Een must voor iedere theoloog en zeker ook te lezen voor niet-theologen!