Eindelijk uitgelezen - ik moet zeggen dat het een tijd geduurd heeft, niet in de minste plaats omdat ook de biografe zelf stelt dat het onderwerp eigenlijk niet relevant is: 'Ook na vier jaar onderzoek ben ik van mening dat Sam van Deventer historisch gezien geen bijzonder interessante figuur is'. Dat merk je. Overigens ben ik van mening dat het niet zijn historische, maar psychologische plek is die interessant is - en dat is menselijk en dus ook historisch interessant. En dat concludeert ook Dekker: 'Zijn devotie en meegaandheid, zijn allesoverheersende hang naar kunst en esthetiek, zijn soms schaamteloze opportunisme, maakten hem tot een fascinerend studieobject.'. Toch blijf je in het hele boek voelen dat de biografe zelf gemengde gevoelens heeft - wat op zich ook weer fascinerend is. Maar het wel tot een taai leeswerkje maakte.
Ooit ontmoette ik Rudi van Deventer in Arnhem, in het kader van een tentoonstelling in Museonder over de Kröller-Müllers, als stichters van het park. Fascinerend bezoek was het - op de Arnhemse berg, met als ik me goed herinner een van Gogh en in ieder geval enkele andere beroemde kunstenaars aan de muur. Ook wat ongemakkelijk - ik was blij toen de collega terugkwam van het taxi bellen op de gang. Hij had toen 'de kist' nog in huis - ik ben dankbaar dat uiteindelijk Eva Rovers zo'n knappe biografie geschreven heeft over Mevrouw Kröller-Müller - dat scheelde mij uiteindelijk vier jaar leven en werk. Want fascinerend is het verhaal wel, van een vrouw die trouwt met een man die haar familiebedrijf groot maakt, met wie ze kinderen krijgt, die haar hoge lat niet halen en die vervangen worden door 'de vertrouweling', Sam van Deventer. Hij blijft een mistige figuur - die enerzijds van mooie auto's houdt en die als zakenman een dilettant lijkt te blijven. Anderszijds een man met grote estetische gevoeligheid en wat zijn biograaf 'dweepzucht' noemt, maar wat ook wel voelt als oprechte liefde. Mensen zijn tenslotte oneindig verschillend. Overigens - het Dürer-boek dat verloren is gegaan in de oorlog en nog altijd spoorloos is, dat is wel een fascinerend idee. Hoop dat dat nog opduikt in my lifetime!
Ik geloof dat de tragiek van Van Deventer uiteindelijk zijn middelmatigheid was - als kunstkenner (die verschillende valse Van Goghs aankocht), als koopman (redelijk functionerend onder de vlag van Anton Kröller, maar zelf middelmatig), als geliefde (altijd decorum en de eisen van anderen vooropstellend), als vertrouweling (tussen een moeder en haar kinderen komend). In de oorlog was hij voor alles opportunist - altijd ingegeven door het belang van het levenswerk van de Kröller-Müllers, wat ook zijn leven was. Wat als hij geen hockey had gespeeld, niet het winnende doelpunt had gemaakt - zo niet in de 'orbit' van de KM's was gekomen? Hoe was het deze Zwolse middenklasser dan vergaan? In elk geval hebben we aan hem enkele mooie werken in openbaar kunstbezit te danken en een interessant gedachtenexperiment over de waarde van leven in de schaduw. Misschien is het wel passend dat hij ook een middelmatige biografie heeft gekregen.