2,5 sterren
Het boek begint met een zeer spannend proloog. Een man en een vrouw krijgen een ongeluk in gebied met besneeuwde bergen. Het maakt je nieuwsgierig naar het verdere verhaal. Er worden in het proloog geen namen genoemd, het is in de derde persoon geschreven. Je weet dus niet om wie het gaat.
Na het proloog bevat het verhaal twee verhaallijnen: het jaar 1985 en het jaar 2003. De schrijver geeft steeds duidelijk aan waar en wanneer je je als lezer bevindt in het verhaal. Het verhaal leest vlot een aangenaam. De schrijver weet in het begin de spanning goed vast te houden. Wat is er toch gebeurd in de bergen? Wie zijn die mensen uit het proloog? Vanaf het moment dat de schrijver kleine hints geeft, viel voor mij persoonlijk de spanning weg. Ik had gehoopt op plotwendingen, dat zaken er toch anders voor zouden blijken te staan dan ik dacht, maar mijn vermoeden over hoe het verhaal zou gaan aflopen klopte helaas. Toen ik dat eenmaal doorhad, was voor mij grotendeels de spanning weg uit het verhaal. De schrijvers probeert nog een spannend moment in het boek te schrijven als Mats en Sarah terug gaan naar de berg, maar echt spannend wordt het niet meer. De clou van het verhaal had ik inmiddels door en dat laatste stukje spanning bij de terugkomst van de 2 personen op de berg is weliswaar aardig geschreven, maar niet dermate dat ik op het puntje van mijn stoel zat. Het kon maar twee kanten uitgaan en ook hier verliep het verhaal zoals ik verwachtte. Het allerlaatste hoofdstuk, dat plaatsvindt in de zomer van 2015, was naar mijn mening niet nodig geweest. Het hoofdstuk voegt niets toe aan boek.
Wel heeft de schrijver de tocht, de omgeving waar de personages door heen lopen, uitstekend beschreven, je hebt het gevoel zelf in de bergen te lopen.
“IJs” leest aangenaam en is in het begin zeer spannend, maar schrijver heeft naar mijn mening iets teveel hints gegeven over wat er aan de hand is, wat de spanning van het verhaal helaas niet ten goede komt.
Ik geef “IJs” 2,5 sterren.