In 1820 wordt het stoffelijk overschot van de Oostenrijkse componist Franz Joseph Haydn (1732-1809) opgegraven voor een plechtige herbegrafenis, Haydns hoofd blijkt met ruw geweld van de wervelkolom te zijn afgehakt. Een rechercheur van de Weense politie krijgt de opdracht het mysterie rond de schedelroof op te lossen en hij komt daarbij in aanraking met een geheimzinnig gezelschap van frenologen (aanhangers van de arts Franz Joseph Gall, 1758-1828), die meende dat men uit de vorm van de schedel het bezit van bepaalde eigenschappen zou kunnen afleiden, de freonologie). Met grote kundigheid weet de auteur van deze detective-roman fictie en werkelijkheid met elkaar te vermengen: Haydns hoofd werd inderdaad - vlak na diens begrafenis in 1809 - uit het graf gestolen. Jaren later bleek de schedel in het bezit te zijn gekomen van een Weense muziekvereniging. In 1954 werden Haydns hoofd en romp herenigd. Het mysterie is nooit helemaal opgelost.
Theunis Uilke de Vries was een Nederlands (Fries) schrijver van vooral historische en sociale romans. Hij was ook actief als dichter, als toneel- en hoorspelschrijver, en hij schreef tevens biografieën en essays.
Hij heeft diverse prijzen gewonnen voor zijn werk. Zo ontving hij in 1962 de P.C. Hooftprijs voor zijn gehele oeuvre.
Voor wie het verhaal van het ontvreemde hoofd van Haydn tot aan de ontknoping in 1954 kent, zal dit werk geen verrassingen inhouden, aangezien de schrijver de loop van de geschiedenis niet kan veranderen of naar zijn hand kan zetten. Rest het relaas zelf en daar toont Theun de Vries eens te meer zijn schrijverskunde. Ik had indertijd mateloos genoten van Baron, het boek over leven en werk van Molière, en dit werk over Haydn kan volgens mij niet tippen aan dat hoogstandje. Desalniettemin is "Het Hoofd van Haydn" een aangenaam leesbaar en goed geschreven werk. Enkel de finale valt wat uit de toon, maar dat is een persoonlijke mening die ik dan ook volledig voor eigen rekening neem.